Portret van de Week: Iveta Radičová, feniks van Bratislava

Iveta Radičová heeft een nieuwe politieke stijl gecreëerd in Slowakije.
Iveta Radičová heeft een nieuwe politieke stijl gecreëerd in Slowakije.
Respekt (Praag)

De Slowaakse Iveta Radičová slaagde er als eerste vrouw in om door te dringen tot de hoogste politieke kringen in centraal Europa. Ze vormt door haar stijl en haar opvattingen een tamelijk groot contrast met de enigszins viriele wereld van staatsaangelegenheden, waarin mannen de dienst uitmaken. Volgens het Slowaakse weekblad Respekt zou ze op 12 juni as. echter wel eens minister-president van het land kunnen worden voor haar christendemocratische partij SDKU.

Met Iveta Radičová (53) zijn we in Slowakije getuige van een strijd tussen traditionele en moderne tijden,die veel verder gaat dan een eenvoudige strijd om de politieke macht. Dat was al het geval tijdens de laatste presidentsverkiezingen [in 2004], waarbij Ivan Gašparovič als winnaar uit de bus kwam, een klassiek voorbeeld van de Slowaakse man, dol op auto’s, ijshockey en de fujara [een typisch Slowaaks blaasinstrument]. Iveta Radičová, voormalig hoogleraar sociologie en de eerste vrouwelijke sociologe in Slowakije, is onderhand uitgegroeid tot een waar societyfiguur. In haar eentje staat zij voor een nieuwe stijl in de politiek, waarbij ze zich presenteert als een gevoelige, ontwikkelde vrouw, die niet wenst mee te gaan met de meedogenloze regels van haar manlijke rivalen, die het politieke toneel tot oorlogsgebied hebben gemaakt.

Een van haar beweringen in het bijzonder is dat ze "nog liever de politiek verlaat dan dat ze de basisvormen van beleefdheid opgeeft." In televisiedebatten trakteert ze haar politieke tegenstanders dan ook systematisch op een grote glimlach. Dit ‘vrouwelijke principe’ gaat vergezeld van het aanhangen van een moderne liberale stroming in het Europese politieke gedachtengoed, of het nu gaat om geloof (dat is een privéaangelegenheid), over abortus (ik heb vertrouwen in onze vrouwen') of het feit dat ze welwillend staat tegenover verschillende minderheidsgroepen, van homo's tot Hongaren, van Roma tot immigranten. Haar manier van openstaan voor anderen is zeker meer dan eenvoudige politieke berekening, maar toch weet ze de aandacht van de media te waarderen, zelfs de mening van de roddelpers.

Een ander soort taalgebruik in de politiek

Ze geeft namelijk graag antwoord op hun vragen, over haar blonde haar (“ik heb een uitstekende kapper), over haar voorliefde voor zoetigheid (“ik weet net zoveel over bonbon- of chocoladewinkels als over wetgeving) en over haar passies. Juist om deze houding wordt ze door de roddelpers gewaardeerd en uit de wind gehouden. De populariteit van Radičová dateert uit 2005. Tot die tijd was ze alleen bekend in intellectuele kringen. Ze had de reputatie van een vrouw met een bijzondere intelligentie en een vlekkeloos verleden (in september 1989 maakte ze deel uit van een groep van veertien sociologen, die in het openbaar hadden geprotesteerd tegen de arrestatie van Slowaakse dissidenten).

Na jaren van neoliberale retoriek door de regering van Mikuláš Dzurinda [minister-president van oktober 1998 tot juli 2006, voormalig partijleider van de SDKU], heeft Radičová, destijds de enige vrouw in de regering, een ander soort taalgebruik geïntroduceerd in de politiek: in plaats van te hameren op fraudegevallen met sociale voorzieningen, sprak ze juist over die arme mensen die in de problemen waren geraakt zonder ooit iets verkeerds te hebben gedaan en de plicht die de staat heeft om hen te helpen. Ze beweert dat de Duitse bondskanselier Angela Merkel haar grote voorbeeld is. Maar in de wandelgangen van de SDKU vraagt men zich verbijsterd af of ze niet eerder Ségolène Royal bedoelt [kandidate van de socialisten die het in de Franse presidentsverkiezingen in 2007 opnam tegen Nicolas Sarkozy].

Het indrukken van een stemknop voor een collega kostte haar bijna haar carrière

In het parlement beging Radičová een vergissing die haar fataal had kunnen worden. Ze drukte op een knop van de stemautomaat in plaats van een collega van haar partij, die, zo verdedigde ze zich, te ver van de automaat verwijderd zat. Het regende vervolgens van alle kanten beschuldigingen van fraude en in politieke kringen en in de media werd ze letterlijk de grond ingeboord. Daarop gaf ze haar parlementszetel op. Even leek het er inderdaad op dat daarmee een einde was gekomen aan haar politieke carrière, vooral toen het Slowaakse dagblad SME haar politieke dood aankondigde.

Maar eind januari kwam daar ineens verandering in, toen Radičová aankondigde zich kandidaat te stellen als leider van haar partij voor de parlementsverkiezingen, die op 12 juni as. zullen worden gehouden. In de voorverkiezingen versloeg ze Mikoláš Dzurinda. Volgens recente peilingen gaat rechts de verkiezingen winnen. In dat geval zou Radičová best eens minister-president kunnen worden.

Factual or translation error? Tell us.