Het was onvermijdelijk dat de aandacht woensdagavond in de eerste plaats uitging naar de verkiezingsuitslag in Almere en Den Haag. Hoewel bij het sluiten van deze editie het definitieve beeld nog niet bekend was, staat vast dat de uitslag van de gemeenteraadsverkiezingen in deze steden niets minder dan een politieke aardverschuiving tot gevolg heeft.

In zowel Almere als Den Haag heeft de PVV zich in een klap als een nieuw machtsblok in de raad gevestigd. In Almere werd de partij van Wilders zelfs de grootste; in Den Haag moet zij genoegen nemen met de tweede plaats, achter de PvdA, maar ruim voor de VVD en D66. Natuurlijk, het is een uitkomst die mogelijk werd geacht, maar zij plaatst alle beschouwers die zich de voorbije weken aan het electorale front meldden nu definitief voor nieuwe verhoudingen.

Harde principes

De PVV heeft zich tot nu toe gemanifesteerd als een partij die harde principes formuleert, maar zich aan bestuursverantwoordelijkheid weinig gelegen laat liggen. Van veel voorstellen, zoals het verbod op of belasten van hoofddoekjes, is op voorhand duidelijk dat ze in de Nederlandse verhoudingen onhaalbaar zijn. Nu de partij bij het proces van collegevorming in de twee steden betrokken kan worden, is de grote vraag of zij een partij aan de zijlijn blijft of daadwerkelijk verantwoordelijkheid zal nemen binnen het bestaande politieke systeem. Dan zal ook de PVV op zoiets weerbarstigs als de uitvoeringspraktijk van beleid stuiten en pragmatische keuzen moeten maken. Een partij die groeit, ziet haar geloofwaardigheid nu eenmaal in toenemende mate op de proef gesteld.

PvdA-wethouder Adri Duivesteijn van Almere schreef dinsdag in deze krant: "De Almeerse werkelijkheid kenmerkt zich door consensus over belangrijke vraagstukken." Daar denkt de kiezer dus anders over – dat is wel het minste dat van deze uitslag gezegd kan worden. De PVV creëert een werkelijkheid die er niet is, wordt dikwijls gezegd, maar voor de PVV-kiezer is het in elk geval een werkelijkheid die hij niet wenst.

Weinig moslims in Almere

In Almere wonen niet veel moslims, wat de PVV-kiezers niet verhinderde op een anti-islampartij te stemmen. Kennelijk vrezen deze burgers dat de werkelijkheid die zij soms al kennen uit de buurten waar zij woonden voor ze naar Almere verhuisden, ook de toekomst van hun nieuwe woonplaats wordt.

Wilders heeft strategisch geopereerd door in slechts twee met zorg gekozen steden mee te doen, is vaak in verwijtende zin gezegd. Dat is inderdaad niet heel dapper, maar zijn aanhang tolereert het. Wilders gaf wel voor Rotterdam een stemadvies voor Leefbaar Rotterdam en ook die partij boekte winst. Deze partij heeft bovendien laten zien dat zij bestuursverantwoordelijkheid niet schuwt.

Proteststem

Na de succesvolle verkiezingen voor het Europees Parlement in juni en de lokale verkiezingen van gisteren, is nu de vraag die de landelijke verkiezingen van 9 juni zal domineren: hoe groot wordt de PVV echt? Bij verkiezingen voor de gemeente is het stemgedrag vaak afwijkend (denk aan de lokale partijen) van dat bij Kamerverkiezingen. Bovendien was de opkomst ook ditmaal lager – hoewel minder laag (56 procent) dan aanvankelijk werd gevreesd – dan bij Kamerverkiezingen en komt de sluimerende proteststem dus misschien pas op 9 juni tot volle wasdom.

Belangrijker dan de omvang van de PVV, is de achterliggende vraag naar de rekbaarheid van het politieke systeem. Kan dit land met een traditie van coalitievorming een PVV aan die in elk geval de derde en mogelijk zelfs de eerste partij van Nederland zou kunnen worden? Het enig mogelijke antwoord is: het zal wel moeten. Want verbeteringen aan het systeem zijn mogelijk, maar een beter systeem is er voorlopig niet.