De gevaarlijkste leider van Europa”, noemde het Britse tijdschrift New Statesman de Duitse bondskanselier Angela Merkel onlangs, en binnen in het blad werd ze zelfs gepromoveerdtot de “gevaarlijkste persoon ter wereld”.

De conclusie van het goed gedocumenteerde artikel luidt uiteindelijk als volgt: “Door haar gebrek aan realiteitszin en haar bezetenheid als het om bezuinigingen gaat, vernietigt Merkel het Europese project. Ze stort de Duitse buurlanden in armoede en de hele wereld in een mondiale depressie. Ze moet worden tegengehouden.

Het is duidelijk dat hier de hang naar superlatieven, die de journalistiek kenmerkt, enigszins de overhand heeft gekregen. Maar per saldo komen de auteurs precies uit op de manier waarop bijna overal in Europa wordt nagedacht over de Duitse bondskanselier en haar begrotingsfundamentalisme, en over de Duitse weigering de crisis eindelijk met vastbesloten stappen tegemoet te treden.

Vrijwillig verbond

In één land denkt men daar echter heel anders over: in Duitsland. Normaal gesproken gaat het in Europa als volgt: als er over de 'Duitse positie' of over de 'Franse positie' wordt gesproken, wordt daarmee het standpunt van de Duitse of de Franse regering bedoeld. Maar in de huidige eurocrisis is er sprake van een soort vrijwillig verbond tussen de Duitse regering, de Duitse publieke opinie en vrijwel alle Duitse media, dat zó ver gaat dat de oppositie nauwelijks nog oppositie durft te voeren.

En als de Duitse bondskanselier, zoals bij de laatste eurotop, ertoe wordt gedwongen een paar millimeter van haar fundamentalistische standpunt af te wijken, krijgt ze daarvoor in eigen land ook nog eens op haar broek. Dan is ze 'omgevallen' en vraagt de mainstream-pers zich paniekerig af: “Wie moet dat allemaal gaan betalen?

Het gaat hierbij zeker niet alleen om de schreeuwlelijkerds van Bild, die in tien centimeter grote letters brullen: “Nog meer geld voor de failliete Grieken? BILD zegt nee!” Ook de 'normale', 'objectieve' en 'serieuze' journalistiek gedraagt zich al maandenlang alsof zij gelijkgeschakeld is.

Vaak zijn het de schijnbaar onschuldige bijzinnetjes, waarin zich deze nationale eensgezindheid het duidelijkst openbaart, dit chauvinisme dat Europa dreigt te verscheuren. Woorden als 'schuldenlanden' of 'wankel,' die dan vanzelfsprekend weer worden toegepast op de Zuid-Europese eurolanden: ‘Schuldenland Spanje’. Maar wacht eens even, hoe hoog is de Spaanse staatsschuld ook al weer? Begin dit jaar was dat 68 procent van het bruto binnenlands product. De staatsschuld van Duitsland bedraagt 81 procent van het bbp. Wie is hier nu het 'schuldenland'?

'Opinieklimaat'

Of neem het journaal van de publieke omroep ZDF. Dat begint met een verslag over de Griekse verkiezingen. En midden in dat verslag klinkt de volgende zin: “Het ergste kon gelukkig nog worden voorkomen.” Het ergste, dat zou blijkbaar een verkiezingsoverwinning van het linkse Syriza zijn geweest, en 'gelukkig' werd dat 'ergste' nog voorkomen door de zege van de conservatieven – de dievenbende, die er nota bene voor heeft gezorgd dat het land in deze problemen verzeild is geraakt. Twee minuten later het volgende bericht, door een andere verslaggever. Ditmaal gaat het over de top van de G-20. Daarin klinkt opeens de zin: “De anderen zijn uit op het Duitse geld”.

Ook als je naar een andere zender schakelt, hoor je overal zulke zinnen, die het product van een bepaald 'opinieklimaat' zijn en dat klimaat tegelijkertijd bevestigen. Hier kun je goed zien hoe de media 'gelijkgeschakeld' worden, zonder dat er iemand voor nodig is die dat doet. Omdat het de journalisten niet eens meer opvalt dat ze propaganda bedrijven, omdat ze toch 'alleen maar' formuleringen gebruiken die allang tot het algemeen taalgebruik zijn doorgedrongen.

Zelfs Die Zeit doet hieraan mee, door – zoals onlangs – met een opzwepende kop in reuzenletters de voorpagina te vullen: “Die ganze Welt will unser Geld”. Wellicht is de meest troosteloze journalistiek de journalistiek die denkt 'objectief' te zijn en niets anders doet dan de vooroordelen die in de maatschappij leven na te bouwen.

Kleurige pareltjes

Natuurlijk zijn er ook andere stemmen, die er met veel geduld steeds weer op wijzen dat Duitsland tot nu toe goed heeft verdiend aan het leed van anderen en ook niet onschuldig is aan de uit het lood geslagen economie. Zij betogen dat we de crisis in de eurozone alleen kunnen bestrijden als we de fouten die bij het construeren daarvan zijn gemaakt, rechtzetten.

En ze betogen dat het zinloos is over de denkbeeldige 'grenzen van de Duitse draagkracht' te speculeren, als in werkelijkheid de kosten van de crisis steeds verder omhoog worden gejaagd en de grenzen van de draagkracht daardoor veel sneller worden bereikt. Natuurlijk zijn er ook verstandige stemmen. Zij zijn de kleurige pareltjes in de grauwheid van de publieke meningsvorming.

Waar is de nieuwe Kurt Tucholsky?

Je kunt dit allemaal analyseren en daardoor ook begrijpen. Maar je staat ook met open mond van verbazing te kijken. Is het in dit klimaat zelfs niet te makkelijk om Angela Merkel te bekritiseren, als ze halsstarrig aan het bezuinigingsbeleid vasthoudt? Of om de sociaaldemocraten ervan te betichten dat ze geen echte oppositie bedrijven? Tegen de achtergrond van dit idiote ‘Wij-tegen-degenen-die-uit-zijn-op-ons-geld’-klimaat is het niet verrassend dat politici die opnieuw gekozen willen worden, niet van dit 'gesundes Volksempfinden' durven af te wijken.

Simpele vooroordelen nabouwen. Zonder enige economische kennis van zaken de meest opzwepende propagandakreten onder de mensen verspreiden. Zich in beroepsmatige opgeblazenheid voor analist uitgeven. Of eenvoudigweg alleen maar op 'zeker' spelen, door met de meute mee te huilen. Dat is wat de grote meerderheid van de Duitse journalistiek tijdens deze eurocrisis doet. Waar is de nieuwe Kurt Tucholsky die met dit soort bedroevende journalistiek de vloer aanveegt?