Griekenland en het Spaanse financiële stelsel – met de groteske nationalisatie van Bankia als hoeksteen – zijn de nieuwe boemannen waarmee Europa de kinderen bang probeert te maken. Wat ooit onmogelijk leek, is voorstelbaar geworden. Meer nog, degenen die deze oplossing wenselijk achten, nemen in aantal toe en worden steeds luidruchtiger: Europa is nog nooit zo dicht bij een breuk 'aan de onderzijde' (Griekenland) of bij de redding van een van zijn grote landen (steun voor de Spaanse banksector) geweest.

Het zijn beide uiterst delicate opties. Op basis van het meest elementaire voorzorgsbeginsel moeten deze opties worden vermeden, en wel om twee redenen: uit angst, want de mogelijke besmetting die daaruit voortvloeit, kan een verwoestende uitwerking hebben, en omdat de noodzaak daartoe op dit moment ontbreekt; Europa kan zijn bezuinigingsdrang in toom houden en de Europese Centrale Bank (ECB) heeft nog steeds veel speelruimte. Ingrijpen in Spanje is nog niet onontkoombaar.

Alle grote Europese crises beginnen op de Balkan

Normaal gesproken wordt er op het laatste nippertje altijd een oplossing gevonden om de Gordiaanse knoop van de crisis te ontwarren, maar wellicht gaat dat nu niet gebeuren. Alles is mogelijk nu het taboe is doorbroken: de Franse president François Hollande vindt het wenselijk dat Europa de Spaanse banken helpt; bondskanselier Angela Merkel heeft op haar beurt voorgesteld in Griekenland een referendum over de euro te houden en wil beslist dat haar noodplannen worden aangenomen voor het geval de Grieken het adagium in ere houden dat alle grote Europese crises op de Balkan beginnen.

Dit betekent dat Europa op het allerlaatste moment voor de komende top een strategische ommezwaai moet maken. Enkele dagen geleden zou deze bijeenkomst nog in het teken staan van de entree van François Hollande op het wereldtoneel, waarbij hij zijn tegendraadse ideeën over groei zou uiteenzetten. In verband met de huidige spanningen is het echter nodig de agenda om te gooien.

Merkel, Hollande en consorten moeten twee cruciale vragen beantwoorden: moet Griekenland uit de eurozone stappen nu de reddingsplannen niet het gewenste effect sorteren en de Grieken ontgoocheld zijn? Moet Spanje Europa om financiële steun vragen om zijn banken te helpen het gapende gat in de huizenmarkt te dichten? Alleen enigszins naïeve vragen zijn werkelijk diepzinnig en daarom kunnen ze kernachtig als volgt worden samengevat: gelooft Europa in zijn eigen project?

Een typerend kenmerk van deze Faustiaanse crisis

Twee antwoorden dringen zich op maar geen van beide is overtuigend. We kunnen onze toevlucht nemen tot de gebruikelijke alarmistische en apocalyptische retoriek, begrijpelijk gezien de ernst van de gebeurtenissen in de eerste helft van mei, die echter niet gespeend is van een zekere neiging tot overdrijven – een typerend kenmerk van deze Faustiaanse crisis, die de meest fantastische voorspellingen grote roem kan bezorgen. De tweede optie is ontkenning, ofwel nietsdoen, een scenario waarbij de Europese Commissie in een zoutpilaar verandert en afwacht tot Berlijn en Parijs de knoop doorhakken.

"Het wordt met de dag waarschijnlijker dat Griekenland de eurozone verlaat en dat er een reddingsplan voor de Spaanse banken wordt opgezet. Als deze scenario's bewaarheid worden en de ECB, Berlijn, Parijs en andere Europese instellingen de markten geen flinke impuls geven, met duidelijke maatregelen om tot een vorm van politieke unie te komen, zullen we te maken krijgen met lange rijen voor de banken, kapitaalvlucht in de perifere staten van de EU en een stroom aan failliete landen", waarschuwt Ken Rogoff, hoogleraar aan Harvard en auteur van een complete geschiedenis van de financiële crises die de afgelopen eeuwen zijn uitgebroken, in een telefoongesprek vanuit New York.

