Zouden de landen een zuidelijk klinkende naam krijgen, dan zouden de recente ontwikkelingen in de eurozone doen denken aan een van die fijnzinnige telenovelas, die Zuid-Amerikaanse televisieseries vol leugens, liefdes en verraad waarin alles zich voortdurend herhaalt. En net als in iedere zichzelf respecterende telenovela is ook hier het scenario overhaast in elkaar geflanst.

Spanje telt net zoveel leegstaande huizen als de Verenigde Staten, dat toch zes keer groter is. De waarde van het onroerend goed is geleidelijk gekelderd en zal zeker nog verder dalen. Aanvankelijk staken de banken, die de bouw van die spooksteden met de goedkope euro hebben gefinancierd, hun kop in het zand. Net als de Spaanse en Europese leiders.

De 100 miljard euro die Spanje is toegekend, is bedoeld voor herkapitalisering van het financiële systeem. Dat verklaart waarom de Spanjaarden, in tegenstelling tot bijvoorbeeld de Grieken, geen dwingende agenda opgedrongen hebben gekregen. Daarmee kwamen de zaken echter wel een stuk ingewikkelder te liggen.

In Griekenland begon Syriza [coalitie van extreemlinks, red.] hard van leer te trekken: waarom zouden de Grieken aan voorwaarden moeten voldoen die niet voor de Spanjaarden gelden? Ook de Ieren, tot nu toe rustig en gedisciplineerd, hebben van zich laten horen. Waarom kregen zij na de vastgoedbubbel zulke harde bezuinigingsmaatregelen opgelegd? Zelfs het piepkleine Cyprus, dat binnenkort ook wel wat zakgeld kan gebruiken, waagt het om in het huis van de euro aarzelend de hand op te steken.

Een hoofdpersoon op het tweede plan

Is dat alles? Nee, zeker niet. We zijn pas bij aflevering 44 van de saga (ofwel de hoeveelheid persberichten die de Eurogroep sinds het uitbreken van de Griekse crisis over de stabiliteit van de euro heeft gepubliceerd ).

De Portugezen hebben al bijna driekwart van de financiële steun opgemaakt maar nog altijd geen uitzicht op toegang tot de obligatiemarkten.

In Spanje beperkt het verhaal zich niet tot de banken. Met het bankroet van autonome regio's en het hoogste werkloosheidscijfer van de Europese Unie bevinden ook de overheidsfinanciën zich in een weinig benijdenswaardige positie. Zodra de rente op de schuld de kritische grens van 7 procent passeert, een grens die al gevaarlijk dichtbij komt, rest het land niets anders meer dan bedelen.

Finland heeft aangekondigd dat het zonder garanties niemand ook maar één cent zal lenen.

Maar eigenlijk is dat allemaal niet zo belangrijk. Want iedereen wacht tot de hoofdpersoon ten tonele verschijnt, Italië, dat zich vooralsnog discreet op de achtergrond houdt.

Er was eens...

En wat valt er over Slowakije te vertellen? Slowakije dat zich opmaakt om de bestaande belastingen en verplichte bijdragen te verhogen of nieuwe belastingen in te voeren (de belastingwetgeving zal naar verwachting op 14 punten worden gewijzigd) om de 1 miljard euro binnen te halen die het aan Spanje heeft toegezegd? Ook Slowakije zou zijn verhaal kunnen vertellen om het scenario wat aan te kleden.

Wat het zou kunnen vertellen is dit:

Er was eens, in 1999, een klein land in Midden-Europa waarvan het banksysteem volledig was ingestort. De grote leiders besloten toen om bijeen te komen en een herstelplan uit te werken dat 125 miljard kronen (ongeveer 4 miljard euro) kostte – wat destijds neerkwam op 10 procent van het bnp. De Slowaakse belastingbetalers stemden ermee in om de rekening te betalen, ook al ging het om een zeer aanzienlijk bedrag. Elk huishouden moest namelijk om en nabij de 100.000 kronen [ongeveer 3.300 euro, red.] neertellen, wat overeenkwam met een gemiddeld netto jaarsalaris.

Zou de terugbetaling van de nu aan Spanje toegekende financiële steun van 100 miljard euro over alle Spanjaarden worden verdeeld, dan zou elk huishouden 6.000 euro moeten bijdragen, iets minder dan een gemiddeld netto kwartaalsalaris. Maar in Europa helpen we elkaar. Dus wie weet, misschien krijgen we ooit als tegenprestatie van de Spanjaarden een hacienda aan de Costa del Sol.