Catherine Ashton, hoofd Buitenlandse Zaken van de EU, veroorzaakte nogal wat ophef met haar reis naar Israël en de Gazastrook deze week [17-19 maart 2010]. Ze zou de gelegenheid moeten aangrijpen om Europa's mislukte aanpak van het vredesproces in het Midden Oosten opnieuw in balans te brengen. Doet ze dat niet, dan zou haar bezoek pas echt zonde van de tijd zijn geweest.

Er is veel discussie gaande over Europa's gebrek aan invloed op Israël. De EU bevroor vorig jaar de gesprekken over een uitgebreide associatie-overeenkomst met Israël en de standpunten over zaken als de status van Jeruzalem verschoven in pro-Palestijnse richting. Maar de Israëlische weigering om de vorming van een akkoord een halt toe te roepen suggereert dat deze maatregelen slechts een geringe invloed hadden. De bewering van Miguel Angel Moratinos, de Spaanse minister van Buitenlandse Zaken, dat het Spaanse EU-voorzitterschap het diplomatieke spoor van het vredesproces definitief zou verleggen naar een eindoplossing lijkt op zijn minst op misplaatste opschepperij. Maar waar de Europese invloed wel degelijk telt, is bij de hulp die de EU biedt aan het opbouwen van een Palestijnse overheid.

De EU is lang de grootste sponsor van de bezette gebieden geweest en schonk miljarden euro's ter ondersteuning van de opbouw van de instituten van Palestina's eerste staat. Sinds de Hamas-regering vier jaar geleden werd gekozen, nam Europa's steun aan de bezette gebieden dramatisch toe. Paradoxaal genoeg verdubbelden de algemene Europese fondsgelden bijna in de 12 maanden na de Hamas-overwinning. Omdat de EU weigert banden aan te gaan met Hamas, dat nu zit opgesloten in Gaza, worden al deze fondsen doorgesluisd via instituten die onder toezicht van Fatah op de Westelijke Jordaanoever staan.

EU-missie wordt gebruikt om Fatah meer macht te geven ten opzichte van Hamas

Wel veranderde de aard van de hulp: van lange termijn regeringshervormingen naar korte termijn noodhulp. De toewijzing ervan is ondoorzichtig geworden, wat de Europese eis van een grotere Palestijnse verantwoordelijkheid op een ongemakkelijke manier in de weg staat.Betere bestuursnormen zouden de polarisatie tussen Fatah en Hamas gematigd kunnen hebben. Deze laatste partij kwam aan de macht over de rug van het volk, dat ontevreden was over de corruptie van Fatah. En toch duldt de EU hetzelfde nepotisme en gecentraliseerde politieke macht opnieuw. Er werd gesproken over politieke hervormingen, maar inmiddels worden deze hervormingen ingezet als steun aan een ogenschijnlijk gematigde leider – President Mahmoud Abbas. De EU-missie die de politie op de Westelijke Jordaanoever steun biedt, heeft de veiligheidsdiensten van Fatah meer macht gegeven ten opzichte van Hamas.

De missie gaat officieel ook over mensenrechten en wettelijke voorzieningen, maar in de praktijk blijkt dat Fatah-strijdkrachten worden uitgerust voor hun strijd om de macht tegen Hamas. Dergelijke stiekeme praktijken om Hamas te verslaan onder het mom van bestuurlijke hervormingen, maakt de bestaande tegenstellingen tussen Palestijnen alleen maar scherper. Het wordt nu duidelijk wat deze eenzijdige benadering de EU gaat kosten. De hoop was gevestigd op een leider die nu dreigt zich niet opnieuw kandidaat te stellen. De EU steunde zelfs Abbas' beslissing om de verkiezingen vorig jaar uit te stellen. Daarnaast werd er geen heldere route uitgestippeld naar een Palestijnse eenheidsregering. Zelfs tussen EU-staten blijven de meningen verdeeld over hoe hoog de eisen moeten zijn die er aan de Hamasleden van een dergelijke regering worden gesteld.

Europese donoren zouden de hulp uit handen van de inefficiënte elite moeten houden

In besloten kring geven Europese diplomaten toe dat zij zichzelf na de verkiezingen van 2006 in een doodlopende weg gemanoeuvreerd hadden, door zichzelf de beperking op te leggen om slechts met één deel van het Palestijnse politieke spectrum te onderhandelen. Het begin van een andere fase in de electorale cyclus biedt de EU de gelegenheid te ontsnappen aan deze impasse. Lady Ashton kan met dit onderwerp snel scoren: één van de grootste tekortkomingen van de afgelopen jaren was het gebrek aan diplomatieke steun aan degenen die EU-hulpprogramma's ter plaatse moesten uitvoeren, getuige de zieltogende grensbewakingsmissie die zich nu op kilometers afstand van de Rafah grensovergang ophoudt.

Een eenheidsregering zou op zichzelf geen oplossing bieden voor de Palestijnse zorgen. Wat er nodig is, zijn geen ondoorzichtige, in achterkamertjes overeengekomen deals tussen Fatah- en Hamasleiders, maar een levendige, open politiek. Europese donoren zouden de hulp uit handen van de inefficiënte elite moeten houden die zowel aan Fatah- als aan Hamaszijde de lakens uitdelen. Er is grote behoefte aan hulp bij het democratische vermogen dat vanuit de Palestijnse gemeenschap zelf komt en de hulp moet daarom gegeven worden aan burgerorganisaties. Alleen dat kan burgers een gevoel van eigenaarschap geven en kan ze aanzetten tot het overwinnen van partijzucht, als een noodzakelijke eerste stap in de onderhandelingen met Israël.