Geopolitiek: Soevereiniteit is illusie, ook buiten de EU

13 Juli 2012 – The Times (Londen)

Britse eurosceptici fulmineren tegen de soevereiniteitsafdracht aan Brussel, maar waarom klagen ze er nooit over dat er vanaf 1945 ook macht is afgestaan aan instellingen als de VN, de NAVO en het IMF, vraagt Bill Emmot zich af.

**Het is een heel simpele kwestie, aldus de uitdijende gelederen der eurosceptici, of het nu in een bar, een tearoom of een televisiestudio is. Het Britse volk moet zich kunnen uitspreken over de vraag of we in de Europese Unie moeten blijven, en wel snel, om twee belangrijke redenen. In de eerste plaats omdat we binnen de EU geen volledige soevereiniteit genieten en we daar misschien niet blij mee zijn. En in de tweede plaats omdat ons bij de enige voorgaande stembusgang, in 1975, eenvoudigweg werd gevraagd of we deel wilden uitmaken van een “gezamenlijke markt”. Toen zijn we er dus ingetuind. We willen de kans krijgen om te kunnen stemmen over wat de EU werkelijk is geworden.

De komende maanden, jaren en waarschijnlijk zelfs eeuwen zullen dit de twee grote argumenten zijn waarmee de ‘Out Party’ ons om de oren zal slaan. Ze kunnen zelfs overtuigend lijken. Het enige probleem is dat het allebei totale nonsens-argumenten zijn. Het spijt me als ik me niet krachtig genoeg uitdruk, maar u weet hoe snel je mensen kunt beledigen.**

Functionarissen die de baas over ons spelen

**Tijdens een recent debat bij BBC Newsnight oogstte presentator Jeremy Paxman applaus door op een scherm een foto van Herman Van Rompuy tevoorschijn te toveren, de nogal onopvallende Belgische voorzitter van de Europese Raad. Hij vroeg de mensen in het publiek of ze op hem hadden gestemd en of ze überhaupt wisten wie hij was. Het was zo klaar als een klontje: uiteraard willen we niet dat ongekozen functionarissen wier naam we niet eens kennen de baas over ons spelen.

Maar even wachten. Dit slaat de plank volledig mis. Waarom liet hij niet ook foto's zien van de secretaris-generaal van de NAVO, of van het hoofd van de Wereldhandelsorganisatie WTO, de Verenigde Naties, de Wereldbank, het Internationale Monetaire Fonds, de Internationale Maritieme Organisatie of zelfs de Fifa? Daar hebben we immers ook niet op gestemd, ze komen ook uit rare landen en we kennen hun namen ook niet – behalve misschien die van de president van de Fifa.**

Met eigen spelregels zouden we niet ver komen

**Toch hebben ze allemaal een deel van onze soevereiniteit in hun zweterige, ongekozen handen gekregen. Onze gekozen volksvertegenwoordigers hebben daartoe besloten zonder zelfs maar hun gedachten over een referendum te laten gaan. Het lidmaatschap van de NAVO verplicht ons oorlog te gaan voeren als een ander land bijvoorbeeld Turkije aan zou vallen. Geen mitsen en maren: tenzij we bereid zijn het oprichtingsverdrag van de NAVO te schenden, zouden we in oorlog zijn, of we dat nu leuk vinden of niet. Daarbij vergeleken lijken de offers die samenhangen met het lidmaatschap van de EU bijna triviaal van aard.

Het lidmaatschap van de WTO beperkt onze mogelijkheden om onze industrieën te subsidiëren of tarieven vast te stellen om import te ontmoedigen. Het lidmaatschap van de VN, onder een Handvest dat we zelf hebben helpen schrijven, zorgt ervoor dat onze daden onderworpen zijn aan het internationaal recht. Het lidmaatschap van de Internationale Maritieme Organisatie, in samenhang met de VN-Conventie over het Recht van de Zee, regelt het toezicht op de scheepvaart en bepaalt wat de “exclusieve economische zones” rond onze kusten zijn.

