Andreas Liontos voelde al snel dat de wind gedraaid was. Eerst was er sprake van een paar achterstallige betalingen en dubieuze excuses, vervolgens werd er helemaal niets meer betaald. Het was dan ook onvermijdelijk dat zijn verzekeringsmaatschappij, die hij in 1990 had opgericht in Larissa, een agrarische stad in de centraal gelegen regio Thessalië, in de rode cijfers belandde. De Grieken, die uitgeknepen werden door de bezuinigingsmaatregelen, keken wel uit om een nieuw levensverzekeringscontract af te sluiten of om hun auto te verzekeren, die ze meestal toch al niet meer hadden. Andreas bleef met de gepeperde rekening zitten: 5 miljoen euro.

Maar deze 45-jarige ambitieuze en zwijgzame man bleef niet bij de pakken neerzitten. Hij begreep dat zijn toekomst voortaan buiten de landsgrenzen lag en dat hij helemaal op zichzelf was aangewezen. "Alles wat ik heb bereikt, heb ik altijd alleen gedaan, zonder steun, zonder subsidies, zonder de staat", vertelt hij trots.

Andreas, een robuuste kerel met bruin haar en een beginnend buikje, besloot eind 2011 Olympus Olive Oil op te richten, een bedrijf dat het – naar men zegt – beste product van Griekenland moest gaan exporteren: olijfolie. "De beste van de wereld", verzekert hij.

Andreas, vader van drie kinderen, heeft een contract afgesloten met een Chinese supermarkt, die gedurende vijf jaar 1.800 ton olijfolie bij hem moet afnemen, en is zeker van zijn zaak. Zijn land zit voor het vijfde jaar op rij in een recessie en het nationaal vermogen heeft sinds 2008 een vijfde van zijn waarde verloren, maar hij en zijn onderneming hebben niets te vrezen. Een vertrek van Griekenland uit de eurozone, of zelfs uit de Europese Unie, waar velen zo bang voor zijn, schrikt hem niet af.

Negentig procent van leningaanvragen afgewezen

"Ik hoop niet dat dat gebeurt, ik wil dat mijn land bij Europa blijft, maar de zakenman in mij weet dat wij dan enorme winsten zouden kunnen maken", erkent hij. Hij zou de olie, die op Kreta en op de Peloponnesos wordt geoogst, dan met goedkope drachmes kunnen kopen, en weer verkopen in buitenlandse valuta's, die erg in trek zijn. "Andere zakenlieden moeten net zo doen als ik. Dat is goed voor onszelf en goed voor het land."

Maar als je een beetje aandringt, kom je erachter dat een terugkeer naar de drachme toch niet zo voordelig zou zijn voor zijn bedrijf als hij beweert. "Op de korte termijn is het winstgevend, maar op de langere termijn wegen de behaalde winsten niet op tegen de stijgende kosten", is de inschatting van de financieel directeur van Andreas, Vasileios Pitsilkas. De machines die worden gebruikt om de olie te persen, komen uit Italië. Die zullen over een paar jaar moeten worden vervangen. De geïmporteerde en zwaar belaste energie wordt nu al steeds duurder. Olympus wil zonnepanelen gebruiken, maar op dit moment is het onmogelijk om daar een financiering voor te krijgen. "Momenteel wordt 90 procent van de leningaanvragen door de banken afgewezen", stelt de financieel directeur spijtig.

Daaruit blijkt wel, eens te meer, dat zelfs een zware devaluatie van de Griekse munt geen oplossing zou bieden voor alle problemen in het land. En dat de kosten van arbeidskrachten niet het enige obstakel vormen voor meer ontwikkeling. Als je de – kleine en grote – ondernemers mag geloven, dan ligt het Griekse kwaad dieper, en is het misschien ook zorgwekkender. "Er wordt hier niets meer geproduceerd. Alles wordt geïmporteerd", vat politicoloog Panos Mavridis samen. Ondanks een opleving in 2011 die toch wel spectaculair was, bedraagt de waarde van de Griekse export niet meer dan de helft van die van de import.

Paradijs om in de overheidssector te werken

Niet alleen de industrie is er beroerd aan toe, stelt Michail Vassiliadis, die econoom is bij de Griekse Stichting voor Economisch en Industrieel Onderzoek, de IOBE. Gereedschapsmachines worden ingevoerd en de innovatie is verwaarloosd. Dat geldt ook voor de landbouw, voornamelijk omdat de boeren door het Europese landbouwbeleid werden gestimuleerd om hun land braak te laten liggen. "Het is heel simpel: totdat deze crisis uitbrak, was het een paradijs om in de overheidssector te werken. Je had een baan voor het leven, een goed salaris en je hoefde geen verantwoording af te leggen aan een baas", aldus de financieel directeur van Olympus Olive Oil.

