Op 18 maart moet de commissie voor industrie, externe handel, onderzoek en energie (ITRE) van het Europees Parlement de definitieve versie aannemen van het voorstel voor de verordening, bedoeld om een snelle en doelmatige reactie te garanderen van de EU in het geval van een gascrisis.

Het grote probleem is dat de centrale vraag, vanaf welke drempel de EU de noodtoestand in de Unie mag uitroepen, nog lang niet is geregeld. De tot nu toe ingediende compromisvoorstellen herhalen voortdurend de bestaande regels en beantwoorden daarmee niet aan de verwachtingen die vooral Polen ervan heeft.

"Wij willen dat de EU het hulpsysteem in werking stelt zodra een van de lidstaten 10% minder gas geleverd krijgt van een derde land", verklaarde Europarlementariër Jacek Sarvusz-Wolski (PPE) naar aanleiding van dit onderwerp. Hij benadrukt dat in het voorgestelde compromis pas wordt overgegaan tot gemeenschappelijke hulp bij een daling van 20% van de aanvoer op het niveau van de Europese Unie, en dat een drempel van 10% slechts zou gelden voor een beperkt aantal vastgestelde geografische zones.

Voor Polen is een drempel van 20% verminderde gastoevoer nadelig

Daarnaast staat in de tekst dat de voornaamste gasleidingen van de EU binnen vier jaar koppelingen dienen te hebben met de mogelijkheid van een inverse stroom, zodat er bij een tekort aan energie gas kan worden getransporteerd naar die plekken waar het nodig is. Wat de netelige kwestie van de drempel betreft waarop het noodprogramma van de Unie in werking moet treden, zou het volgens een groot aantal experts schadelijk zijn voor Polen als er wordt gewacht met noodmaatregelen totdat de aanvoer van energie is gedaald met 20%.

Als Polen, zoals wordt overwogen, zich in dezelfde geografische zone zou bevinden als Duitsland en de Baltische staten, zou er geen reden zijn om een hulpsysteem van de Unie op te zetten, zelfs al zou Polen 1,5 miljard kubieke meter gas tekortkomen. Want binnen deze geografische zone zou er een daling van ongeveer 7 miljard kubieke meter gas nodig zijn voordat het gemeenschappelijke noodprogramma in werking treedt. Bovendien zou de hulp op regionaal niveau moeten worden verleend en dus uit een van de buurlanden afkomstig moeten zijn. In de zone van Polen zou alleen Duitsland daartoe in staat zijn.

Lidstaten die geen problemen ondervinden, zullen niet staan te juichen

Na een eerste lezing in het parlement – waarschijnlijk in mei – moet de verordening ter goedkeuring nog worden voorgelegd aan de Raad, en daar kunnen we nieuwe amendementen verwachten. Alles wijst erop dat de lidstaten die geen problemen ondervinden bij de aanvoer van gas en die ook geen slachtoffer zijn geworden van de recente gascrisis niet bepaald zullen staan juichen bij het idee van solidariteit op energiegebied in de EU. Bovendien beschouwen de meeste EU-landen de gaspijpleiding Nord Stream als een vorm van continuïteit van energielevering aan Europa. De bouw van deze pijpleiding is een gezamenlijk initiatief van Duitsland en Rusland, waaraan Frankrijk binnenkort ook gaat meewerken.