Ik moet toegeven dat ik al jaren van deze wedstrijd droom. Het toernooi is net begonnen. Het is acht juni 2012, drie minuten voor zes, in het Nationale Stadion van Warschau. De Poolse en Griekse teams komen uit de tunnel. Ik hoor het publiek schreeuwen. Ik zie onze elf jongens die zo meteen de strijd zullen aangaan. Ik hoor het volkslied, dat uit vijftigduizend kelen klinkt, en ik krijg er kippenvel van. Hup Polen!

Oké, dit was misschien een beetje sentimenteel en bombastisch, dus voor de goede orde doe ik hierbij ook de groeten aan de heer Surkis [de voorzitter van de Oekraïense voetbalbond, red.], en ik bedank hem hartelijk. We zouden dit festijn immers niet hebben meegemaakt als een Oekraïense miljardair, zoals het gerucht gaat, niet voldoende stemmen bij het UEFA-bestuur zou hebben gekocht, waarna Michel Platini, naar verluidt tot zijn grote verrassing, de wereld kon laten weten dat het UEFA EK voetbal 2012 gehouden zou worden in Polen en Oekraïne. Zonder Surkis zou deze grote dag niet mogelijk zijn geweest.

De Polen die geen kans missen

Die zou echter ook niet mogelijk zijn geweest zonder het grote, ongekende succes dat Polen doormaakt. Dan zou het idee om de kampioenschappen in Polen en Oekraïne te organiseren slechts een dwaze droom zijn geweest. Het feest is niet helemaal van onszelf, maar het zou ook niet zonder ons gehouden kunnen worden.

Wat ligt er ten grondslag aan dit succes? Om het kort te zeggen, hebben we een kans gegrepen die ons (kruis aan wat van toepassing is) door God, door het lot, door de geschiedenis of in de schoot werd geworpen. Let op de woorden ‘hebben gegrepen’. Hier zijn de Polen die geen kans missen, die geen gelegenheid voorbij laten gaan, maar die in plaats daarvan het beste maken van wat ze kunnen krijgen. Ze bouwen hun Bijbelse talenten uit in plaats van ze te begraven. Nee, dat klinkt neerbuigend: de Polen. Ik bedoelde: wij, Polen!

Eenvoudigweg ‘fajna’

Een week of twee na de fatale crash bij Smolensk werd ik bang. Het leek erop of de postromantische aanhangers van het idee dat Polen altijd de martelaar, altijd de verliezer is, en altijd vernederd en gemarteld wordt, ons de nationale vlag uit handen wilden nemen, en probeerden te verordonneren wie er een patriot was en wie niet. Waarbij ze tegelijkertijd probeerden drie van de vier Polen aan de zijlijn te plaatsen. Ik dacht destijds dat je nooit de rood-witte vlag van iemand mocht afpakken, maar dat je ook nooit zou moeten toestaan dat iemand de vlag van jou kon afnemen.

Toen verzon ik de slogan ‘Fajna Polska’ [dat vertaald kan worden als ‘leuk Polen’, red]. Groot-Brittannië had zijn ‘Cool Brittannia’, Zweden had ‘Sverige ar fantastik’. Maar Polen is niet cool – het is gepassioneerd, met zijn emoties en zijn gevoeligheid. Het is ook niet fantastisch. Het is eenvoudigweg ‘fajna’, met alles waar we van houden en alles dat ons ergert aan het land, met alles wat ons gelukkig maakt en al die dingen waar we boos om worden. Het is eenvoudigweg ‘fajna’.