**Beppe Grillo, de komiek die jaren geleden zijn intrede deed in de politiek met een belediging (in 1987 viel hij de Socialistische Partij van Italië en de toenmalige premier Bettino Craxi aan naar aanleiding van diens bezoek aan de Volksrepubliek China), heeft bij de lokale verkiezingen van mei een belangrijke gemeente veroverd: Parma. Een van de hoofdpunten van zijn ‘Movimento 5 stelle’ (Vijfsterrenbeweging) is het vertrek uit de eurozone en de terugkeer van de lire. De aantrekkingskracht van de partij is vooral te danken aan een antisysteempropaganda van – niet ongegronde – kritiek op een politieke klasse die niet in staat is zich te vernieuwen en aan een overheersende aanwezigheid op het web. Maar het is indrukwekkend om te zien hoe de eerste openlijke anti-europartij steeds meer kiezers voor zich weet te winnen. Voor een deel zijn dit kiezers van centrumrechts die zijn gevlucht na de afgang van Berlusconi en de schandalen rond Lega Nord, maar Grillo vist ook uit de vijver van links en is razend populair onder jongeren.

Volgens een peiling van onderzoeksbureau SWG van eind mei zou Movimento 5 stelle 17% van de stemmen behalen: daarmee zou de beweging zelfs de tweede partij van Italië worden, na de Partito Democratico (24%) en voor de Popolo della Libertà (16%). Het anti-europrogramma van de partij gaat gevaarlijk goed samen met het klimaat van toenemend wantrouwen bij de Italianen ten opzichte van het Europese project. In het laatste jaarverslag van Eurobarometer, dat in maart werd gepresenteerd, verklaart 34% van de Italianen ontevreden te zijn over de maatregelen die tot nu toe door de EU zijn genomen om de crisis aan te pakken. Dit percentage ligt veel hoger dan in de rest van Europa.**

Italianen waren altijd positief over de euro

**En 20% – het hoogste percentage van de landen van het oude Europa – zegt geen informatie in te winnen over de EU, waarschijnlijk omdat de crisis al zo uitgebreid aan bod komt in kranten en media. Een zorgwekkende 74% vindt echter dat de burgers niet voldoende worden ingelicht over wat er in Europa gaande is.

Dit klimaat rijmt slecht met de sterk Europagezinde traditie van Italië. Lucrezia Reichlin onderwijst aan de London Business School, maar groeide op in Italië en was jarenlang werkzaam bij een van de belangrijkste Europese instellingen, de Europese Centrale Bank. “Italianen waren altijd positief over de euro”, preciseert ze. Toen ze aan het hoofd stond van de onderzoeksafdeling van de Eurotower kreeg ze vaak de enquêtes te lezen over de mening van de Europeanen over de EU en de Italianen behoorden altijd tot van de meest positieve landen. Nu echter, voegt ze er aan toe “lijkt het alsof de waardering afneemt. Ongeveer hetzelfde gebeurde met de Grieken. Historisch gezien is er altijd een groot wantrouwen geweest ten aanzien van de eigen regeringen, zowel in Italië als in Griekenland”. Volgens Reichlin ontstond uit dit historische gebrek aan vertrouwen in de eigen instellingen “de hoop dat door toetreding tot de EU iets van de deugdzaamheid van landen met sterkere instellingen kon worden overgenomen”. Deze opvatting wordt gedeeld door een andere toegewijde onderzoeker van Europese zaken, namelijk de econoom Paolo Guerrieri, van het College of Europe in Brugge. Hij noemt het Italiaanse pro-Europese gevoel een “verankering die de versterking van de nationale identiteit niet in de weg staat, maar juist aanvult”.**

Berlusconi had wispelturige relatie met Europa

**Door de crisis en vooral door de enorme opofferingen als gevolg van de bezuinigingen verslechtert deze houding ten aanzien van Europa echter. Een stemmingswisseling waar niet alleen Beppe Grillo lucht van heeft gekregen. De enige partij die de gemeenschappelijke munt nu nog vol overtuiging verdedigt is de Partito Democratico. In rechtse kranten zijn steeds vaker agressieve leuzen over de EU en de euro te lezen. En in de Libero, de ‘huiskrant’ van veel aanhangers van de voormalige partij van Berlusconi, verschijnen enquêtes die expliciet vragen om “voor of tegen de euro” te stemmen en waaruit blijkt dat inmiddels meer dan 60% tegen is.

Natuurlijk heeft de van oudsher meest eurosceptische partij, de Lega Nord, het momenteel te druk met puinruimen na het schandaal met het overheidsgeld dat de familie van de oprichter, Umberto Bossi, ruïneerde. Het is echter interessant om te wijzen op het feit dat de coalitie die het land de laatste tien jaar hoofdzakelijk heeft geregeerd, geleid door Silvio Berlusconi, altijd een wispelturige relatie met Europa heeft onderhouden. Terwijl de voormalige minister van Economie, Tremonti, mede aan de grondslag lag van de hervorming van het stabiliteitspact dat kort na 2000 tot een versoepeling van de criteria voor het begrotingstekort leidde, besloot de centrumrechtse regering na invoering van de euro om vrijwel meteen een einde te maken aan de regel van de prijskaartjes met de dubbele aanduiding in euro en lire. Een cadeautje voor de middenstand, de harde kern van de achterban van de partij van Berlusconi. Waar zoals bekend de consument de dupe van werd.

Wellicht zal de komende verkiezingscampagne voor de parlementsverkiezingen van 2013, vooral in het Berlusconi-loze centrumrechts dat geteisterd wordt door een uitstroom van kiezers, dus gekenmerkt worden door een grote euroscepsis. Vooral omdat het land er niet in slaagt een oplossing te vinden voor een crisis die nog wordt verergerd door bezuinigingsmaatregelen en omdat het anti-europopulisme van Grillo overduidelijk is veranderd in een stemmenmagneet.**