We kunnen gerust stellen dat de EU-lidstaten het moeten doen zonder staatsmannen zoals een Victor Hugo, Robert Schuman, Jean Monnet of Winston Churchill. En dat terwijl er zo dringend behoefte was aan een staatsman en visionair die een nieuwe richting, horizon, doel zou kunnen aangeven waarmee er beweging zou komen in het bouwen aan Europa.

Het was immers zo dringend wenselijk om de Europese Unie met woord en daad te hervormen, om nieuwe doelstellingen te bepalen die passen in een nieuw tijdperk. In plaats daarvan zal deze EU-top alleen moeizaam tot stand gekomen overeenkomsten voortbrengen over ontwikkelingen die nogal technisch lijken en vooral hoofdpijn opleveren in plaats van de harten sneller doen kloppen.

De EU heeft vooral boekhouders, geen politieke leiders, maar goed. Hoe dan ook, zo is het nu eenmaal en aangezien elk Europees besluit vertaald dient te worden in begrijpelijke taal, zullen we de resultaten van deze EU-top in ‘gewone’ taal vertalen om te kunnen vaststellen dat de tussenbalans uiteindelijk goed is, heel goed zelfs. Terwijl er eerder alleen maar werd gesproken over bezuinigen en kosten besparen, wordt de economie nu wel weer op gang gebracht dankzij een gemeenschappelijke investering.

De lidstaten hebben namelijk een groeipact goedgekeurd, waarin 120 miljard euro wordt vrijgemaakt om de vastgelopen economie van verse olie te voorzien. De toon van het politieke debat binnen de EU klinkt anders en ook al mogen we daarvan niet direct wonderen verwachten, dan doen we er toch goed aan om deze wending niet te onderschatten. Dit is nog niet alles, we hebben nog een lange weg te gaan.

Een federale staat in wording

Deze EU-top heeft bovendien de weg geëffend naar een bankenunie, die de EU gaat instellen om banken te reguleren, het toezicht op banken te organiseren en hun deposito's te garanderen. Zo wil de EU zich met volle Europese kracht achter de nationale banken scharen, opdat lidstaten er niet alleen voor staan als ze het hoofd moeten bieden aan hun banken in de problemen en zich evenmin in de schulden hoeven te steken om deze banken te redden.

Het gaat hier om een daadwerkelijke overdracht van bevoegdheden, waarmee de Europese Unie de kenmerken van een staat krijgt en tegelijkertijd alle lidstaten in deze financiële storm worden versterkt. In Europees taalgebruik lijkt dat niet veel. In ‘gewone’ taal is dat veel, maar nog niet alles.

Belangrijker nog is dat de lidstaten ook het rapport over meer economische en politieke integratie hebben goedgekeurd dat afkomstig is van de voorzitters van de Raad, de Commissie, de eurogroep en de Europese Centrale Bank die de opdracht hadden gekregen om binnen zes maanden gefaseerde voorstellen te formuleren. In ‘gewone’ taal betekent dit dat de EU zich nu gaat inzetten voor een gemeenschappelijk economisch en begrotingsbeleid en een gezamenlijke verdeling van de leningen waardoor ze, in combinatie met de gemeenschappelijke munt, nog meer gaat lijken op een feitelijke overheid, een federale staat in wording.

Hier begint zich iets zeer wezenlijks af te tekenen, nog belangrijker dan wat Italië en Spanje, met steun van Frankrijk, afgelopen nacht hebben weten te bereiken. Namelijk dat het permanente Europese noodfonds, het ESM, nationale banken direct te hulp kan schieten en vooral staatsobligaties kan opkopen van landen die, net als zij, voldoen aan de begrotingsnormen, maar nu in de problemen zitten. Italië en Spanje hebben daarvoor wel moeten dreigen dat ze de deur zouden dichtslaan.

Het is dus een harde confrontatie geweest, maar de gemeenschappelijke financiële verantwoordelijkheid en de gezamenlijke verdeling van de leningen zijn feitelijk een ‘must’ geworden voor de EU, ondanks het feit dat Europese verdragen dit verbieden en Duitsland er voor geen goud aan wilde. Victor Hugo mag dan aan tafel hebben ontbroken, toch gaat Europa nu zorgen dat ze weer sterker wordt.