Op 3 maart heb ik mijn burgerplicht vervuld bij de gemeenteraadsverkiezingen in Den Haag. Ik zag er geen lange rijen kiezers, zoals in Afrika. Daar staan mannen en vrouwen voor dag en dauw op, lopen eindeloos ver en wachten met lege maag om de langgekoesterde democratie tot leven te wekken.

Nederland is een van de Europese landen die Afrikanen democratie willen brengen, als het evangelie dat hen van de armoede zal verlossen. Maar is het westerse model van democratie wel geschikt voor Afrika? Dit jaar alleen al ziet de Afrikaanse democratische agenda er rooskleurig uit. In Soedan vonden op 11 april parlements- en presidentsverkiezingen plaats. Op 28 juni gaan de Burundezen naar de stembus na vijftien jaar burgeroorlog. Optimisten juichen. Ik niet.

Soedan, Burundi en de Democratische Republiek Congo staan op het lijstje van het Nederlandse ministerie voor ontwikkelingssamenwerking als ’fragiele staten’. Kenmerken van zo’n staat volgens het Ministerie: ernstige politieke en sociale spanningen met negatieve gevolgen voor haar burgers, gebrek aan legitimiteit en capaciteit, aan veiligheid en mensenrechten. Onderwijs, sanitaire voorzieningen en gezondheidszorg ontbreken. Geen economische ontwikkeling. Kortom, een veld waar alles kan groeien behalve democratie.

Verkiezingen kunnen een reden zijn voor nieuwe brandhaarden

Op 4 februari schetste de Burundese minister van defensie, Germain Niyoyankana, op het instituut voor internationale betrekkingen Clingendael een eerlijk maar somber plaatje van zijn land. Het leger en de politie hebben geen geld om uniformen te kopen. Er ontbreekt geld voor de opleiding van militairen en politiemensen. "De Burundese bevolking leeft in een misère die niet in woorden is uit te drukken", zei hij bescheiden.

Ondanks deze in- en intrieste schets komen er verkiezingen, in de wetenschap dat die zelf weer reden kunnen zijn voor nieuwe brandhaarden. Europa betaalt graag mee aan de 43 miljoen euro die Burundi ervoor nodig heeft. De democratie moet immers met man en macht naar Afrika worden gebracht.

Econoom Paul Collier, verbonden aan de universiteit van Oxford, pleit voor langere militaire interventies om zo de democratie niet alleen te brengen, maar ook te houden en onderhouden. "Na eerlijke verkiezingen bieden die bescherming aan de regering tegen een staatsgreep", zo rechtvaardigt hij zijn pleidooi.

Hoewel hij, net als ik, in zijn publicaties erkent dat zonder stevige economie geen democratie mogelijk is, ligt de naïviteit in zijn idee dat er eerlijke verkiezingen mogelijk zijn. Maar kun je daarvan spreken als kiezers gaan stemmen op kandidaten die hun rijst, pennetjes en schriftjes geven tijdens de campagne? Of wanneer er grote multinationals achter een kandidaat staan? Is er sprake van eerlijke verkiezingen als de kiezers analfabeet zijn? De elite houdt dat analfabetisme in stand door niet in het onderwijs te investeren omdat het een bedreiging vormt voor hun macht.

Het gaat goed met de democratie maar niet met de bevolking

Het is naïef om te denken dat de democratie Afrika zal redden. Sinds ik in 2006 verkiezingswaarnemer in Congo was, ga ik er elk jaar naar toe om te kijken hoe het er met de democratie voor staat. Ik praat niet alleen met de journalisten en de elite, maar vooral met de straatkinderen, de gewone mannen en vrouwen, de militairen, de onderwijzers.

Het gaat er goed met de democratie maar niet met de bevolking. President, parlement en senaat vervullen hun democratische functies. Zij voldoen aan de ’internationale criteria’ van democratie. Maar de bevolking die het inmiddels beter zou moeten hebben dankzij deze democratie, leeft nog altijd in de armoede van voor 2006.

Tijdens een bezoek aan scholen in de stad Kananga, duizend kilometer van de hoofdstad Kinshasa, sprak een schooldirecteur mij aan. Hij was zeer verbaasd dat ik zijn school wilde ondersteunen met schoolmateriaal. Hij liet mij een pak met honderd krijtjes zien. "Honderd voor duizend leerlingen. Dat is alles wat we nog hebben tot het eind van het schooljaar." De autoriteiten ziet het schoolbestuur alleen rond de verkiezingen. De directeur vroeg mij dan ook of ik soms een kandidaat was voor de volgende verkiezingen in 2011. Is dit de democratie die men voor Afrika wil?

Verkiezingen crëeren een te grote afhankelijkheid van Europa

Zolang Afrika zelf de verkiezingen niet kan financieren, kunnen ze wat mij betreft beter stopgezet worden. Het is niet alleen duur, maar creëert een te grote afhankelijkheid van Europa. Wat, als Europa de geldkraan dichtgooit? Begint de Afrikaanse democratie daar waar de gulle hand van Europa zich uitstrekt? Afrikaanse leiders leggen verantwoording af aan hun sponsors, niet aan hun eigen bevolking. Dit is geen democratie maar klantenbinding. Het is een vloek op de idealen van de democratie.

Ik roep dan ook alle evangelisten van de democratische leer op om een minuut stilte te houden. Niet om de doden die na elke verkiezingsronde vallen te herdenken, maar om met mij een nieuw model van democratie te bedenken. Eén model waarbij verkiezingen geen rol spelen maar waarin ruimte is voor de dynamiek van Afrikaanse stammencultuur.

Een model waarin de macht anders is geregeld: als een Olympische fakkel. Per regio of provincie rouleert de macht – ongeveer als in de Europese Unie met het roulerende voorzitterschap. Een provinciale leider wordt president van het hele land en hoeft voor die periode niet na te denken over hoe hij de macht moet behouden of campagne voeren om de volgende verkiezingen te winnen. De oppositie krijgt dan een functionele positie: ze bereidt de overname van de macht voor. Dat schept bovendien een beter economisch landschap voor investeerders. Europa zou daarmee haar obsessie voor democratie om kunnen zetten in een gezonde drang en werk maken van economische groei.