Zoiets is in de geschiedenis van het moderne Griekenland nog nooit vertoond. Ik houd me nu al meer dan 30 jaar bezig met internationale politieke ontwikkelingen, maar ik heb nog niet eerder meegemaakt dat buitenlandse leiders zich op deze wijze mengen in de Griekse verkiezingen. Het is een triest voorbeeld van internationale vernedering die het aanzien van ons land schaadt. De eerste de beste leider van een onbeduidend land in Europa heeft voortaan het recht de Grieken te dicteren op welke partij ze moeten stemmen, iets wat ontoelaatbaar was voordat Griekenland onder curatele kwam te staan. En dat allemaal als gevolg van het memorandum dat door George Papandreou en zijn medewerkers is ondertekend.

We kunnen onze ogen en oren soms nauwelijks geloven als we lezen en horen dat bondskanselier Angela Merkel en haar minister van Financiën, Wolfgang Schäuble, bijna dagelijks eisen van het Griekse volk dat het stemt op Samaras in plaats van op Tsipras. Diezelfde eis herhalen de socialistische Franse president Hollande en de Italiaanse premier Monti ook nog eens en dit alles wordt ter harte genomen door de bureaucratische piramide in Brussel en alle instellingen van de EU, de Commissie, de ECB, het Europees parlement, de eurolanden, enzovoorts.

Beland in een politieke hysterie

Na de uitslag van de vervroegde verkiezingen van 6 mei jongstleden, waarin de partijen die voorstander waren van de noodleningen werden afgestraft en nog maar 30 procent van de stemmen kregen in plaats van 80%, zijn ze in een politieke hysterie beland. De Nieuwe Democratiepartij die aan de leiding ging, wist niet meer dan 19 procent van de stemmen te behalen, terwijl de Syrizapartij [de coalitie van radicaallinks] met maar twee punten minder de grootste oppositiepartij werd.

De Duitsers sidderen bij de gedachte dat Syriza zich ten doel heeft gesteld om de eerste plaats te behalen bij de verkiezingen van juni – wat gezien de resultaten van 6 mei mogelijk is. De voornaamste zorg van de Duitsers is echter niet wat Tsipras zal gaan doen als hij minister-president wordt. Berlijn maakt zich het meest zorgen over het feit dat als Syriza de verkiezingen wint, er voor het eerst sinds 1950 weer een linksradicale regering wordt gevormd in een West-Europees land.

Dit betekent dat links dan weer een prominente plek gaat innemen en dat midden in een economische crisis. En dat terwijl de Duitsers en andere Europese leiders dachten dat ze zich na de val van de Sovjet-Unie in 1991 en het einde van het kamp van het ‘reële socialisme’ in 1989 definitief van links hadden weten te ontdoen.

Merkel voert campagne voor Samaras

De Duitsers willen koste wat kost voorkomen dat er een linkse regering wordt gevormd in Griekenland, los van het beleid dat zo’n regering zal volgen. Daarom bedreigen ze de Grieken nu botweg om te zorgen dat ze op Samaras gaan stemmen.

Zelfs in zijn stoutste dromen had Antonis Samaras niet kunnen verzinnen dat de Duitse bondskanselier nog eens campagne voor hem zou voeren, net als de Franse president, de Italiaanse premier en de Amerikaanse president. Als Antonis Samaras ondanks al deze internationale hulp het slechtste resultaat in de geschiedenis van de Nieuwe Democratie, waarbij we het ‘succes’ van zijn 19% op 6 mei even buiten beschouwing laten, kunnen ze trots zijn op hun politieke talenten.

Maar ook als Nieuwe Democratie zondag met een magere score van 30 procent aan kop zal gaan, dan nog kan Samaras worden geconfronteerd met voorwaarden die ertoe zouden kunnen leiden dat hij geen minister-president wordt. Het Griekse volk laat zich op dit moment in elk geval weinig aan deze hypothese gelegen liggen. Veel ernstiger is de bewering van minister Schäuble dat “de werkelijke situatie in Griekenland, een pijnlijke crisis veroorzaakt door slecht financieel beleid, door de verkiezingsuitslag niet zal veranderen”.