Voor de economische crisis was Olafur Hauksson politiecommissaris in Akranes, een havenstadje met 6.500 inwoners dat aan het eind van een bevroren schiereiland ligt, op zo'n vijftig kilometer van Reykjavik. Sinds januari 2009 spoort hij de mensen op die een rol hebben gespeeld in de economische neergang van het land in 2008 en zorgt ervoor dat ze voor de rechtbank moeten verschijnen.

Als gevolg van de crisis in Amerikaanse rommelhypotheken spatte aan het eind van de zomer 2008 ook de IJslandse zeepbel uiteen. Twee weken na de duizelingwekkende val van Lehman Brothers vielen ook de drie grootste banken van IJsland om. Samen vertegenwoordigden ze 923 procent van het bbp.

Het kleine eiland kreeg het zwaar te verduren in de crisis, de IJslandse kroon bleef maar dalen, omdat geen enkele interventie in staat bleek de koersval te stuiten. Op 6 oktober 2008 besloot de toenmalige IJslandse premier zijn live toespraak op televisie met een verzoek aan God om ‘IJsland te redden’.

Weinig kandidaten

Sinds die noodlottige dag heeft IJsland sombere tijden gekend. In 2009 uitten de IJslanders, die overigens niet zo gewend zijn te demonstreren, hun woede tegen politici en de ‘neo-Vikingen’ van de financiële wereld die hen hadden bedrogen door de straat op te gaan. Deze ‘potten- en pannenrevolutie’ had tot gevolg dat de conservatieve regering haar ontslag indiende. Eén van de eisen van deze beweging was het oordeel over de mensen die geprofiteerd hebben van de economische situatie en die IJsland in de economische afgrond hebben geduwd.

Na de vervroegde parlementsverkiezingen kwam er een linkse regering aan de macht. De nieuwe premier, Johanna Sigurdardottir, wilde snel een speciale openbare aanklager benoemen om onderzoek te doen naar de oorzaken van de crisis. Het liep echter geen storm aan kandidaten voor deze functie.

Olafur Hauksson zat als commissaris in de provincie ver weg van alle commotie en in zijn voordeel sprak verder dat hij in geen enkele relatie staat tot de elite die ervan wordt beschuldigd IJsland in het faillissement hebben gestort. Ondanks het feit dat hij volstrekt geen ervaring had op het gebied van economische delicten is hij de enige die solliciteert naar de functie.

Meer dan drie jaar na zijn benoeming geeft hij zelf toe dat hij "zich pas sinds kort wat prettiger begint te voelen in zijn functie". Afhankelijk gaf hij leiding aan een team van vijf personen, maar inmiddels stuurt hij meer dan honderd medewerkers aan.

Aanpassing wet bankgeheim

De missie is tweeledig: "Enerzijds is het de bedoeling onderzoek te doen naar alle verdenkingen van fraude en delicten die voor 2009 zijn gepleegd. Anderzijds zijn we zelf betrokken bij de gerechtelijke vervolging van vermoedelijke daders."

Een "volstrekt nieuwe" methode die rechercheurs in staat stelt “zaken te volgen” en justitie om “de zaken op hun duimpje te kennen”. Een noodzakelijke voorwaarde om “de strijd te kunnen aanbinden met de zeer goed voorbereide advocaten van de verdediging".

Om de missie van de openbaar aanklager te vergemakkelijken paste de regering de wet op het bankgeheim aan. “Tegenwoordig hebben we toegang tot alle informatie, zonder dat daar bezwaar tegen kan worden gemaakt”, zegt Olafur Hauksson.

Verdenkingen van bankfraude, misbruik van voorkennis, oplichting, het onrechtmatig voeren van professionele titels, verduistering van middelen: de onderzoeken die worden ingesteld zijn heel verschillend van aard en de drie – binnenkort vier – verhoorkamers zijn voortdurend in gebruik. De openbaar aanklager zegt momenteel te werken aan "een honderdtal hoofddossiers".

Internationale medewerking

Bij het merendeel van de personen die men in het vizier heeft gaat het om voormalige topmannen in de financiële sector, bestuursleden van banken voor de crisis. Deze IJslanders hebben er vaak voor gekozen te verhuizen naar het buitenland, vooral naar Luxemburg, om daar hun carrière voort te zetten.

De internationale spreiding maakt de taak van het team van aanklager Hauksson er bepaald niet makkelijker op. Maar het team doet gewoon nog meer huiszoekingen en schrikt er bovendien niet voor terug om onderzoek te doen bij buitenlandse filialen van IJslandse banken, onder andere ook bij buitenlandse ingezetenen. “We krijgen in internationaal opzicht alle medewerking”, benadrukt Olafur Hauksson.

De eerste straffen zijn gevallen

Inmiddels is er in een aantal zaken door de rechter uitspraak gedaan. Twee voormalige topmannen van de Byr-bank, die als eerste voor de rechter kwamen, zitten een gevangenisstraf van vierenhalf jaar uit. De vroegere chef van het kabinet van het IJslandse ministerie van financiën ten tijde van de crisis, Baldur Gudlaugsson, is wegens misbruik van voorkennis veroordeeld tot twee jaar onvoorwaardelijk. Onlangs nog is de oud-president van de Kaupthing-bank, Sigurdur Einarsson, veroordeeld tot het terugbetalen van 500 miljoen IJslandse kronen (3,2 miljoen euro) aan de bank, terwijl zijn tegoeden zijn bevroren.

Anderen zijn nog in afwachting van hun rechtszaak. Jon Thornsteinn Oddleifsson, voormalig thesaurier van de Landsbanki-bank, hoort binnenkort wat hem te wachten staat, net als Larus Welding, voormalig algemeen directeur van de Glitnir-bank

De trage voortgang in het werk van Olafur Hauksson zorgt voor felle kritiek bij de bevolking. “We weten dat alle ogen op ons gericht zijn en dat we niet mogen falen", onderstreept hij, maar “sneller gaan werken zou absoluut leiden tot fouten. Onder de huidige omstandigheden, waarbij IJslanders erg wantrouwend staan tegenover instanties moeten we er juist voor zorgen dat er niets op ons werk aan te merken valt."

Nog een lange weg te gaan

Het valt niet mee om 'keurig' te blijven in een samenleving waar dubieuze praktijken jarenlang schering en inslag waren. Zo verkochten twee leden van het team van de openbaar aanklager in mei voor dertig miljoen IJslandse kroon (191 duizend euro) informatie aan een mysterieuze ontvanger. Deze twee oud-politieagenten deden onderzoek in de zaak Sjofar/Milestone, een verzekeringsmaatschappij waarin de centrale bank van IJsland had geïnvesteerd voordat deze maatschappij haar aandelen opnieuw verkocht voor een lager bedrag. De twee mannen zijn geschorst en met pensioen gestuurd op beschuldiging van het schenden van het vertrouwelijke karakter van hun functie.

Olafur Hauksson vertelt graag dat het financiële systeem in IJsland niet direct zal zijn ‘gezuiverd’. Hij rekent erop dat zijn missie tegen 2015 afloopt, maar hoopt vooral dat IJsland, nu de economie langzamerhand weer opleeft, op een dag “achterom kan kijken en vol trots kan vaststellen dat het lering heeft weten te trekken uit het verleden”.