Tano Santos van de Universiteit van Columbia bestempelt steun voor Spanje als 'zeer gevaarlijk'. "Dat zou er onmiddellijk toe leiden dat de liquide middelen in heel het land opdrogen", zegt hij stellig, "en er is onvoldoende geld voor een zo moeilijk geval als Spanje". Hetzelfde laken een pak voor Griekenland, dat nauwelijks 2 procent van het Europese bbp vertegenwoordigt: als dat land uit de euro zou stappen, zou dat het financiële stelsel niettemin zo'n half miljard euro kosten, volgens Citibank. Dat bedrag zou dan moeten worden gecompenseerd door een gigantisch volume aan liquide middelen van de ECB, vooropgezet dat mensen niet massaal hun spaargeld van hun rekening gaan halen.

Alle wegen leiden naar Berlijn en Frankfurt

Terwijl de discussie over bezuinigingen versus groei weer in alle hevigheid is opgelaaid, is de situatie zo ingewikkeld geworden dat deze controverse bijna op het tweede plan raakt: de banken hangen nog slechts aan een zijden draadje, net als tijdens de ergste momenten na het faillissement van Lehman Brothers. Alle wegen leiden naar Berlijn en Frankfurt. Een hele serie factoren kan Duitsland ertoe dwingen een gebaar te maken om te verhinderen dat Europa in rampspoed wegzinkt.

"Maar er is ook reden om te denken dat Duitsland niets van zijn geschiedenis heeft geleerd en dat de discipline die het aan anderen oplegt, alle perken te buiten gaat", stelt Paul De Graauwe van de London School of Economics. Rogoff windt er geen doekjes om: "Of Duitsland accepteert inflatie (salarisverhoging, stimulansen, een ECB Amerikaanse stijl), of we zullen te maken krijgen met wanbetaling en politieke kadavers en dat zal zelfs voor hen [de Duitsers] een bijzonder hard gelag zijn." Alles welbeschouwd, komt het neer op een gebrek aan leiderschap. Dat is reeds lang het grootste probleem van Europa: er zijn wel degelijk haalbare oplossingen, maar de politieke wil om ze uit te voeren ontbreekt.

Op de korte termijn zorgt de ECB voor de oplossing

Voor het andere grote zwakke punt van Europa, de teleurstelling van de publieke opinie in combinatie met het democratisch tekort en de legitimiteitscrisis van de Unie, ligt een oplossing niet zomaar voor het oprapen. De EU was altijd al relatief impopulair in de noordelijke landen. Nieuw is dat deze impopulariteit zich nu begint uit te strekken tot het gebied ten zuiden van de Pyreneeën, waar de EU als de laatste realiseerbare utopie werd gezien.

In het zuiden verwijten steeds meer mensen de EU en de ECB dat zij buitensporig de broekriem moeten aanhalen. Duitsland en andere EU-landen wijzen met de beschuldigende vinger naar de Unie, omdat die hen verplicht de zondaars in het zuiden te helpen. "Toch komt, hoe paradoxaal het ook klinkt, elke oplossing van Europa", concludeert Charles Grant van het Center for European Reform.

Op de korte termijn zorgt de ECB voor de oplossing. "Alleen het ingrijpen van de centrale bank is geloofwaardig", legt analist Juan Ignacio Crespo uit, "want dan blijft het niet bij holle woorden". Op de middellange termijn is hernieuwde groei onontbeerlijk: Parijs en Berlijn hebben daarover deze week in Brussel heel wat met hun collega's te bespreken. En tot slot, op de lange termijn, hebben we iets nodig wat lijkt op een Europees schuldenagentschap en verder een meer uitgewerkte begrotingsunie en een EU die meer wil zijn dan een economische club. Dat veronderstelt leiderschap in Parijs, Berlijn, Brussel en Timboektoe. Waar zijn deze leiders?