Wij leven in een periode van chronische spanning tussen de democratie en Europa, tussen de wensen van de kiezers en de eis om het Europese project te redden. Een spanning die soms onder controle kan worden gehouden, maar die andere keren uitmondt in een openlijk conflict. Dit komt tot uiting in de gapende kloof in de eurozone, tussen de noordelijke landen en de landen rond de Middellandse Zee. Om zich te weer te stellen tegen de markten, om de publieke opinie van de Noord-Europese landen te sussen en om zijn plaats binnen de euroclub veilig te stellen, heeft Italië een lapmiddel, een noodoplossing bedacht: de zogenoemde ‘technocratische’ regering. Maar de zandloper is meedogenloos en het aftellen kan door niemand worden gestopt. Hoe paradoxaal (en ´politieke correct´) het ook mag klinken: bijna iedereen, in Italië en daarbuiten, vreest het moment waarop de ´democratie´ haar privileges terugkrijgt; het moment – binnen een jaar – waarop de kiezers hun stem zullen laten horen.

Afwijken van onze tradities

**Vanwaar die angst voor de democratie? Omdat zich – terecht of niet – een idee heeft verspreid: de politieke partijen die de stemmen van de Italianen onderling gaan verdelen, schieten allemaal tekort en zijn niet wezenlijk in staat om het saneringsbeleid dat de crisis noodzakelijk heeft gemaakt, door te zetten.

De partijen die momenteel de regering van Mario Monti steunen, beloven dat zij de hervormingen die hij in gang heeft gezet, niet ongedaan zullen maken. Maar waarom zouden wij hen moeten geloven? Wie zegt dat de rechtse partijen, als zij weer aan de macht komen, niet onmiddellijk de Spending Review [de wet inzake rationalisering van de overheidsuitgaven] zullen intrekken, om de overheidsmiddelen weer op hun aloude, kenmerkende wijze te gaan beheren? En waarom zouden we de linkse partijen moeten geloven, als zij beweren dat ze niet van het door de regering-Monti uitgezette pad zullen afwijken, terwijl we heel goed weten dat deze weg niet de steun heeft van de vakbonden en dat het ondenkbaar is dat links iets doet zonder hun instemming? Het feit dat er sprake is van de mogelijkheid van een ´grote coalitie´ (oftewel een kabinet-Monti 2) na de verkiezingen, bewijst wel dat deze zelfde politieke krachten zich volledig bewust zijn van hun tekortkomingen.

Hoe moeten we hier uitkomen? Er is wel degelijk een uitweg te vinden. Maar deze is vol voetangels en klemmen en wijkt af van onze tradities. Voor het eerst in het bestaan van de Italiaanse democratie zouden de politieke krachten die ertoe doen, de voorschriften uit het ´Handboek van de goede democraat´ in de praktijk kunnen brengen. Hierin staat dat verkiezingscampagnes niet worden gevoerd aan de hand van vage beloften, maar van specifieke projecten. Een project is specifiek als er duidelijk uit blijkt wie er profijt van heeft en wie er schade van ondervindt. Een project is specifiek als het door sommigen met instemming wordt begroet en door anderen op protesten wordt onthaald. Als voorbeeld van een specifiek project zou een politieke partij zijn kiezers kunnen voorhouden: als wij de verkiezingen winnen, dan zullen we binnen dertig dagen na het aantreden van de regering voor zo- en zoveel snijden in de overheidsuitgaven van die en die sector en zullen we de belastingdruk met hetzelfde bedrag verlagen. Een ander voorbeeld: als wij de verkiezingen winnen, dan zullen we het bedrag dat van het noorden naar het zuiden gaat, halveren; in combinatie met deze maatregel zullen wij de fiscale heffingen voor de ondernemingen in het zuiden voor zo- en zoveel jaar afschaffen.**

Vage beloften om stemmen te winnen

En zo zouden de partijen voor alle belangrijke thema´s van algemeen belang projecten moeten voorstellen. Op het gebied van de gezondheidszorg moet dan bijvoorbeeld gekeken worden welke gevolgen de invoering van de ‘standaard kostenplaatjes” in de zorgverlening heeft gehad [vergelijkbaar met de Diagnose Behandel Combinatie in Nederland, DBC]. En welke partij durft er op het gebied van onderwijs een uitvoerige routekaart op te stellen (in plaats van het gebruikelijke geblabla) om het begrip ´meritocratie´ enigszins te laten meetellen? Technisch gezien is het mogelijk om de hoogte van de beurzen te koppelen aan een kwaliteitsindex van het onderwijs, áls de politieke wil daartoe tenminste bestaat.

Als de verkiezingscampagnes op die manier werden gevoerd, dan zou dat in zekere zin een posthume overwinning zijn voor Ugo La Malfa (‘de inhoud boven de ideologie stellen’ stond centraal in de politieke overtuiging van deze republikein). Een ´lamalfisering´ van de politieke partijen zou een radicale breuk met de traditie betekenen. In Italië staan verkiezingscampagnes van oudsher in het teken van vage beloften en ideologische stellingname tegen ´de vijand´. De ideologie (een reeks ´ismen´: anti-communisme, anti-berlusconisme, enz.) dient om de rangen te sluiten; met vage beloften jaag je niemand tegen je in het harnas en kun je zoveel mogelijk stemmen binnenhalen. Een overstap van de methode “ideologie + vage beloften” naar de methode “specifieke projecten” zou een revolutie zijn: dat zou met name leiden tot drastische veranderingen in de politieke stijl en de communicatie.

Gebrek aan ernst en nauwgezetheid

**Uit instinct, uit berekening, vanwege de traditie en ook vanwege hun persoonlijke capaciteiten bereiden de politici zich erop voor om weer op de oude, vertrouwde Italiaanse wijze campagne te gaan voeren. Maar dit keer kunnen ze zich wel eens vergist hebben in hun berekeningen. Zoals uit de peilingen blijkt, heeft het diskrediet waarin de politiek is geraakt, kritieke vormen aangenomen. De enige manier om hier uit te komen, is waarschijnlijk door de communicatiestijl radicaal te veranderen. Dit zou bovendien een geruststellend effect hebben op de rest van de wereld, die ons nauwlettend in de gaten houdt.

Wat de politici aan de ene kant zouden verliezen, als zij projecten lanceren die hun potentiële kiezers mogelijk afschrikken – en hun dus mogelijk stemmen kosten –, dat zouden ze aan de andere kant winnen doordat ze zich een serieus en nauwgezet imago aanmeten. En het is nu juist dit gebrek aan ernst en nauwgezetheid dat iedereen de politiek tegenwoordig verwijt. Nog afgezien van het feit dat een verkiezingscampagne die gebaseerd is op uiteenlopende specifieke projecten, de kiezers in staat zou stellen om te bepalen welke politieke krachten het meest geloofwaardig zijn om het saneringsbeleid voort te zetten.

Zoals men ons dag na dag inpepert, dwingt de wereldwijde crisis ons om veel van onze gewoontes te veranderen, als wij willen overleven. Het is hoog tijd dat ook de politiek haar gewoontes verandert.**