De onheilsprofeten wrijven zich alvast in de handen, overtuigd dat zij gelijk zullen krijgen. Het wordt met de dag waarschijnlijker dat zich een scenario zal voltrekken dat zowel de straten van Madrid als de kantoren in Berlijn angst inboezemt, namelijk dat een groot EU-land steun uit het Europese noodfonds vraagt.

De leider van de Spaanse regering, Mariano Rajoy, heeft afgelopen maandag voor de zoveelste keer ontkend dat de Spaanse banken met hulp van buitenaf moeten worden gered. Niettemin wordt het land door de immense verliezen van Bankia weer iets dichter naar de afgrond geduwd.

"Beter laat dan nooit"

Voordat we vernamen dat de staat nog eens 19 miljard euro extra in Bankia gaat stoppen, hadden diverse deskundigen er al op gewezen dat de Spaanse regering, hoe pijnlijk ook, financiële hulp van buitenaf zou moeten vragen om haar financiële instellingen te herkapitaliseren. "Dat had ze al veel eerder moeten doen, maar beter laat dan nooit", zegt Daniel Gros, onderzoeker bij het Centre for European Policy Studies (CEPS).

"Waarschijnlijk zal Spanje dit jaar, onder toezicht van een trojka, aan een of ander programma gaan deelnemen, wat een voorwaarde zal zijn om nog meer steun van de Europese Centrale Bank te ontvangen om zo haar soevereine schuld of haar banken te saneren", verklaarde William Buiter, hoofdeconoom bij de Citigroup, enkele maanden geleden al.

De vergelijking telt nog steeds veel onbekenden. We vragen ons vooral af of Spanje uiteindelijk de sprong zal wagen. Maar ook welk systeem zal worden gekozen, of de spaarders in paniek zullen raken of dat een besmetting kan worden vermeden die eerst Italië en vervolgens Frankrijk en België zou kunnen treffen.

Vorig jaar zomer hebben de leiders van de EU twee besluiten genomen waardoor het eenvoudiger wordt een beroep te doen op het tijdelijke noodfonds (EFSF). Dankzij deze maatregelen kan worden voorkomen dat een groot deel van de Spaanse bankensector omvalt. Eerst werd de omvang van het fonds vergroot, van 440 tot 780 miljard euro, al kan er in de praktijk nog steeds maximaal 440 miljard euro worden geleend. Een maand later werd de toepassing van het fonds verbreed: het steunmechanisme kon voortaan ook worden gebruikt om financiële instellingen te herkapitaliseren, en wel via leningen aan de staten.

Het problematische hieraan is dat de geldstroom eerst naar de staat gaat, die daarmee nieuwe schulden maakt en vervolgens het bedrag aan de banken geeft. En dit systeem is aan voorwaarden gebonden: het is een steunmaatregel, met alles erop en eraan, waarbij een tegenprestatie wordt verlangd, net als in het geval van Griekenland, Ierland of Portugal.

Het maakt dus weinig uit dat het een ‘beperkte’ reddingsoperatie betreft (om de banken, niet de staat te redden), aangezien Europa eisen kan stellen op het gebied van fiscaal beleid, openbare diensten, privatisering of het beheer van bedrijven die steun ontvangen, en strenge herstructureringsplannen kan opleggen.

Verontrustender is echter ongetwijfeld het risico dat Spanje gedurende onbepaalde tijd geen financiële middelen op de markten kan verkrijgen. "Je kunt allerlei synoniemen bedenken maar het is formeel gezien een steunmaatregel", zo vat een hooggeplaatste bron binnen de Europese instellingen het samen.

Eerst moet het ESM operationeel zijn

We stevenen af op een scenario dat doet denken aan de ervaringen van Ierland: als goede huisvader probeert de staat zijn banken te steunen, maar het te dichten gat is zo groot dat het land geen andere uitweg ziet dan een beroep te doen op externe hulp. "Als het geld rechtstreeks naar de banken zou gaan [een optie waartegen Duitsland zich verzet, red.]*, zouden zij het ook zelf moeten terugbetalen*", legt econoom Santiago Carbó uit.

"Europa moet toezicht houden op de instellingen die steun ontvangen, en regels voor die instellingen formuleren. Dat kan bijvoorbeeld via een bankunie", voegt Guntram Wolff van de Belgische denktank Bruegel daaraan toe. "Maar laten we onszelf niet voor de gek houden; dat gebeurt niet zolang het ESM niet operationeel is."

Het ESM waarover Guntram Wolff spreekt, is het Europees stabiliteitsmechanisme, dat op 1 juli het EFSF als permanent noodfonds vervangt. Dit nieuwe systeem heeft niet alleen een groter bereik, met 500 miljard euro nieuw geld, maar is ook flexibeler. Om in werking te treden, moet het echter nog wel door een flink deel van de lidstaten worden geratificeerd. Uitstel van de invoering ervan kon wel eens rampzalig uitpakken, nu Spanje in brand staat.

Wat zal er gebeuren als de Spaanse regering zich uiteindelijk gedwongen ziet een beroep te doen op het noodfonds? Kenneth Rogoff, hoogleraar aan Harvard, geeft het antwoord:

"Als de eurozone en de ECB niet snel duidelijke stappen voorwaarts zetten, zal er in alle perifere landen een run op de banken ontstaan met als gevolg een gigantische kapitaalvlucht. Om dat te voorkomen, moeten er liquide middelen in de banksector worden gepompt. De eurozone moet zich ontwikkeling in de richting van een fiscale unie, met euro-obligaties. We zullen opnieuw getuige zijn van buitengewone maatregelen, die tot voor kort ondenkbaar leken, zoals altijd het geval is wanneer Europa op instorten staat."