**Tomislav Nikolić is nog maar net verkozen tot president, maar heeft al wel ontdekt dat het een stuk gemakkelijker is om oppositie te voeren: elke uitspraak die hij doet, wordt voortaan met argusogen bekeken door de media. Nikolić is er met drie verklaringen nu al in geslaagd de relatie met bijna al zijn buren onder druk te zetten. Om te beginnen beweerde hij dat Vukovar een Servische stad is waar Kroaten niet naartoe hoefden terug te keren. Daarna zei hij dat hij zich niet zou verzetten tegen de onafhankelijkheid van Montenegro, maar dat hij geen enkel verschil zag tussen Serviërs en Montenegrijnen. Vervolgens ging hij nog door op dit onderwerp door te melden dat er geen sprake was van genocide in Srebrenica, waarmee hij zich de woede van de Bosniërs op de hals haalde.

Nikolić deed geen van deze uitspraken overigens op een ruzieachtige of strijdlustige toon, integendeel. Als we ze vergelijken met zijn vroegere uitspraken, waarmee hij “beroemd” is geworden, kunnen we vaststellen dat hij veel moeite heeft gedaan om zijn nieuwe imago van vredestichter te creëren. Toch blijven de schandalen hem inhalen, hoe goed hij zijn best ook doet. Alsof ze sterker zijn dan hij.**

“Er is geen genocide geweest in Srebrenica”

Op de vraag van de grootmoefti van Sandjak, Muamar Zukorlić**, of hij een bezoek zou gaan brengen aan Srebrenica en de genocide zou veroordelen, antwoordde hij: “Waarschijnlijk niet”. “President Boris Tadic [zijn voorganger] heeft al eens een bezoek gebracht aan Srebrenica en de misdaden veroordeeld die daar zijn gepleegd, dus ik zie geen reden om die kwestie weer op te rakelen”, zei hij. Had hij het daar nu maar bij gelaten, maar nee : “Er is geen genocide geweest in Srebrencia. Er is daar een afschuwelijke misdaad gepleegd en de daders moeten worden opgepakt, berecht en veroordeeld”, vervolgde hij.

De eerste gelegenheid voor Nikolić om als staatshoofd in actie te komen was op de dag van zijn inauguratie [31 mei]. Binnen 24 uur nadat hij de eed had afgelegd, kondigden de media aan dat de in Kosovo gestationeerde NAVO-troepen (KFOR) de toegangswegen naar het noorden van Kosovo hadden geblokkeerd om de wegversperringen te verwijderen die door lokale Serviërs een paar maanden geleden waren opgericht in een poging machtsvertoon van politie en douane van Kosovo langs de grens met Servië te verhinderen. Opnieuw klonk de alarmsirene ten noorden van Kosovska Mitrovica en de naburige dorpen, waar de bevolking in meerderheid Servisch is, terwijl de lokale Serviërs zich verzetten tegen de KFOR-troepen.**

**Nikoli****ć vond Tadic te meegaand over Kosovo******

**Nikoli****ć**** heeft zijn voorganger Tadic jarenlang verweten te meegaand te zijn ten aanzien van Kosovo. Toen Nikoli****ć**** besloot een greep naar de macht te doen, hing hij zijn anti-Europese aan de wilgen en trad toe tot de groep voorstanders van het Servische lidmaatschap van de EU, waarbij hij overigens wel benadrukte dat Kosovo wat hem betreft de spreekwoordelijke rode lijn was. In een recent interview voor de Montenegrijnse televisie herhaalde hij nog maar eens dat hij de onafhankelijkheid van Kosovo niet zou erkennen, zelfs al zou dat betekenen dat Servië zou moeten afzien van lidmaatschap van de EU.

Nikoli****ć**** bezwoer tijdens de eedaflegging voor 250 nieuwe volksvertegenwoordigers in de Servische nationale vergadering, waarbij hij tevens zijn taken als opperbevelhebber van het Servische leger op zich nam, dat hij zich uit alle macht zou inzetten “voor het behoud van de soevereiniteit en de onschendbaarheid van de Republiek Servië, inclusief Kosovo en Metohija, die daar integraal deel van uitmaken”. Krap twintig uur later bewees de operatie van KFOR dat Servië toch niet helemaal soeverein was op dit deel van zijn grondgebied. En wat deed Nikoli****ć**** ? Hetzelfde wat Tadic in zijn plaats zou hebben gedaan! Via lokale radio- en televisiestations werd er een oproep gedaan aan de Serviërs in de dorpen in het noorden van Kosovo om kalm te blijven en de KFOR-troepen niet aan te vallen.**

Zijn droom van een Groot-Servië

**Een ommekeer? Nee, in dit geval was het vooral een kwestie van realiteitsbesef. Het is gemakkelijk om mensen op te hitsen met uitspraken over Vukovar en Srebrenica, door het over oorlogen te hebben die achter ons liggen. Kosovo is een kwestie van geheel andere orde. Na de Servische verkiezingen reisde het hoofd van de Slowaakse diplomatieke dienst, Miroslav Lajcak, naar Belgrado af in zijn rol als gezant van Catherine Ashton en José Manuel Barroso. Hij bracht deze boodschap over aan Nikoli****ć****: het normaliseren van de betrekkingen en het hervatten van de dialoog met Kosovo zijn een absolute voorwaarde voor toenaderingsgesprekken tussen Servië en de EU.

Nikoli****ć**** had het leger kunnen sturen om de Serviërs te hulp te komen die de blokkades bemanden die ze in Leposavic hadden opgericht. Dat heeft hij niet gedaan. Hij beseft ongetwijfeld zelf intussen ook wel dat het nemen van zijn verantwoordelijkheid als staatshoofd van een volstrekt andere orde is dan het uitweiden over zijn droom van een Groot-Servië, nog los van de vraag of die te verwezenlijken is of niet.**