De nachtelijke twitterberichten van president Toomas Hendrik Ilves naar aanleiding van opmerkingen van Paul Krugman over Estland hebben een levendig debat uitgelokt. De winnaar van de Nobelprijs voor de economie had geschreven dat Estland, dat is uitgegroeid tot de belichaming van een voorbeeldig soort bezuinigingsdrift, uiteindelijk toch niet zo'n economisch succesnummer was.

Deze mening heeft veel kritiek uitgelokt. In een van zijn twitterberichten verwees Ilves in het bijzonder verwezen naar een artikel van de Zweedse econoom Anders Åslund, die heeft opgemerkt dat Estland in 2008 geen andere keuze had dan zwaar te bezuinigen. “De Baltische staten hebben geen onafhankelijk begrotings- of financieel beleid, zodat ze hun economie niet kunnen stimuleren", schreef Åslund in Postimees.

In dit hartstochtelijke debat op Twitter heeft geen van de protagonisten de moeite genomen om de Estse economische cijfers eens wat nader te bestuderen. Zeggen dat de regering de economie niet heeft gestimuleerd is, op z'n zachtst gezegd, een vergissing.

Geen enkele lidstaat heeft zoveel hulp gekregen

Op de Europese begroting voor de periode 2007-2013 stonden forse subsidies voor de Baltische staten, in verhouding tot hun bruto binnenlands product. Toevallig viel de start van deze uitkeringen samen met het moment waarop de mondiale economische crisis in 2008 onrustbarende vormen begon aan te nemen.

Geen enkele andere lidstaat van de Europese Unie heeft proportioneel zoveel financiële hulp gekregen, noch destijds, noch vandaag de dag. In deze periode heeft Estland een hulpbedrag van meer dan 4,5 miljard euro gekregen, waarvan iets meer dan de helft al is uitgegeven.

Om de situatie te vergelijken met andere gevallen, zou je haar denkbeeldig kunnen omdraaien. Laten we eens aannemen dat Estland niet had kunnen beschikken over al deze Europese subsidies, maar dat de regering om het hoofd te bieden aan een enorme economische crisis niettemin zou hebben besloten dat het land behoefte had aan alles wat dankzij de Europese financiering is verwezenlijkt: de bouw van autowegen, de omscholing van werklozen, investeringen in het hoger en beroepsonderwijs, enzovoorts. Geconfronteerd met dalende belastinginkomsten had de regering vervolgens niets anders kunnen doen dan geld lenen.

Meer begrip voor regeringen van crisislanden

Welke les kunnen we hieruit trekken? Je zou op ironische wijze kunnen concluderen dat Krugman het politieke beheer van de crisis heeft bekritiseerd. Tenslotte heeft zelfs een forse stimulering van de economie ons niet kunnen terugvoeren naar zorgelozer tijden.

Aan de andere kant zou er meer begrip moeten zijn voor de regeringen van crisislanden, die volhouden dat er een stimuleringsbeleid nodig is, zelfs – of misschien wel juist – in een tijd dat er bezuinigingen moeten worden doorgevoerd. Ja, de uitgaven moeten omlaag en er moeten structurele hervormingen worden doorgevoerd, maar zelfs Estland is niet louter dankzij deze ingrepen uit de crisis te voorschijn gekrabbeld.

Zonder de stimulering van de economie, dankzij de Europese subsidies, zou de recessie in Estland zich waarschijnlijk niet hebben beperkt tot 18 procent van het bruto binnenlands product [tussen 2007 en 2009, red.] en zou het herstel vermoedelijk niet zo voorspoedig zijn verlopen.