Het punt is dat het een essentieel onderdeel van het Britse beleid sinds 1945 is geweest om internationale organisaties in het leven te roepen en zich daarbij aan te sluiten, zodat we het eens kunnen worden over gezamenlijke regels voor diverse activiteiten, samenwerking kunnen zoeken in plaats van conflicten te bevorderen, de collectieve veiligheid kunnen vergroten of een vrijere handel kunnen stimuleren. Bij al deze organisaties is sprake van het afstaan van soevereiniteit in ruil voor beoogde voordelen – zoals de FA (de Britse voetbalbond) zich heeft aangesloten bij de Fifa om in internationale voetbaltoernooien te kunnen spelen en dezelfde spelregels te kunnen hanteren als andere landen. We zouden ook onafhankelijk kunnen blijven en onze eigen spelregels kunnen bepalen, maar daarmee zouden we niet ver komen.**

Referendum van 1975 was geen volksverlakkerij

**Dus wat de eurosceptici, en in het bijzonder de UKIP, ook proberen te zeggen, het debat over het Britse lidmaatschap van de EU kan niet worden teruggebracht tot een keuze tussen zwart of wit, vrij of gebonden, dienstbaar of soeverein. Tenzij we ons uit alle genoemde organisaties willen terugtrekken. Het is eerder een kwestie van de mate waarin, van allerlei grijstinten, van de vraag hoeveel soevereiniteitsverlies we kunnen verdragen, en van veel saaiere zaken als kosten en baten.

Dat is het punt waarop het fabeltje van die Fantastische Gemeenschappelijke Markt zijn intrede doet. Hier gaan ook de voorstanders van de EU vaak de mist in. Als het referendum uit 1975 als argument krijgen voorgeschoteld, zeggen ze dat de anti’s niet goed hebben opgelet en de boekjes niet goed hebben gelezen, en dat het dus geen volksverlakkerij was. Toch is dit het verkeerde antwoord. Het juiste antwoord is dat de stemming uit 1975 inderdaad ging over het lidmaatschap van een “gemeenschappelijke markt”, en dat het overgrote deel van de activiteiten en de richtlijnen van de EU juist hier over gaan. De anti’s begrijpen alleen niet wat een “gemeenschappelijke markt” eigenlijk inhoudt.

Lees Adam Smith er maar eens op na, eurosceptici. Als een markt wil functioneren, zo legde hij twee eeuwen geleden al uit, moeten er gemeenschappelijke, alom aanvaarde regels zijn, en een manier om de naleving van die regels af te dwingen. De regels zouden de basisregels van een vrijhandelszone kunnen zijn, die het gebruik van importtarieven of andere handelsbarrières aan banden leggen, maar zich verder niet bemoeien met de afzonderlijke nationale regels waar bedrijven aan moeten voldoen om in ieder land hun producten te kunnen verkopen.**

EU is verbeterde gemeenschappelijke markt

**Maar je zou die regels ook kunnen verdiepen en van toepassing kunnen laten zijn op mensen zowel als op goederen en diensen. De lidstaten zouden zowel tegen kartels als tegen importtarieven beschermd kunnen worden, en de regels over handelsbarrières, staatssubsidies en namaak-Schotse whisky zouden onder één noemer kunnen worden gebracht. Dat is een échte “gemeenschappelijke markt”, die regels nodig heeft, evenals functionarissen om die regels op te stellen, inspecteurs om ze te controleren en gerechtshoven om ze af te dwingen. Dat is waar de EU grotendeels uit bestaat – ja, inclusief dat vreselijke Gemeenschappelijke Landbouwbeleid, dat neerkomt op harmonisering van manieren om boeren te subsidiëren.

Vergeet de slogan “We willen onze soevereiniteit terug”. Ook als we de EU verlaten, zullen we niet soeverein zijn. Gooi de slogan “Ik wilde alleen maar een ‘gemeenschappelijke markt’” ook maar in de vuilnisbak, want dat is wat we nu hebben. Waar hte nu om draait is de mate waarin deze gemeenschappelijk markt wordt doorgevoerd, niet de aard ervan.

Dat is de reden dat er geen bijzondere noodzaak is om snel te gaan stemmen, nu de eurozone – een verbeterde versie van de gemeenschappelijke markt, zij het met een politieke weeffout – nog zo in beweging is. De mate waarin de gemeenschappelijke markt toekomst krijgt, kan nog ingrijpend veranderen, maar misschien ook niet.

Maar het is ook de reden dat, als er uiteindelijk een stemming plaatsvindt, die zal gaan over de vraag of mensen het werkelijk de moeite waard vinden om uit de EU te stappen. Het zou een definitief besluit zijn. Net als bij het Schotse onafhankelijkheidsstreven zal er sprake zijn van een emotioneel argument om de EU te verlaten. Maar de vraag is of de voordelen van zo’n emotionele beslissing de volgende morgen, en alle daaropvolgende ochtenden, nog groot genoeg zullen zijn.

Is de extra soevereiniteit die we dan terugkrijgen groot genoeg? Is de minder “gemeenschappelijke markt” dan nog steeds gemeenschappelijk genoeg? Is het verlies van ons recht om te wonen en werken in Spanje, Italië en Duitsland een prijs die we bereid zijn te betalen?**

The Times / NI Syndication

Factual or translation error? Tell us.