Tijdens de gemeenteraadsverkiezingen in maart zorgde de Partij voor de Vrijheid, onder leiding van Wilders, een jaar na de Europese Parlementsverkiezingen alweer voor flinke hoofdpijn bij het Nederlandse politieke establishment [de Partij voor de Vrijheid kwam als grootste partij uit de stembus in Almere en werd de tweede grootste partij van Den Haag na de gemeenteraadsverkiezingen van 3 maart]. Het vooruitzicht van Wilders als politieke hoofdrolspeler lijkt na de Tweede Kamerverkiezingen in juni werkelijkheid te worden – sommigen zien hem zelfs al als premier. Politici en journalisten wijzen verbijsterd op de gevolgen: de terugkeer van extreemrechts, het populisme, het politieke gevaar, een nieuw type fascisme, enz. Maar slechts weinigen hebben de moed om de dieper gelegen oorzaken te onderzoeken. De opkomst van de Partij voor de Vrijheid is het resultaat van een klimaat van angst dat veroorzaakt werd door de overdaad aan "politieke correctheid", die zelfs leidde tot door de staat aangespannen processen. En deze angst is voor een groeiend aantal Nederlanders ondraaglijk geworden.

De Nederlanders zijn een volk voor wie beeldenstormen een traditie zijn. Extravagante gay-parades waar zelfs hele gezinnen met kinderen naar komen kijken, het uitbundige en ongegeneerde feestvieren tijdens Koninginnedag, wedstrijden tussen naakte wielrenners, karikaturen en tekeningen van de Koninklijke familie in belachelijke of seksuele poses: niemand maalt erom. Dit maakt het wel begrijpelijker waarom het publiek twee jaar geleden zo verbaasd was over het nieuws dat de karikaturist met het pseudoniem Gregorius Nekschot werd gearresteerd. Hij had op zijn website tekeningen geplaatst waarin de spot werd gedreven met de islamisering van Nederland: één van zijn karikaturen betrof de socialistische burgemeester van Amsterdam, Job Cohen, verkleed en getooid met een vaantje met daarop de tekst "Islamsterdam". Hoewel hij vervolgens werd vrijgelaten leeft Nekschot sindsdien met een zwaard van Damocles boven zijn hoofd: het proces dat het Openbaar Ministerie tegen hem heeft aangespannen wegens discriminatie en aanzet tot haat tegen moslims en immigranten, lijkt dichterbij te komen. Deze absurde affaire heeft Geert Wilders van alle munitie voorzien die hij nodig had, net zoals destijds de moord op filmmaker Theo van Gogh [de Nederlandse regisseur die in november 2004 in Amsterdam door een fanatieke moslim werd gedood].

Fortuyn is een legende in de ogen van veel Nederlanders

In feite is het recente politieke succes van Wilders het resultaat van een vergelijkbaar proces wegens aanzetten tot haat tegen andere rassen en religies, dat door de autoriteiten werd aangespannen. De hoorzittingen zijn in februari 2010 van start gegaan. De rechtbank van Amsterdam heeft nog steeds geen procesdatum aangekondigd: de hele geschiedenis is volledig uit de hand gelopen. Geert Wilders kunnen opruiende uitspraken ten laste worden gelegd, zoals "De Koran is een boek dat aanzet tot haat, net als Mein Kampf, en zou net als Mein Kampf verboden moeten worden" – maar van daar naar het aanzetten tot rassenhaat zou nog een lange weg zijn. Waarom zouden heilige moslimgeschriften een uitzondering moeten vormen op andere religies? Geert Wilders heeft, ter gelegenheid van het proces, een eerste amendement op de Nederlandse en Europese grondwet voorgesteld, vergelijkbaar met de Amerikaanse wettekst die de vrijheid van meningsuiting garandeert. In combinatie met zijn hartstochtelijke betoog voor het gerechtshof zorgde deze verklaring voor een explosieve toename van zijn stemmenwinst.

Nederlandse politici hebben de gave om iedere ideologische classificatie te relativeren en nuanceren. Tien jaar geleden verraste Pim Fortuyn, criticus van islam en immigratie, iedereen met zijn presentatie van 'de nieuwe politicus'. Zijn verschijning stond lijnrecht tegenover die van de Franse rechts-extremistenleider Jean-Marie Le Pen c.s.: openlijk homoseksueel en libertijns, provocerend, voormalige professor economie met een duidelijke marxistische inslag, feminist, voorstander van de legalisering van drugs en het homohuwelijk. "De islam is een achterlijke religie waarvoor hier geen plaats is, en ik ben niet bang om dat te zeggen" – was zijn leitmotiv. Vermoord door een extremist veroverde Fortuyn met zijn partij post mortem de eerste plaats in de gemeenteraad van Rotterdam en werd daarmee in de ogen van vele Nederlanders een legende.

Waarschijnlijk de meest pro-Israëlische politicus van Europa

Ook Geert Wilders is een uitdaging voor het hokjesdenken. In het Europese Parlement weigerde hij zich aan te sluiten bij de nationalistische partijen: de enigen met wie hij samenwerkt, zijn de Britten van de UKIP, de afvallige tak van de conservatieve partij. "Ik heb niets gemeen met fascisten" – houdt hij vol. Op dit moment is hij waarschijnlijk de meest pro-Israëlische politicus van Europa. De geboren katholiek en verklaard atheïst woonde twee jaar in Israël omdat "Israël de voortzetting is van de Westerse beschaving in het Midden-Oosten. Tegenwoordig zijn wij, ten overstaan van de Islam, allemaal Israël". Karni Eldad vraagt zich in het Israëlische dagblad Haaretz op 23 maart 2010 af (in het artikel "Nederland is bang"): "Ik heb de interviews met Wilders gezien na zijn proces. Hij verklaarde zonder een spier te vertrekken dat als hij premier wordt, de burka illegaal wordt, de bouw van nog meer moskeeën verboden zal worden en dat er een halt zal worden toegeroepen aan immigratie uit moslimlanden. Hoe is het mogelijk dat in Nederland de argumenten tegen de islam nog strenger zijn dan in Israël, waar men gebukt gaat onder islamitische terreur?". Het kan zijn dat het gerechtshof in Amsterdam geen procesdatum vaststelt vanuit een politiek berekenend oogpunt: door Wilders te blijven vervolgen zal hij de verkiezingen in juni zeker winnen.