In de straten van de Reykjavik zijn nog geen tekenen van extreme stress te zien. Zomer of winter, de IJslandse daklozen slapen nooit buiten: er zijn opvangcentra voor mannen, vrouwen en zelfs voor stellen. Bij degenen die hun appartement dreigen kwijt te raken omdat hun hypotheek, die geïndexeerd was op buitenlandse valuta, verdubbelde terwijl hun inkomsten gelijk bleven is het leed nog niet zichtbaar: de banken hebben de opdracht gekregen om eigenaren die niet aan hun betalingsverplichtingen kunnen voldoen, hun woning te laten huren. Kinderen kunnen zo naar school blijven gaan in hun eigen wijk, en er wordt een golf van paniek voorkomen die de prijzen nog verder zou laten dalen. En toch is het echt crisis, op de beurzen, voor geplande projecten die worden afgeblazen, en in de hoofden.

Het financiële debacle heeft IJsland zwaar getroffen. Het land zag zichzelf tot die tijd als een onneembare vesting van welvaart. In de herfst van 2008 vielen de drie grootste banken van het land echter om. De koers van de kroon kelderde en de regering zag zich gedwongen om hulp te vragen bij het Internationaal Monetair Fonds (IMF) en zijn Europese buurlanden. In 2009 ging de economie met acht procent achteruit.

IJsland is een jong land, dat snel op veranderingen inspeelt. De bevolking is er zeer reactief. Een IJslander verandert vaak drie of vier keer van carrière. Het fenomeen is zo wijdverbreid dat sociologen er moeite hebben met het opstellen van statistieken. Het is bijvoorbeeld onmogelijk een profiel van vissers op te maken, omdat ze slechts zelden hun hele leven hetzelfde beroep houden. Het kan dat iemand eerst visser is en dan wat anders gaat doen, maar het komt ook voor dat hij visser is én nog een beroep uitoefent.

Inspelen op veranderingen

Ook Halldor Arnason, 58 jaar oud en al veertig jaar visser, probeert zo zijn leven om te gooien. Hij is verrukt over de aanwezigheid van Franse vissers in zijn fjord, de Patreksfjördur. In de zomer van 2009 liep zijn schip averij op. Twee jaar geleden zou hij het schip hebben laten repareren in Engeland of Polen, maar vanwege de crisis is het nu goedkoper om het ter plaatse te laten doen. IJsland haalt zijn activiteiten weer terug naar eigen land.

Door de devaluatie van de kroon stijgt vis in de lokale valuta in prijs, en een onderwaterkoraalmijn (die gebruikt wordt voor het verwerken van afvalwater) schept werkgelegenheid in de aangrenzende fjorden. Een mosselkwekerij moet de schade door het Europese verbod op vissen in de zomer beperken. De vele Polen die in de visverwerking werken, integreren in het lokale leven en de lege huizen vinden weer kopers. Zo wint het verlopen platteland het weer van de stad.

Verwoest economisch landschap

De hoofdstad en de voorsteden zakken iedere dag dieper weg in onrustige somberheid. In het verwoeste economische landschap waarin slechts elf procent van de ondernemingen het zonder de vrijwillige steun van de genationaliseerde banken redt, probeert iedereen er het beste van te maken. Sommigen slagen er zelfs in de situatie om te keren. (Bijna-)geruïneerde rijken lopen erbij als losers terwijl de slachtoffers van de welvaartsstaat, die voor de crisis al alles verloren hadden, nu quitte spelen en deze deprimerende winterperiode vrolijk lijken door te komen.

Er zijn mensen die zich zorgen maken over de toenemende werkloosheid. Anderen kijken nog verder, naar de periode wanneer de miljardenschuld van de online bank Icesave zal moeten worden terugbetaald aan de Engelsen en Nederlanders. De IJslandse Staat stond helaas garant voor deze bank. Al twee keer tekende de regering een akkoord over deze failliete bank met de landen die helpen bij het financiële reddingsplan. En al twee keer werd het akkoord afgewezen. De eerste keer door het parlement (Althing), de tweede keer door de president, Olaf Ragnar Grimsson, die voorstelde de kwestie via een referendum op 6 maart aan het volk voor te leggen. Alle partijen doen alsof ze dat referendum willen, maar ze houden hun hart vast.

Ondanks de maanden van parlementaire debatten en media-aandacht, blijkt uit een opinieonderzoek dat de IJslanders niet veel van de kwestie begrijpen. Alleen de nationalisten en populisten doen er hun voordeel mee, en ontlenen aan de afwijzing van Europa een hernieuwde waardigheid. Maar of het referendum nu plaatsvindt of niet, en wat de keuze van de stemmers ook zal zijn, de schuld zal uiteindelijk geheel of gedeeltelijk moeten worden afgelost.

Onverkoopbare fourwheeldrives

Zodra je Reykjavik achter je laat, worden de financiële tegenslagen van het land op prachtige wijze overtroffen door de IJslandse natuur. Alleen de brandstofprijzen herinneren hier aan de crisis. Op de weg naar Hveragerdi en Selfoss wachten honderden onverkochte en onverkoopbare tweedehands fourwheeldrives op een onwaarschijnlijke klant. Degenen die het land per auto en ferry willen verlaten moeten de lening voor hun auto hebben afgelost. Sommigen laten hun auto daarom maar liever achter.

Stefán Jónsson woont vlakbij Flúdir. Samen met zijn zoon leidt hij een bedrijf van zeshonderd hectare. Hij heeft een onverwoestbaar vertrouwen in de toekomst van zijn land. Net als de vissers is hij tegen toetreding tot de Europese Unie, die het einde van de directe landbouwsteun zou betekenen. Maar hij weet dat hij beter af is dan de mensen in de stad, vooral degenen die in de bouw werken. Tegelzetter Johann is werkloos, schilder Hilmar oefent zijn beroep niet langer uit, en Fridrik, hovenier, heeft geen klanten meer.

IJsland wacht. Het land verwacht dat voormalig rechter Eva Joly het land kan redden met geld dat verborgen ligt in belastingparadijzen. Het wacht op betere tijden, een afnemer voor zijn goedkope energie, een nieuwe lening van het IMF, een lichtpuntje. Van één ding kunnen ze echter zeker zijn: de dagen worden al langer.