Laten we eerlijk zijn: als Griekenland een Midden-Europees land was geweest, dan had de Griekse crisis nooit plaatsgevonden. Om te beginnen zouden Duitsland en Frankrijk er nooit mee hebben ingestemd dat een land dat bekendstaat om zijn erbarmelijke economische prestaties, zijn slechte politieke manieren en zijn talent voor creatief boekhouden, tot de eenheidsmunt zou toetreden. En als het dit Griekenland uit Midden-Europa – per ongeluk of door nalatigheid – toch was gelukt zich bij de eurozone aan te sluiten, dan had Brussel de Griekse financiën vervolgens angstvallig in de gaten gehouden. Maar Griekenland is geen Midden-Europees land. Terwijl de Europese Commissie een kruistocht voerde tegen corruptie in de Yalta Club-landen [voormalige sovjetrepublieken in Oost-Europa], genoten de Club Med-landen het voorrecht om als goede Europeanen te worden behandeld.

Stelt u zich eens voor dat de Bulgaarse of de Roemeense premier 80% van de nationale media in handen had en gewend was zijn vakantie in het gezelschap van prostituees door te brengen. Of dat de Hongaarse premier, tegen alle adviezen van Brussel in, verklaarde dat hij ondanks de ernst van de economische crisis de ambtenarensalarissen niet zou bevriezen. Het is al amper voor te stellen hoeveel protesten dit zou oproepen. Maar terwijl Brussel geschokt reageert op mogelijke misstanden in Sofia of Boedapest, fronst het slechts zijn wenkbrauwen als het om Rome of Madrid gaat. Veel mensen in Europa veroordelen de opvatting die de Italiaanse premier Silvio Berlusconi over persvrijheid heeft, maar de Duitse en de Franse regering praten hier liever niet over. Veel mensen vinden het economische beleid van de huidige Spaanse regering gevaarlijk, maar niemand durft er kritiek op te uiten. Brussel is medeschuldig aan de tragedie die Griekenland doormaakt. We kunnen de rol van Brussel vergelijken met die van de accountants van Arthur Andersen in het Enron-schandaal in de Verenigde Staten.

De crisis leidde tot een opleving van nationalistische sentimenten

De Griekse crisis toont aan hoe verontrustend de realiteit is die achter de retoriek van de EU schuilgaat. De Unie heeft het weliswaar over solidariteit, maar de Europese lidstaten onderschrijven dit niet. Het is veelzeggend dat ruim 70% van de Duitsers eist dat Griekenland uit de eurozone stapt, en dat een lid van de Bundestag de Griekse regering heeft geadviseerd om maar een paar Griekse eilanden te verkopen om uit de crisis te komen, terwijl de Griekse media vooral bezig zijn met het publiceren van artikelen over de bezetting van Griekenland door nazi-Duitsland en erop aandringen dat Duitsland met een schadevergoeding over de brug moet komen. In tegenstelling tot de verwachtingen van sommige politici en commentatoren heeft de economische crisis niet tot een nieuw elan van solidariteit geleid in Europa. De crisis leidde juist tot een opleving van nationalistische sentimenten, gedreven door de angst en de woede van de publieke opinie in de Europese landen. En uiteindelijk bleek de economische gevarenzone niet in Midden-Europa, maar in Zuid-Europa te liggen.

Een jaar geleden vreesden veel mensen dat Midden-Europa te corrupt en in politiek opzicht te instabiel was, en dat de Midden-Europese economieën te liberaal (en te Angelsaksisch) waren om de crisis te boven te komen. Inmiddels is echter duidelijk geworden dat het in feite Zuid-Europa was dat zich met louche praktijken had ingelaten en zich verzette tegen hervormingen. Wat Hongarije momenteel van Griekenland onderscheidt, is niet de omvang van de problemen die beide landen het hoofd moeten bieden, maar de politieke wil van hun regeringen om de prijs te betalen om uit de nesten te raken. Op dit moment slagen meer EU-landen die níet tot de eurozone behoren erin om aan de criteria van Maastricht te voldoen, dan landen die wél lid zijn van de eurozone.

De EU is meer verdeeld dan aan het begin van de oorlog in Irak

Polen is de enige economie binnen de Europese Unie die niet naar een recessie is afgezakt. Zoals de premier van Litouwen zei: "Zolang een land geen lid is van de eurozone, worden de criteria van Maastricht uiterst streng toegepast. Maar hoor je er eenmaal bij, dan kun je vrijwel alles doen wat je wilt."

De meeste economen zijn het erover eens dat het onzinnig is om buiten de eurozone te staan als het goed gaat met de euro, maar dat het nog erger is als de euro er slecht voorstaat. En nu zijn landen als Bulgarije en Estland bang dat zij als “beloning” voor hun prestatie om zich in tijden van crisis aan de criteria van Maastricht te houden, nog een paar jaar in de wachtkamer van de eurozone mogen doorbrengen. De vrees is namelijk dat Duitsland en Frankrijk, geschokt als ze zijn door de kwetsbaarheid van de PIIGS (Portugal, Ierland, Italië, Griekenland en Spanje), hun inspanningen zullen richten op het consolideren van de eurozone, voordat er sprake zal zijn van uitbreiding.

De economische crisis heeft een Europa voortgebracht waarin meer verdeeldheid heerst dan sinds het begin van de oorlog in Irak het geval was. Gelukkig gaat het dit keer niet om het 'oude Europa' tegenover het 'nieuwe', maar om de eurozone tegenover de landen die er geen lid van zijn. Maar als je de kaart erbij pakt, moet je helaas constateren dat de eurozone tevens samenvalt met het 'oude Europa', terwijl de landen die geen deel uitmaken van de eurozone, bijna allemaal tot de Yalta Club-landen behoren.