In de afgelopen weken moest de Hongaarse pers geamuseerd, maar toch ook een tikje geërgerd toezien hoe de internationale media verslag deden van de eerste ronde van de Hongaarse parlementsverkiezingen op 11 april. Zo betreurden zij het dat de Hongaarse realiteit flink gekleurd werd door exotisme. De website van de BBC en de Europese editie van de Wall Street Journal illustreerden hun artikelen bijvoorbeeld met foto's van kiezers in huzaren- of boerenkostuum. The Times daarentegen plaatste een foto van neonazi's, waarbij zonder bewijs werd vermeld dat dit aanhangers van Jobbik waren, de extreemrechtse partij waarop alle ogen van buiten de Hongaarse grenzen gericht waren. Daarnaast deed The Guardian er drie dagen over om het artikel te corrigeren waarin sprake was van een verkiezingsbijeenkomst in Boekarest, hoofdstad van Roemenië, plaatsten.

Inmiddels reageren de Hongaarse commentatoren steeds feller op de commentaren die Hongarije afschilderen als "racistisch" terwijl er vergeten wordt dat de FIDESZ (centrumrechts) de grootste winnaar van de eerste ronde is met 53% van de stemmen, en niet Jobbik, dat op de derde plaats staat met 16,7% van de stemmen, nog achter de socialisten. Vooral de Oostenrijkse pers, de pers van het voormalig keizerrijk, wordt door de meest kritische Hongaarse journalisten flink onder handen genomen.

"Er zijn wel degelijk betogingen tegen de Hongaarse Garde geweest"

Zo beschuldigt de hoofdredacteur van de website van het weekblad HVGde speciale verslaggever van Die Presse, Wolfgang Böhm, ervan zijn lezers verkeerd voor te lichten. Richard Hirschler weerspreekt de stelling dat "er in Hongarije geen enkele politieke macht is die zich verzet tegen het rechts-radicalisme", want "er zijn wél betogingen geweest tegen de Hongaarse Garde [de extreemrechtse militie], met hetzelfde succes als anti-Haider beweging in Oostenrijk". Hoewel Böhm Viktor Orbán, leider van de FIDESZ en toekomstig premier aanraadt om "niet te steunen op de nationale trots maar privé-initiatieven te stimuleren", herinnert Hirschler eraan dat "alle privé-initiatieven gestrand zijn op de struikelblokken van corruptie en het belastingsysteem, die alleen onder goede leiding en een sterke staat kunnen worden opgelost. Hartelijk dank voor uw advies. Maar voordat u daar nog meer van geeft, kunt u zich beter eerst laten voorlichten.

In het weekblad Heti Válasz hekelt de Hongaarse commentator Ferenc Horkay Hörcher de Oostenrijkse journalist Paul Lendvai, die beschouwd wordt als een van de beste specialisten op het gebied van Hongaarse politiek. Hörcher schrijft over het stuk van Paul Lendvai in het Oostenrijkse dagblad Kurier dat "die beste Oostenrijkse schrijver zich niet realiseert dat 11 april het eind van een tijdperk betekent". De Hongaarse journalist beschuldigt "deze met de Oostenrijkse kleuren getooide mediagoeroe van liberaal links" ervan zijn analyse te baseren op die van de Hongaarse politici die van het politieke toneel verdwenen zijn en "de mening van intellectuelen van links liberale en centrumdemocratische signatuur die een andere mening dan hij hebben, in twijfel te trekken. Deze arme 'windhanen' denken dat een tweederde meerderheid [het verwachte resultaat voor FIDESZ op 25 april] de toekomstige regering geloofwaardig maakt".

"Het Hongaarse links-liberalisme heeft zichtzelf ontbonden"

Horkay Hörcher merkt vrolijk op dat Lendvai probeert een "strikt internationale driekleur te fabriceren" met drie in het Westen beroemde schrijvers: Péter Esterházy, Péter Nádas en György Konrád. In een interview met het links-liberale blad Magyar Narancs bekent Péter Násdas dat hij zich "de afgelopen jaren zwaar vergist heeft in veel dingen". "Het Hongaarse links-liberalisme heeft zichzelf ontbonden, dat bestaat niet meer", voegt de schrijver eraan toe. "Als de beroemde schrijvers zich kunnen losmaken uit de omhelzing van Lendvai, zal hij hen dan ook uitmaken voor windhanen?" vraagt de verslaggever van Heti Válasz zich af. "Druk uitoefenen op de Hongaarse politiek via Paul Lendvai was een veelgebruikt middel, maar is in 2010 achterhaald".