Op de plaats waar de Drina met het volle gewicht van zijn schuimende en groene watermassa plotseling vanuit dit massief opdoemt […]*, rijst een grote brug op met harmonieuze bogen die rusten op elf brede traveeën*”, schreef Ivo Andrić.

Op enkele meters stroomafwaarts van de beroemde brug over de Drina, die Mehmed Pasha Sokolović in Višegrad liet bouwen [in de 16e eeuw, red.], verheft zich een nieuwe stad, eveneens geheel uit steen opgetrokken. De bekende regisseur Emir Kusturica, die op het Festival van Cannes tweemaal in de prijzen viel, is bezig aan de oevers van de Drina de stad Andrićgrad te bouwen, als eerbetoon aan schrijver Ivo Andrić, die in 1961 als Joegoslaaf de Nobelprijs voor Literatuur in de wacht sleepte.

Hij werd tot de bouw aangemoedigd door lokale politici en voert op deze manier zijn persoonlijke oorlog tegen de globalisering. De auteur van De brug over de Drina [in het Nederlands vertaald en uitgegeven door Prometheus, red.] is Bosnisch-Kroaat van geboorte en heeft lange tijd in Belgrado gewoond.

Aan wie behoort Andrić toe?

Zijn grootste werken heeft hij in het Servisch geschreven. Jammer genoeg dreigt de bouw van deze stad de al tientallen jaren durende oude controverses weer op te rakelen zoals de vraag van wie Andrić is. En brengt het het duistere verleden van de regio nog eens extra onder de aandacht.

De werkzaamheden zijn vorig jaar begonnen op 28 juni, de feestdag van Vidovdan, waarop de strijd van de Servische prins Lazarus tegen de Turken in Kosovo Polje (het Merelveld) in 1389 wordt herdacht.

Andrić moet zich wel in zijn graf omdraaien nu de beroemde regisseur hem probeert op te sluiten in de nieuwe stad die hij aan de rand van Višegrad bouwt. Een vijftigtal gebouwen moet de Republika Srpska [een van de twee Servische entiteiten in Bosnië-Herzegovina,red.] op de wereldkaart van de Nobelprijzen zetten, tot grote vreugde van president Dodik en de gulle geldschieters.

Andrićgrad "zal de geest van de Republika Srpska, die in het literaire werk van Andrić al werd voorzien, uitstralen", beweert Kusturica. Welja, Andrić zou het ontstaan van de Republika Srpska hebben aangekondigd! Andrić als borg voor de Republika Srpska!

"De laatste fase van de genocide in Višegrad"

Het Andrićgrad-project wordt gezien als een plaats waar Byzantium, de Renaissance en de Ottomaanse beschaving elkaar ontmoeten. Als we Ljiljana Ševo, kunsthistorica en lid van de staatscommissie voor de bescherming van het culturele en historische erfgoed van Bosnië-Herzegovina, mogen geloven, hebben we hier echter te maken met een ongelukkige combinatie van een armoedige verbeelding en een onvolledige kennis van het verleden. Met als onvermijdelijk gevolg een manipulatie van de culturele en historische waarden.

De Bosniërs beschouwen Andrićgrad als "de laatste fase van de genocide in Višegrad" [die in 1992 plaatsvond, red.]. De Serviërs praktiseren een soort van literaire en stedenbouwkundige hegemonie.

Maar wanneer Kusturica iets in zijn hoofd heeft, moet het ook gebeuren. Wie zou nee kunnen zeggen tegen de grote Servische patriot die de onafhankelijkheid van Kosovo verdedigt? De regering van Vojislav Koštunica heeft hem destijds een idyllisch terrein geschonken en de ontwikkeling van Drvengrad [een dorp dat de regisseur voor zijn film Life is a Miracle heeft gecreëerd, red.] gefinancierd. Dit dorp zou hij als erfenis bestemmen voor zijn kleinzoon Janko "zodat hij kan opgroeien in een omgeving kilometers verwijderd van de regels die in de kakelbonte kapitalistische wereld gelden".

Kusturica stuitte echter op mensen die nog koppiger waren dan hijzelf. De Serviërs in Herzegovina weigerden hem het ‘authentieke steen’ te geven dat hij voor de gebouwen van Andrićgrad wilde gebruiken. Daarop besloot hij enkele oude gebouwen in de regio Trebinje te slopen om dat steen alsnog te bemachtigen. Na enkele verlaten huizen en stallen te hebben gesloopt, begon Kusturica Petrinja, een Oostenrijks-Hongaars fort, af te breken.

Hollywood in Trebinje

Toen kwamen de inwoners van Herzegovina in opstand. Wat een ondankbare lui. Ze zijn vergeten dat Kusturica hun had beloofd hét filmcentrum van de Balkan op hun grondgebied te vestigen. Oftewel Hollywood in Trebinje. Na een hevige woordenstrijd liet Kusturica zijn plan varen, verontwaardigd als hij was over de onverwachte tegenwerking van zijn landgenoten.

Daarbij sprak hij een scherpe veroordeling uit over de inwoners van Herzegovina: "Mogen ze zich blijven verlustigen in het Oostenrijks-Hongaarse symbool van de oorlog en de moord op twee miljoen Serviërs".

Kusturica was teleurgesteld omdat ze zich sterk maakten voor een of ander klein fort dat niet eens op de lijst van historische monumenten stond. Hij beschuldigde hen ervan "het symbool van de bezetting te willen behouden". De bezetting? Maar 'bezetting' vormt een van de zeldzame constanten in deze contreien.

Als we de logica van de geëngageerde regisseur letterlijk zouden volgen, waarom zouden we dan niet Ćele kula in Niš, het fort Kalemegdan in Belgrado [de Schedeltoren die de Ottomanen oprichtten na een opstand van de Serviërs in 1804, red.], Baš-čaršija [wijk van het oude Sarajevo, red.] of de Oostenrijks-Hongaarse brouwerij in Sarajevo slopen? Of de kathedraal van Zagreb?

Steen uit Kalemegdan voor zijn paradepaardje

Dat doet me denken aan ‘de grootste stedenbouwkundige’ van het voormalige Joegoslavische grondgebied tijdens de oorlog, de vroegere burgemeester van Trebinje Božidar Vučurević, die tijdens de bombardementen op Dubrovnik [die in 1991 plaatsvonden, red.] beloofde "een nog mooier en ouder Dubrovnik" op te bouwen. Het lijkt erop dat Kusturica tracht "een nog mooier en ouder Andrićgrad" op te bouwen uit de stenen van een 130-jaar oud fort. Bravo!

Ik wil Kusturica, die het multiculturele karakter van zijn nieuwe paradepaardje zo belangrijk vindt, voorstellen om enkele stenen uit Kalemegdan voor de bouw van Andrićgrad te gebruiken. Andrić hield van Belgrado. En Kalemegdan bewaart herinneringen aan de Ottomanen en Oostenrijk-Hongarije.