Door hetvonnis kunnen de regels die tot nu toe in Duitsland voor het bewaren van gegevens golden, de prullenmand in. Het vonnis schrijft voor dat gegevens die in het kader van de tot op heden toegepaste wet waren opgeslagen, gewist moeten worden.

De rechters van het Duitse Constitutionele Hof formuleren nieuwe regels. Het Constitutionele Hof beschouwt met name alle mogelijke activiteiten waarbij gegevens met betrekking tot telecommunicatie worden verzameld en opgeslagen, als verdacht. Volgens de rechters zou dit een "ernstige inbreuk" op de rechten van de burgers zijn, "op een schaal die binnen het rechtssysteem niet eerder is voorgekomen".

In het vonnis wordt heel duidelijk beschreven wat er zou kunnen gebeuren als alle telefoongesprekken en uitwisselingen op het internet van alle burgers zes maanden lang werden bewaard en ter beschikking werden gesteld van de Staat. Uit het oordeel van de rechters blijkt welke risico's mensen lopen als het mogelijk is om uit te pluizen wie er wanneer en naar wie heeft getelefoneerd, e-mails of sms-jes heeft verzonden, hoe vaak en vanaf welke plek. Door al deze gegevens op te slaan, wordt het mogelijk "van vrijwel alle burgers uitgebreide persoonlijkheids- en gedragsprofielen op te stellen". Door middel van onderzoek van de bewaarde telefoongesprekken kan ook heel snel worden vastgesteld wie welke rol speelt binnen een bepaalde groep tegenstanders van kernenergie, windmolens of oorlog, of binnen de gelederen van woedende melkproducenten en neonazi- of antifascistische demonstranten. Dan wordt duidelijk wie het brein erachter is, wie de logistiek doet of wie de organisator is en ook wie slechts de volgers zijn.

De rechters waren bang om een juridische oorlog te ontketenen

Over het geheel genomen geeft het Constitutionele Hof voor de toekomst echter wél toestemming voor de opslag en overdracht van gegevens. Als het zich had gebaseerd op de gevaren die in het vonnis worden beschreven, dan had het opslaan van gegevens algemeen verboden moeten worden. Zo ver durfden de rechters niet te gaan, omdat er dan een juridische oorlog met de Europese Unie zou uitbreken. In Brussel staan de grondrechten minder hoog in het vaandel als in Karlsruhe. Bovendien is nog niet precies bekend welk standpunt het Europees Hof van Justitie over dit onderwerp inneemt. Maar er komt een tijd dat een botsing onontkoombaar zal zijn.

De rechters hadden moeten verklaren dat de richtlijn van de EU betreffende de bewaring van gegevens niet wordt gedekt door het Europees recht. Het Constitutionele Hof heeft zich echter niet over deze richtlijn uitgelaten.

Als het bewaren van alle gegevens op het gebied van telecommunicatie echt zo gevaarlijk is als de rechters van het Constitutionele Hof – overigens terecht – hebben beschreven, dan hadden zij het niet alleen bij waarschuwingen moeten laten.