Hoewel links Europa namelijk positief staat tegenover een mogelijk toetreden van Turkije tot de Unie, verzetten de rechtse partijen in Duitsland, Frankrijk, Nederland en Oostenrijk zich ertegen. Na deze verkiezingen slaat de balans nu gedeeltelijk ten nadele van Turkije door. Ik gebruik met opzet het woord ‘gedeeltelijk’, want deze indruk wordt enigszins tenietgedaan door het enige goede nieuws van deze stemming: de toename in heel Europa van het aantal stemmers op de milieupartijen, waarvan bekend is dat ze de Europese plannen voor Turkije positief benaderen.

Ook al heeft het Europees Parlement niet de mogelijkheid om het onderhandelingsproces tussen Turkije en de Unie te stoppen, Turkije moet in staat zijn de ‘wind van verandering’ die op dit moment over Europa waait op de juiste manier te interpreteren. Zo zal het bijvoorbeeld niemand zijn ontgaan dat de UMP, de partij van Nicolas Sarkozy die zich heeft onderscheiden met zijn anti-Turkse uitspraken en wiens populariteit zeer laag is, toch een buitengewoon goed heeft gescoord bij deze Europese verkiezingen. Helaas zijn de Franse socialisten ondertussen vooral bezig elkaar het leven zuur te maken. Op basis hiervan kan worden geconcludeerd dat systematisch verzet tegen Turkije noodzakelijkerwijs verkiezingsvoordeel oplevert binnen het interne Franse politieke spel. Maar de belangrijke electorale doorbraak van de Franse Groenen, die zich heeft voorgedaan ondanks de positieve woorden aan het adres van Turkije van Daniel Cohn-Bendit, de legendarische leider van de Groenen, weerlegt dit soort haastige conclusies. De situatie na deze Europese verkiezingen is dus niet te versimpelen tot een zwart-wit visie zonder grijstinten.

Ondanks de groeiende anti-Turkse tendens binnen Europa hoeft Turkije niet te vrezen voor bijzondere kinken in de kabel met betrekking tot zijn toetredingsproces, op voorwaarde dat het land besluit de interne hervormingen verder door te voeren. Dat is in grote lijnen de boodschap die onder meer Olli Rehn, Europees commissaris voor Uitbreiding, op 9 juni in Brussel heeft gebracht: "Er is geen speciale reden voor ongerustheid zolang de juridische en politieke hervormingen maar worden voortgezet".