“Deze mythe over de overheidsdienst dateert uit het begin van de jaren tachtig, toen de socialist Andreas Papandreou een cliëntelistisch systeem invoerde, dat door zijn – zowel linkse als rechtse – opvolgers werd voortgezet. Deze ontwikkeling was er medeschuldig aan dat de Griekse industrie ´als een rijpe vrucht´ in handen viel van een overheid die haar tentakels overal instak”, meent Nicolas Vernicos, reder en voorzitter van de Griekse internationale Kamer van Koophandel.

Volgens de ondernemers pakte deze organisatie in de praktijk uit als een bureaucratische hel. Als je een bedrijf wilt oprichten, moet je her en der tientallen formulieren invullen, zonder dat er sprake is van enige onderlinge afstemming tussen deze administraties. En in iedere fase van dit proces kan alles weer afketsen.

Veel ondernemers die uit dit doolhof willen komen, schrikken er niet voor terug om te betalen en om een goede advocaat in de arm te nemen. Christopher Kaparounakis heeft zich erin gespecialiseerd om ondernemers uit de problemen te helpen. Sinds de crisis zijn de dingen echter aan het veranderen. Er is een nieuwe wet ingevoerd, die ‘One Stop Shop’ is genoemd. Daarbij moet één enkel loket de stappen vereenvoudigen.

Maar als er in Griekenland een wet is aangenomen, dan wil dat nog niet zeggen dat hij ook wordt toegepast, verzucht de advocaat. Hij wijst erop dat Griekenland dit jaar van de 183 landen nog op de 135e plaats staat op de lijst ‘Doing Business’ van de Wereldbank. De Griekse ondernemersbond heeft maar liefst 250 obstakels voor het lokale ondernemerschap geïnventariseerd. De economen van de IOBE stellen dat als je de Griekse economie zou ontdoen van haar administratieve belemmeringen, het bruto binnenlands product (bbp) met 17 procent omhoog zou kunnen schieten, waarvan 10 procent in vijf jaar.

Vakbonden "doorgeefluiken van de politieke partijen"

Maar de bureaucratie verklaart niet alles. De industriëlen beklagen zich ook over de almacht van de vakbonden, die zich in de loop der jaren hebben ontpopt als ware "doorgeefluiken van de politieke partijen", aldus Thrasy Petropoulos, die hoofdredacteur is van het Griekse Engelstalige weekblad Athens News.

“Hun – legitieme – strijd om op te komen voor de werknemers heeft zich zo uitgebreid, dat ieder sociaal conflict is uitgemond in een nieuwe wettelijke bepaling die aan het arbeidsrecht is toegevoegd. Zodanig dat dit is veranderd in een samenraapsel waarvan de teksten soms ook nog eens met elkaar in strijd zijn”, vervolgt Petropoulos. “Veel industriëlen, die tot het uiterste waren getergd, zijn het land ontvlucht. Degenen die hun fabriek niet hebben gesloten, hebben ervoor gekozen hun productie naar Bulgarije of andere landen te verplaatsen."

De ´trojka´, het trio geldschieters van Athene dat gevormd wordt door de Europese Centrale Bank, de Europese Commissie en het Internationaal Monetair Fonds, heeft muren geslecht door de Griekse regering te dwingen een wet in te voeren om de arbeidsmarkt flexibeler te maken. Een van de maatregelen hield in dat 136 beschermde beroepen werden geliberaliseerd. Maar zal dit beleid ook doeltreffend blijken?

Veel Grieken vinden het jammer dat de trojka en de regering voor de makkelijkste weg hebben gekozen: de salarissen verlagen en de belastingen verhogen. Daar willen zij natuurlijk niets van weten. Het was waarschijnlijk populairder – en eerlijker – geweest als zij de belastingontduiking hadden aangepakt.

Voor het snelle geld kiezen

“Verder zijn de bureaucratische rompslomp en een armlastige staat niet de enige redenen voor het gebrek aan concurrentievermogen van de Griekse industrie”, benadrukt econoom Michail Vassiliadis. De ondernemers zijn zelf ook voor een deel verantwoordelijk voor de enorme narigheid waarin ze momenteel zitten. "De ondernemers hebben niet geïnvesteerd in onderzoek en ontwikkeling. Ze gaven de voorkeur aan snelle winsten door innovaties te kopen die al beproefd waren door andere Europese landen."

Ontbrak het hun aan lef? Kozen ze voor het snelle geld? Misschien. Hoe het ook zij, deze instelling heeft er wel aan bijgedragen dat Griekenland nu een meelopend land is, dat het initiatief heeft moeten overgeven. Vassiliadis vertelt zorgelijk: "Je ziet mensen weer terugkeren naar de landbouw. Maar dat is geen ontwikkeling. Als we zo doorgaan, gaan we dertig jaar terug in de tijd." Naar de tijd waarin Griekenland, het arme land dat zich nog maar net had ontworsteld aan het kolonelsregime (1967-1974), ervan droomde om deel uit te maken van de Europese Unie, die tegenwoordig niet meer zo dol op Griekenland lijkt te zijn.