**Het zou Heinz Fischer niet zijn, als hij over de vraag “Meer directe democratie?” niet minstens twee meningen zou hebben. De president van Oostenrijk zei in het “Persuurtje op zondag” dat hij zich heel goed kon voorstellen dat het volk in de toekomst meer bij belangrijke besluiten wordt betrokken.

Zoals hij zich net zo goed kan voorstellen daar tegen te zijn. Meer directe democratie mag namelijk niet tot het buiten spel zetten van de nationale raad leiden** [het parlement, dat op 4 juli het Europese Stabiliteitsmechanisme en het begrotingspact heeft aangenomen]****. Diep bezorgd is de president ook over de mogelijkheid dat problemen, door ze aan het volk voor te leggen, tot “boulevardkwesties” kunnen verworden. Ingewikkelde zaken als het begrotingspact en de invoering van een permanent Europees noodfonds (het ESM) zouden daarom ook niet geschikt zijn om aan een referendum te onderwerpen. Omdat de manier waarop er dan over wordt gepraat te populistisch zou kunnen worden.

Begrijpelijke uitleg van moeilijke kwesties

**Dat is interessant. Bijna gelijktijdig eiste de Duitse ambtsgenoot van Fischer, Joachim Gauck, namelijk van bondskanselier Angela Merkel dat zij het volk de omstreden maatregelen voor de redding van de euro nog een keer heel precies zou uitleggen. Zodat de kiezers goed begrijpen wat op hen afkomt. Daar heeft Gauck natuurlijk helemaal gelijk in. Het is ook niet mogelijk om een besluit van deze reikwijdte achter de rug van de kiezers om te nemen. Althans niet als je wilt voorkomen dat die kiezers in drommen naar het kamp van de verbitterde tegenstanders van de Europese Unie overlopen.

Ook de Oostenrijkers verdienen zo'n toelichting. Wat kan er nu zo moeilijk aan zijn de burgers in eenvoudige zinnen te vertellen, dat alle landen door de invoering van de ESM garant staan voor de schulden van anderen? En wat kan er nu zo ‘boulevardachtig’ aan zijn om aan het volk uiteen te zetten dat voortaan niet alleen de verantwoordelijkheid voor de schulden van staten zal worden gedeeld, maar dat ook publieke middelen zullen worden ingezet voor de redding van particuliere banken – in plaats van de verliezen bij de aandeelhouders te laten, waar zij eigenlijk thuishoren.

Het is juist die door Heinz Fischer zo gevreesde ‘boulevardisering’ van ingewikkelde thema's, die dit land goed kan gebruiken. Alleen al daarom, omdat een begrijpelijke uitleg van moeilijk te doorgronden kwesties niet per se in een primitieve verkorting en verdraaiïng hoeft uit te monden, zoals bleek bij de stemming over de toetreding tot de Europese Unie in juni 1994.

Hoe ver directe democratie kan gaan en hoe volwassen het volk kan beslissen, tonen onze buren uit Zwitserland aan. Begin dit jaar stemden zij tegen de uitbreiding van de betaalde vakantie van vier naar zes weken. Niet omdat ze iets tegen meer vakantie hadden, maar omdat ze vonden dat de toch al onder grote druk staande economie daardoor verder verzwakt zou worden.**

Kiezers zouden hun mening moeten mogen geven

**In 2005 werd in St. Gallen een initiatief om de regionale ziekenhuizen uit te breiden met een grote meerderheid afgewezen. Niet omdat de burgers iets tegen een hogere ziekenhuisdichtheid hadden, maar omdat hen in eenvoudige bewoordingen was uitgelegd dat zo'n stap automatisch tot hogere belastingen zou leiden. In Neder-Oostenrijk wil men de duidelijk overvraagde burgers daarentegen niet bij hun muziekpaviljoen lastigvallen. Voor hen beslissen de politieke ‘experts’ over alle belangrijke vragen in het deelstaatparlement. Daardoor kan het gebeuren dat in deze deelstaat binnen een straal van twaalf kilometer twee gloednieuwe ziekenhuizen worden gebouwd.

Nu moet het volk natuurlijk niet zomaar over van alles en nog wat kunnen stemmen. Er zou al veel worden bereikt als de kiezers over belangrijke onderwerpen hun mening mogen geven. Zoals over het ESM. Of over de vraag, of de staat op de langere termijn meer mag uitgeven dan zij binnenhaalt. Of over de vraag of in de grondwet een rem op de overheidsuitgaven moet worden opgenomen. Of over de vraag of de pensioengerechtigde leeftijd moet ‘meegroeien’ met de stijgende levensverwachting.

Voor de antwoorden op dit soort vragen hoeft niemand bang te zijn. De besluiten van het zogenaamd domme volk kunnen moeilijk slechter zijn dan die van de ‘experts’ in de bankjes van het parlement. Maar de lat ligt dan ook niet heel hoog, wel?**