Een tijdje terug was ik verwikkeld in een stevige discussie met een mensenrechtenactiviste over privacy. In haar visie bestaat er een aangeboren en grotendeels onveranderlijke menselijke behoefte aan privacy. Volgens mij is privacy een concept dat cultureel wordt bepaald. Denk bijvoorbeeld aan de Romeinse latrines in Pompeii met hun vele zitplaatsen, en je probeer je vervolgens voor te stellen dat ze die op je werk zouden aanleggen.

Het ging specifiek om de vraag of er een generatieverschil is qua houding ten opzichte van privacy, deels als gevolg van de sociale netwerken op internet. Ik was van mening dat dit inderdaad het geval is. Als tiener vertelde ik mijn ouders helemaal niets en de rest van de wereld om mij heen niet veel meer. Sommige meiden uit die tijd werden hooguit tijdens een rockfestival topless gefotografeerd, en sommige jongens zijn misschien wel gekiekt terwijl ze blowden, maar over het algemeen verdwenen we destijds uit het zicht zodra we de voordeur achter ons dichttrokken. Mijn eigen kinderen lijkt het echter niet te kunnen schelen dat hun moeder via Facebook in staat is ze te volgen en op de hoogte te blijven van hun sociale leven. Feitelijk kan het ze zelfs niet schelen dat ieder willekeurig persoon kan zien wat ze aan het doen zijn – uiteraard totdat het een keer fout gaat. Ze besteden veel aandacht en tijd aan het creëren van een openbaar profiel en ze willen juist graag dat iedereen het bekijkt.

De meeste jongeren liggen niet wakker van hun privacy

Facebook heeft naar schatting 130 miljoen unieke bezoekers per dag en roept vragen op over privacy die echter weinig te maken hebben met de gebruikelijke obsessies over cameratoezicht of over informatievergaring uit databases door de overheid. Onlangs ontdekte ik dat een aantal collega’s in de VS eerst een blik op het Facebookprofiel van sollicitanten werpen voordat ze hen uitnodigen voor een gesprek. Wat zou er in dit tijdperk, waarin examencijfers worden aangevuld met persoonlijkheidsbeoordelingen nu nuttiger kunnen zijn dan een vrij toegankelijk overzicht van de werkelijke hobby's van een student? Wat heeft Tristram nog meer gedaan tijdens zijn reis in ontwikkelingslanden om zijn horizon te verbreden?

Ik zou er helemaal gek van zijn geworden. Maar de medestudenten van mijn dochter doen er volgens haar ‘tamelijk relaxt’ over. Uit een enquête, die in 2008 in de EU werd gehouden, blijkt dat dit een vrij algemeen patroon is. Onderzoekers ontdekten dat weliswaar de helft van de jonge respondenten er alle vertrouwen in zeiden te hebben in hun mogelijkheden om hun privacy online te beschermen, terwijl slechts een vijfde van hen het daarentegen een goed idee vond om gebruikers "meer controle te geven over hun eigen persoonlijke gegevens". Met andere woorden: de meesten vonden de extra bescherming niet nodig en waren redelijk tevreden met hun eigen bescherming.

Gebrek aan waarheid is erger dan gebrek aan privacy

Intussen is er wel veel te doen over het vergaren van gegevens via internet door particuliere bedrijven. Ik ben iemand die er vaak zelf voor kiest om mail te ontvangen van bedrijven die actief zijn op gebieden waarin ik geïnteresseerd ben, en wat mij betreft lijkt het erop dat het voornaamste probleem buiten schot blijft. Zolang je namelijk het recht hebt om ‘nee’ te zeggen tegen het gevlei van een bedrijf, zie ik geen groot probleem. Vergeleken daarmee lijkt het inmiddels beruchte Italiaanse intimiderende filmpje veel relevanter. Eind vorige week werden drie medewerkers van Google bij verstek veroordeeld voor het schenden van de privacy van een gehandicapte jongen, die door zijn Turijnse medeleerlingen afschuwelijk werd behandeld. Het filmpje daarvan werd op Google Video geplaatst. Mensen waren bijna unaniem van mening dat de straf verkeerd was en dat die een slag in het gezicht van de vrije meningsuiting betekende, met gevolgen die het internet zouden kunnen ondermijnen. En daar hebben ze gelijk in. Maar laten we het eens even vanuit het oogpunt van de ouders van de jongen of van de jongen zelf bekijken. Zij moeten zich machteloos en beschadigd hebben gevoeld. Hoeveel controle kun je hebben over je eigen beeld?

Daarmee komen we bij de grote vraag over wat je ‘reputatiemanagement’ zou kunnen noemen of – als je dat liever wilt – openbaar profielbeheer. Wat wil je dat mensen over jou te weten komen en in hoeverre heb je dat zelf in de hand? Er is een nieuw fenomeen opgedoken op internet – de poging om inlichtingenbureaus van de overheid te ondermijnen door ze te overspoelen met onjuiste informatie. Af en toe ben ik zelf het slachtoffer van dergelijke misinformatie, soms is het grappig (bijvoorbeeld toen een onbekende mijn artikel in Wikipedia aanpaste en ervan maakte dat ik Serviër van geboorte was) en soms is het kwaadaardig, maar ik weet wel dat het je gevoel voor realiteit aardig in het honderd kan schoppen. Met andere woorden: volgens mij moeten we een andere dreiging veel serieuzer nemen dan die van de privacy, namelijk de pogingen, ingegeven door privacy, maar bedoeld om de waarheid, van essentieel belang voor de waarde van internet, geweld aan te doen of zelfs teniet te doen. Een gebrek aan privacy voelt misschien niet prettig aan, maar een gebrek aan waarheid is funest.