De toekomst van de euro hangt niet af van Italië, noch van Spanje, Portugal, Cyprus of zelfs Griekenland. Het is in Duitsland en nergens anders dat er besloten zal worden of en hoe er wordt doorgegaan met de eenheidsmunt. Berlijn vormt momenteel het hart van de crisis. Het Duitse ministerie van Financiën en de Bundesbank zijn zich daar terdege bewust van, maar de kwestie wordt nog lang niet publiekelijk besproken. Alleen Duitsland kan het grootste deel van de lasten dragen die gepaard gaan met het redden van de euro. De vraag is of de Duitsers dat wel willen, en ook hoe lang ze dat nog kunnen.

In de aanloop van een nieuwe moeizame Europese top zullen de politiek en publieke opinie in Duitsland nuchter hun berekeningen moeten maken: wat gaat de redding van de euro hen economisch en politiek gezien nog kosten? En wat zullen de kosten van een mislukking zijn, dat wil zeggen: als de eurozone in welke vorm dan ook uit elkaar valt? Welke risico's lopen de balansen van de Duitse banken en de Bundesbank in beide gevallen? Wat zouden de gevolgen van een mislukking zijn voor de positie van Duitsland in Europa? Moet en kan de kanselier wel blijven optreden als opzichter van Europa?

Debat naar hoger niveau tillen

Waarnemers van buiten Europa merken op dat de Duitsers het debat over de euro vanuit een verbazingwekkend moreel standpunt voeren: "Hoe kan het dat wij ervoor betalen om de Grieken op hun vijfenveertigste met pensioen te laten gaan?" Dat soort vragen zijn begrijpelijk, maar ongegrond: er is tot nu toe geen enkele Duitse euro in het Griekse pensioenstelsel gepompt. Het wordt tijd om het debat naar een hoger economisch en constitutioneel niveau te tillen.

De Duitse regering moet beoordelen wat ze voor de redding van de euro kan en mag doen. Die grenzen worden in Duitsland evenzeer bepaald door de grondwet als door de economische situatie en de publieke opinie. De burgers vrezen voor hun geld en zien de verschillende reddingsplannen steeds meer als een bedreiging.

Het is duidelijk dat de strategie die Angela Merkel tot nu toe voerde, op één belangrijk punt mislukt is: sinds 2010 gaf de kanselier net genoeg voor de redding van de euro om de boel draaiend te houden. Ze kocht tijd voor haar zeer begrijpelijke streven de teugels in handen te willen houden, en haar partners tot hervormingen te dwingen.

Maar de crisis is nog niet voorbij, integendeel: de kosten ervan blijven maar toenemen en de angst voor een nog diepere, nieuwe financiële wereldcrisis neemt toe. De deels fikse verlaging van de kredietwaardigheid van vijftien banken door kredietbeoordelaar Moody's, is een alarmsignaal. De eindstrijd om de euro is allang aan de gang.

Werelddepressie moeilijk te vermijden

Het uiteenvallen van de monetaire unie is dan ook een mogelijkheid waar we rekening mee moeten houden, letterlijk. De gevolgen daarvan betekenen vanuit Duits oogpunt gezien, niet alleen dat de koers van de noordelijke euro of de nieuwe Deutschmark, of welke naam er ook aan de nieuwe afsplitsingsvaluta gegeven wordt, ongecontroleerd de hoogte in zou schieten. Een nieuwe werelddepressie zou daarnaast maar moeilijk vermeden kunnen worden, en over de toekomst van de EU in zijn geheel kunnen we nu alleen nog maar speculeren. Vandaag de dag zijn er misschien velen die de euro een verschrikkelijk einde toewensen, maar je kunt je afvragen of zij een idee hebben van de omvang die die verschrikking zou aannemen.

Ook de redding van de euro zou voor Duitsland zeer duur zijn, net als overigens voor Frankrijk, Italië en andere landen. De voorstellen van het IMF, de landen van de G20 en een groot aantal economen komen in wezen op hetzelfde neer: de lidstaten van de eurozone moeten ten minste een deel van de risico's die hun banksystemen en staatsleningen met zich meebrengen, gezamenlijk dragen. Duitse en Nederlandse spaarders moeten borg staan voor Spaanse bankrekeningen, en de Franse en Duitse belastingbetaler voor begrotingen in Rome, Madrid en elders.

Zonder een, al was het maar beperkt, gemeenschappelijke Europees garantiestelsel kan de euro niet langer op geloofwaardige wijze verdedigd worden. En daar hoort een slagvaardig Europees bankenbeleid bij. Want waarom zijn er, in tegenstelling tot in Amerika, in Europa nog steeds zoveel ondergekapitaliseerde banken? Omdat er geen Europese instantie is die ze dwingt voldoende reserves aan te houden.

Voor wat de euro betreft, hebben de Duitsers de keuze tussen ‘slecht’ en ‘rampzalig’. Ze zouden voor de slechte oplossing moeten kiezen, en wel heel snel.