**Spanje beleeft een van de moeilijkste tijden in zijn recente geschiedenis. Het land is gedompeld in wantrouwen dat zowel de financiële sector als de overheidsfinanciën in een wurggreep houdt, en probeert met alle mogelijke middelen de dreiging van externe interventie te bezweren. Zo'n interventie zou in twee opzichten nadelig uitwerken: ze zou niet alleen een psychologische tik uitdelen maar ook ongetwijfeld vergezeld gaan van extra, nog pijnlijker offers en van het vrijwel totale verlies van het kleine stukje autonomie dat het land nog rest.

Een soortgelijk gevoel van onzekerheid over de toekomst is waarschijnlijk te vinden bij de sleutelmomenten van de overgang naar de democratie of van de eerste jaren van die democratie.**

Het lidmaatschap van de Europese Unie had de overgang naar democratie en de normalisering van de status van ons land op het internationale toneel bezegeld; dat Spanje vervolgens samen met de meest ontwikkelde landen van de regio tot de monetaire unie was toegetreden, had het nog breekbare nationale zelfrespect zodanig opgekrikt dat sommigen van mening waren dat 1998 de afsluiting betekende van de eeuw van decadentie en mislukkingen die in 1898 was begonnen [met de nederlaag in de Spaans-Amerikaanse oorlog en het verlies van de laatste Spaanse koloniën], en een tijdperk met radicaal nieuwe vergezichten inluidde. Zo wist ons land zelfs in de ergste momenten van de crisis een duidelijke koers vast te houden en heldere, zelfs ambitieuze perspectieven te scheppen.

Vertrouwensbreuk

**In de huidige crisis die wordt gekenmerkt door een vertrouwensbreuk, zowel nationaal als internationaal, en het ontbreken van nationale en Europese perspectieven, is daarvan echter geen sprake. Misschien is dit daarom wel de eerste crisis waarin veel Spanjaarden niet op een betere toekomst hopen, maar simpelweg terugverlangen naar het directe verleden en de levensstandaard die ze toen kenden. Dat is een groot verschil met de andere markante episodes uit de Spaanse politiek.

In Spanje legt de crisis talrijke breuklijnen bloot. Zo is de werkloosheid enorm gestegen en stagneert de economie, maar daarnaast komt er telkens een nieuwe donkere schaduw boven de belangrijkste Spaanse instellingen drijven. Of het nu gaat om de monarchie, de politieke partijen, het rechtsstelsel, de Spaanse nationale bank, de autonome regio's, de lokale overheden of het financiële systeem, geen enkele van deze fundamentele instellingen – waarvan sommige nog steeds de hoeksteen vormen van het democratische regime dat op de grondwet van 1978 is gestoeld – ontkomt aan de verwarring en aan het wantrouwen van de publieke opinie.

Op Europees niveau is de teleurstelling even groot. Het democratische Spanje en de Europese integratie zijn altijd onlosmakelijk met elkaar verbonden geweest en dat is nog steeds het geval. Het is niet langer mogelijk onze jonge democratische geschiedenis te begrijpen zonder Europa, zijn instellingen en zijn beleid. Evenmin kunnen we als Spanjaarden de grote besluiten over onze toekomst buiten Europa om nemen. Vandaag echter, in een land waar Europees belang en nationaal belang hand in hand gaan, resulteert het failliet van Europa in een nationaal failliet.**

Deze crisis is een politieke crisis

**Toen het uur van de waarheid sloeg, heeft Europa zichzelf en zijn principes verraden: op het moment dat de logica van Europa en van het gemeenschappelijk project moest prevaleren, werd een andere logica op het voetstuk geheven, namelijk eentje die gebaseerd was op nationale belangen, op identiteit en op eigenheid. Griekenland was en is daarvan het sprekende bewijs: het onverantwoordelijke gedrag van de Griekse elites heeft samen met het gebrek aan gezag van de Europese elites een vicieuze cirkel gecreëerd die linea recta tot ontwrichting en diepe breuken leidt.

Dat we zowel op nationaal als Europees niveau tekortschieten, verklaart waarom het zo moeilijk is uit de crisis te komen en waarom de onzekerheid zo sterk om zich heen heeft gegrepen. We kunnen ons met recht afvragen of het huidige systeem van de Spaanse autonome gemeenschappen een oplossing voor de crisis tegenwerkt of juist bevordert. Op Europees niveau zijn velen er in elk geval van overtuigd dat de crisis te wijten is aan een slecht ontwerp van de monetaire unie, dat mede de oorzaak is van het gebrek aan economisch evenwicht dat de huidige situatie heeft geschapen. Decentralisatie, bevoegdheden, belastingen, gezag en politieke legitimiteit, het is geen toeval dat in Spanje en de EU dezelfde onderwerpen op de agenda staan: de Spaanse democratie en het Europese politieke stelsel staan onder grote spanning, een spanning die op de juiste wijze moet worden verminderd als we het vertrouwen willen herstellen.

Als Spanjaarden en Europeanen moeten wij de instellingen en het vertrouwen weer opbouwen, want het is zonneklaar dat we het niet redden met het institutionele systeem en de machtsverhoudingen zoals die nu gelden. Paradoxaal genoeg biedt juist dit gegeven vertrouwen in de toekomst: zowel in Spanje als in Europa is deze crisis een politieke crisis en de oplossing daarvan ligt bij de politiek – ze is dus binnen handbereik. Daadkracht? Jazeker, want dat is precies wat we nodig hebben, in Spanje en in Europa.**