Op 16 februari 1962 kwam de Noordzeespiegel in de regio rond de Duitse stad Hamburg in Duitsland door een storm een stuk hoger te liggen. De overstromingen kostten 300 mensen het leven en duizenden mensen raakten hun huis kwijt. Na deze ramp bleek uit de rapporten van de intergouvernementele werkgroep inzake klimaatverandering van de VN (de IPCC) dat de zeespiegel vóór het einde van de 21e eeuw met 20 tot 80 centimeter zal stijgen.

De Europese kusten beslaan in totaal 170.000 kilometer. Van de 27 Europese lidstaten liggen er 20 landen aan zee. Het continent is dus kwetsbaar voor erosie en een stijging van de zeespiegel, en de Europese Commissie heeft dan ook besloten om meer dan 13 miljoen euro te investeren in twee programma's waarmee wordt beoogd de gevolgen van klimaatverandering te ondervangen en kustgebieden te beschermen.

Volgens de Europese Unie kunnen de kosten van eventuele schade met driekwart worden teruggedrongen wanneer er op tijd wordt ingespeeld op de gevaren waaraan de Europese kusten zijn blootgesteld. De 27 lidstaten van de EU hebben daarom 6,5 miljoen euro vrijgemaakt voor het zogenaamde THESEUS-programma, waaraan 31 Europese instellingen deelnemen. Met dit programma moeten de gevolgen van een stijging van de zeespiegel voor de kust in kaart worden gebracht en moet worden bekeken met welke maatregelen deze het beste kunnen worden ondervangen.

De huidige steden zijn niet gebouwd op de toekomstige meteorologische omstandigheden

Twintig procent van de Europese kusten is onderhevig aan erosie. Volgens Barbara Zanuttigh, algemeen coördinatrice van THESEUS, die verbonden is aan de universiteit van Bologna, loopt de kustlijn op sommige plaatsen jaarlijks met 20 meter terug. De Roemeense kusten zijn het grootste slachtoffer: 60 procent daarvan is in gevaar. In Polen gaat het om 55 procent. In Spanje is op minstens vier stranden meermalen nieuw zand aangevoerd vanwege de gevolgen van erosie. Uit de eerste analyses komt naar voren dat 9 procent van de Europese kustregio's op korte termijn te maken zal krijgen met overstromingsrisico's omdat deze minder dan 5 meter boven de zeespiegel liggen.

Onderzoekers krijgen vier jaar de tijd om de risico's in acht representatieve kustgebieden in kaart te brengen en daaruit resultaten op te tekenen die ook voor de overige Europese kustgebieden gelden. De gebieden zijn geselecteerd op basis van hun kwetsbaarheid, sociale en industriële ontwikkeling en de heersende ecosystemen. Een van deze regio's is de baai van Santander, die onder de loep zal worden genomen door onderzoekers van het Instituto de Hidraúlica ambiental (IH) van de Universiteit van Cantabrië.

"Santander is een typische kuststad, met toeristische activiteiten, industrieën en een luchthaven", aldus Fernando Méndez, onderzoeker bij het IH. Deze onderdelen zullen gevolgen ondervinden van de klimaatverandering, en dan is er natuurlijk ook de bevolking. Veel steden zijn namelijk niet "ingericht en toegerust voor de meteorologische omstandigheden die zich in de komende decennia zullen voordoen", licht directeur Iñigo Losada van het IH toe.

De werkzaamheden van het IH in het kader van het THESEUS-project bestaan erin de economische en maatschappelijke gevolgen en de gevolgen voor het milieu te beoordelen en de meest gepaste strategieën uit te stippelen waarmee deze kunnen worden verzacht. Het model van kustinrichting zal per geval verschillen, maar mogelijke oplossingen zijn versterking van de dijken en herstel van kustmoerassen. Volgens Posada kan alleen "een ingrijpende verandering leiden tot radicale herinrichting van de kusten zoals wij die nu kennen".

Het tweede programma heet PEGASO en is opgezet voor tenuitvoerlegging van het protocol betreffende het geïntegreerd beheer van kustgebieden (het zogenaamde ICZM: Integrated Coastal Zone Management) in het Middellandse-Zeegebied. Het is de bedoeling dat de betrokken lidstaten hun kustgebieden gezamenlijk beheren, zodat kan worden voorkomen dat er door landsgrenzen een kloof ontstaat in het natuurlijke milieu, dat een doorlopend geheel vormt en geen grenzen kent. Het project wordt gecoördineerd door de autonome universiteit van Barcelona en er nemen 23 instanties uit 15 landen aan deel, die samen vier jaar lang tien kustgebieden in het Middellandse-Zeegebied gaan bestuderen.

Gezamenlijk kustbeheer

Deze gebieden zijn uitgekozen omdat er dringend beschermingsmaatregelen moeten worden genomen: er is sprake van erosie, verlies van biodiversiteit of kwetsbaarheid voor een stijging van de zeespiegel, zoals in Venetië. Als de operatie slaagt, kunnen de resultaten worden ingezet voor een soortgelijk protocol betreffende de kusten rond de Zwarte Zee. Onderzoekers kunnen zo een gemeenschappelijke gegevensbank opzetten waarmee het toekomstige beheer van de kustgebieden in goede banen kan worden geleid. Ook buitensporige verstedelijking en milieuvervuiling zullen dan worden aangepakt.