De afstand tussen Warschau en Athene bedraagt bijna 1.600 kilometer. Toch hebben de Europese staatshoofden en regeringsleiders ervoor gekozen om het hoofdkantoor van Frontex, het agentschap dat toezicht houdt op de immigratie aan de buitengrenzen, in 2004 in de Poolse hoofdstad te vestigen. Ze waren blijkbaar vergeten dat de meeste illegalen die er ieder jaar in slagen Europa te bereiken, via de landen in het Middellandse-Zeegebied reizen.

"Het idee om marineschepen en kustwachters voor de kust van Malta vanuit Warschau te willen aansturen, is toch een enigszins merkwaardige keuze", verzucht de Duitse europarlementariër Ingeborg Grässle, die lid is van de Begrotingscommissie van het Europees Parlement. De Europese leiders hebben uiteindelijk hun gezond verstand gebruikt door in februari te besluiten een bijkantoor van Frontex te openen in het Griekse Piraeus. In november 2009 hadden zij er al mee ingestemd om het toekomstige Europees Ondersteuningsbureau voor asielzaken in Malta te vestigen. Dit bureau, waarvoor 5 miljoen euro is uitgetrokken, zal vanaf september operationeel zijn.

"Agentschappen schieten als paddestoelen uit de grond"

De Europese agentschappen werken als volgt. Is er een probleem? Dan richten de 27 in allerijl een agentschap, een dienst, een bureau, een instituut, een waarnemingscentrum of een autoriteit op. In totaal telt de EU 28 regulerende organen, die verspreid zijn over alle uithoeken van Europa, van Vigo tot Helsinki, en van Heraklion tot Parma. Hun taak? Toezicht houden op GGO's, berekeningen opstellen over de arbeidsduur, ervoor zorgen dat octrooien worden geregistreerd, de visserij controleren, enzovoort. Maar deze Europese steunpunten, die oorspronkelijk bedoeld waren om Europa dichter bij de burgers te brengen, blijken uiteindelijk veel te kosten: met uitzondering van vijf agentschappen die zichzelf kunnen bedruipen, functioneren ze dankzij communautaire subsidies (1,24 miljard euro in 2008). Hun personeelsbestand is in vijf jaar tijd verdubbeld, en ging van 2.250 naar 4.460 werknemers.

"De agentschappen schieten als paddenstoelen uit de grond, naargelang de verzoeken van de lidstaten en zonder dat dit door argumenten wordt gestaafd", merkt EP-lid Véronique Mathieu verontwaardigd op. Het heeft evenwel geen zin te overwegen om te snijden in de agentschappen, omdat dit zeer gevoelig ligt bij de lidstaten. Het besluit om een nieuw orgaan op te richten, valt namelijk rechtstreeks onder de bevoegdheid van de staatshoofden en regeringsleiders. De Europese toppen zijn regelmatig het toneel van een homerische strijd, aangezien alle leiders ervoor vechten om een nieuw agentschap – dat gegarandeerd bevoegdheden en banen oplevert – naar hun eigen land te halen. Zo hebben de Slovenen in december de Roemenen en de Slowaken nipt verslagen, toen de Sloveense hoofdstad Ljubljana werd aangewezen als zetel voor het nieuwe Europese energie-agentschap (Agency for the Cooperation of Energy Regulators – ACER).

Eurofound en OSHA houden zich allebei bezig met arbeidsomstandigheden

"Als de Raad echt eerlijk was, zou hij ermee instemmen om bepaalde agentschappen te sluiten", is het scherpe oordeel van de Duitse europarlementariër Ingeborg Grässle, die wijst op de vaak overtollige taken van de agentschappen. Zo zijn er bijvoorbeeld twee agentschappen, in Thessaloniki en in Turijn, die verantwoordelijk zijn voor beroepsopleidingen. Op dezelfde wijze houden zowel Eurofound (in Dublin) als OSHA (in Bilbao) zich bezig met arbeidsomstandigheden... Een ander dringend punt, dat eveneens moeilijk uitvoerbaar is, is het toezicht op deze agentschappen. Want het gaat steeds vaker mis. De EU-agentschappen, die vaak te klein zijn en omkomen in de administratieve rompslomp, hebben grote moeite zich aan de regels te houden die door Brussel worden opgelegd. En vaak zijn ze geneigd om naar eigen goeddunken regels op te stellen.

Te hoge schatting van de behoefte aan geldelijke middelen, overvloedige personeelswerving, gebrek aan transparantie bij aanbestedingen: allemaal misstanden die vaak voorkomen in de rapporten van de Rekenkamer over de agentschappen. Zo heeft het inmiddels opgeheven Europees Agentschap voor de Wederopbouw (EAR), dat de bijstand coördineerde aan bepaalde Balkanlanden, een cheque van 1,4 miljoen euro aan UNICEF uitgeschreven. Een actie "die riekt naar onregelmatigheden", aldus de Europese waakhond. Het komt ook voor dat agentschappen over de schreef gaan. Dat is het geval met de Europese Politieacademie (EPA), die gevestigd is in Bramshill, op ongeveer 70 km van het centrum van Londen. Het Europees bureau voor fraudebestrijding, OLAF, voert momenteel een onderzoek uit naar de EPA. Twee werknemers van dit agentschap worden ervan beschuldigd dat zij geld hebben verduisterd voor privédoeleinden.

De Zweedse directeur van de EPA is eind januari met stille trom vertrokken en is opgevolgd door de voormalige nummer twee van de Hongaarse politie. Om uiting te geven aan haar ongenoegen heeft de Commissie het mes gezet in de begroting van de EPA en 1 miljoen euro aan subsidie ingehouden. Door dit schandaal hebben de Europese leiders zich gerealiseerd dat het dringend noodzakelijk was de werkwijze van de Europese agentschappen te veranderen. De 27 lidstaten zijn het er in 2009 over eens geworden om de subsidies en de aanwerving van personeel aan banden te leggen. Commissievoorzitter Barroso heeft vorige maand alle directeuren van de agentschappen bijeengeroepen voor "een gedachtewisseling over de toekomstige aanpak van de Europese Unie inzake het bestuur van de agentschappen". Dit is typisch Brussels jargon dat laat doorschemeren dat de Commissie de teugels van deze onbeheersbaar geworden Europese organen graag weer zelf in handen zou willen nemen.