Het gaat steeds beter met populistisch rechts in Europa. In het Oosten is het niets nieuws : in Hongarije, Slowakije en Roemenië zijn de partijen die van oudsher pro-fascistisch waren nog altijd in vorm. Als afstammelingen van de nationalistische ideologieën uit de jaren 30, promoten ze een etnisch-religieuze identiteit en wakkeren ze oude geschillen aan over grondgebied en de kwestie van buitenlandse minderheden.

In Hongarije kunnen de landelijke verkiezingen van 10 april de overwinning betekenen voor de grote nationalistische en conservatieve partij, de Fidesz, maar ook de definitieve doorbraak bevestigen van de Jobbik, een anti-semitische, xenofobe partij die met drie vertegenwoordigers in het Europees Parlement zit. In Slowakije zou de radicale Nationalistische Partij SNS zich staande moeten kunnen houden in een coalitieregering na de verkiezingen van 12 juni.

Een nieuwe generatie van rechts-radicale partijen is opgestaan

In het Westen heeft extreem rechts een verjongingskuur ondergaan, en komt tot bloei met een gelift gezicht. ”We zijn getuige van een grote vernieuwing van de identiteit van rechts, een nieuwe generatie van rechts-radicale partijen is opgestaan”, analyseert Jean-Yves Camus, onderzoeker aan het Instituut voor internationale en strategische betrekkingen. De leiders van deze partijen regelen het zo dat ze niet het etiket ”extreem” opgeplakt krijgen, en net aan de goede kant blijven van wat door wet en democratie als de rode lijn wordt beschouwd. Als ”rechts-populisten”, geven ze de voorkeur, net als hun collega’s van links, aan directe democratie in plaats van een representatieve democratie, maken ze de elite zwart door te zeggen dat ze geen binding hebben met de werkelijkheid, aan inteelt doen, en gecorrumpeerd zijn door het kosmopolitisme en de mondialisering.

Ze staan voor een ”meningen-democratie” die de tijdgeest tot wet maakt. Het volk, zo stellen ze, weet dat de elite niet heeft geleefd en niets van het echte leven begrijpt. Brussel is hun zondebok. Daar komen nog bij : vreemdelingenhaat, de vorming van een etnische identiteit, de aanvallen op de multiculturele samenleving en vooral, op de islam.

In Nederland, historisch gezien het land van de tolerantie, vertaalt deze terugslag zich door de opkomst van een ”anti-islam”-partij : de Partij voor de Vrijheid (PVV) van Geert Wilders. Het zou wel eens de grootste partij van het land kunnen worden bij de verkiezingen van 9 juni. In Italië voert de Liga Noord van Umberto Bossi campagne met als belangrijkste verkiezingspunt het afwijzen van ‘de ander’, eerst de Zuid-Italianen en nu ook de immigranten. Bij de regionale verkiezingen van 28 maart zou deze partij kunnen winnen in Venetië, misschien in Piëmont en eindigen als grootste rechtse partij in het noorden van het land, nog voor de partij van de regeringsleider Silvio Berlusconi.

Met een verwijzing naar het fascisme kom je als partij niet ver meer

Maar ”traditioneel” extreemrechts doet niet meer mee in het Westen. Dat is een kwestie van imago en wetgeving: vanwege wetten tegen holocaustontkenning , antisemitisme of racisme in veel landen kom je met een verwijzing naar het fascisme niet ver. Het is waar dat in Groot-Brittannië de xenofobe British National Party (BNP) lokaal vaste voet aan de grond heeft gekregen en twee Eurovertegenwoordigers heeft. En dat in Griekenland het niet minder racistische Populair Orthodoxe Alarm (LAOS) handig gebruik heeft gemaakt van de proteststemmers en nu vijftien volksvertegenwoordigers in het parlement heeft. Geen van deze partijen mag worden uitgesloten als kabinetspartners.

In West-Europa”, merkt Jean-Yves Camus op, ”verwijdert het huidige extreemrechts zich van de het gebruikelijke referentiekader van het fascisme en de autoritaire regimes van het interbellum. Het traditionele extreemrechts wordt iets marginaals, meer wat geroep in de maatschappij dan een politieke werkelijkheid, zoals de neonazipartij (NPD) in Duitsland”.

Camus heeft eind jaren 90 het idee van het ”Alpen-populisme” theoretisch omschreven. Op hetzelfde moment sloot de Oostenrijkse Partij voor de Vrijheid (FPÖ) van Jorg Haider een verbond met de conservatieven in Oostenrijk, brak de Zwitserse Volkspartij (SVP) van Christoph Blocher nationaal door in Zwitserland en kwam de Liga Noord in de coalitieregering met Silvio Berlusconi.

Het "Alpenpopulisme" is het prototype van de nieuwe populistische stromingen in West-Europa

In hun discours”, legt Camus uit, ”zien we dat de drie partijen bij elkaar aansluiten: alledrie bevinden ze zich aan de rand van Midden-Europa en hebben hun wortels in de Alpen, en doen ze herinneringen aan de vroegere Ottomaanse dreiging herleven. Bovendien geven ze uiting aan een waanbeeld van de islam en de Joegoslavische oorlog: de oorsprong van migratiestromen”.

Het Alpenpopulisme is het prototype van de nieuwe populistische stromingen van rechts in het Westen van Europa. Daar is sindsdien nog een gebeurtenis aan toegevoegd die makkelijk valt uit te buiten: de aanslagen van 11 september 2001 en de angst voor de islam die deze soms hebben opgeroepen.

Zwitserland heeft onlangs in een referendum gestemd tegen de bouw van minaretten, door zich te baseren op de ”anti-minarettenregelgeving” van twee Oostenrijkse deelstaten, Vorarlberg en Carinthië. Ook in Scandinavië treft de retoriek over het gevaar van de islam en moslimimmigranten zijn doel: de Deense Partij van het Volk (DF) zorgt sinds 2001 voor onmisbare steun in het liberaalconservatieve kabinet; de Partij voor de Vooruitgang (FrP) is de tweede partij in Noorwegen; en de Democraten van Zweden (SD) maken kans om deze herfst in het parlement te komen.