Nu de rente op Spaanse staatsobligaties in rap tempo naar 7 procent stijgt, de Griekse economie aan de rand van de afgrond bungelt en de toekomst van de gemeenschappelijke munt steeds meer op het spel komt te staan, had er bijna geen beter moment voor Brussel kunnen komen om zijn rapportcijfers over de 27 lidstaten van de Europese Unie te publiceren. Dit was de perfecte gelegenheid voor de Europese Commissie om de balans op te maken, de beleidsopties af te wegen en een plan aan te kondigen om de steeds verder oprukkende crisis aan te pakken.

Het rapport weerspiegelt de sombere stemming. Er wordt erkend dat de monetaire unie door zijn moeilijkste tijd heen gaat sinds haar oprichting. Er wordt – min of meer – toegegeven dat het huidige beleid niet werkt. En er worden suggesties gedaan, uit wanhoop geboren, hoe Europa zou moeten reageren: met gemeenschappelijke euro-obligaties, een bankunie en de rechtstreekse injectie van kapitaal in wankele banken door het permanente noodfonds van de EU.

Het optreden van de Commissie was genoeg om de financiële markten weer even tot bedaren te brengen. Beleggers en handelaren lieten zich geruststellen door het feit dat Brussel wellicht iets minder met de handen in het haar zat dan de afgelopen maanden had geleken. Maar als een strategie voor de oplossing van de crisis zal dit opnieuw een blindganger blijken. Om te beginnen zijn al deze ideeën al eens eerder geopperd, en zijn ze allemaal gestuit op een duidelijk 'nein' van de Duitse bondskanselier Angela Merkel.

Orgie van ongelimiteerde kredieten

Het echte probleem is echter dat de Commissie zelfs nu nog het bankroet lijkt te blijven ontkennen van een strategie die veel te veel leunt op bezuinigingen. In de zachte onderbuik van de eurozone zien landen, nu hun economieën wegkwijnen in een recessie, hun overheidsfinanciën hard achteruit gaan. Sommige landen, zoals Griekenland, hebben altijd al te veel geleend, maar in landen als Spanje en Ierland is het begonnen met een orgie van ongelimiteerde kredieten in de particuliere sector die ertoe heeft geleid dat de staat de rommel heeft mogen opruimen nadat de zeepbellen waren gebarsten.

Het voorspelbare gevolg van zwakke groei en zwakke banken bestaat uit zwakke overheidsfinanciën. De landen die de grootste moeilijkheden ondervonden is weliswaar financiële hulp geboden, maar uitsluitend op voorwaarde dat zij voldoen aan strikte doelstellingen met betrekking tot het terugdringen van hun begrotingstekort. Bezuinigingen en belastingverhogingen hebben zelfs tot nog minder groei en nog zwakkere banken geleid. Dat betekent dat de doelstellingen niet zijn behaald, in sommige gevallen zelfs op spectaculaire wijze.

Weinig aanwijzingen dat Brussel het snapt

Neem de volgende beschrijving van wat er in Griekenland is gebeurd, waar het herstel dat in eerste instantie voor 2013 werd verwacht – hoe verrassend! – steeds verder naar achteren is doorgeschoven. “Diverse factoren hebben de tenuitvoerlegging gehinderd: politieke instabiliteit, sociale onrust, problemen die verband houden met de administratieve capaciteit en een recessie die veel ernstiger is dan aanvankelijk werd gedacht.”

Dat is een aardige opsomming van de stand van zaken, maar er zijn weinig aanwijzingen – zelfs nu nog – dat Brussel het werkelijk snapt. Er wordt gesproken over het vinden van de juiste balans tussen de noodzaak om te consolideren, hervormingen door te voeren en de groei aan te jagen, maar zonder te aanvaarden dat de huidige mix van beleidsmaatregelen volslagen ontoereikend is. Europa heeft drie dingen nodig: een plan voor de groei, een plan om de banken van nieuw kapitaal te voorzien, en een plan om de lasten eerlijker te verdelen tussen het rijke Noorden en het arme Zuiden. Momenteel is er helemaal niets van dit alles. Daarom vecht de eurozone nu voor zijn leven.