**Op zijn laatst vorige week is duidelijk geworden dat het politieke Europa de grenzen van zijn draagkracht heeft overschreden. De gemeenschappelijke verklaring van Frankrijks president Hollande en bondskanselier Merkel om “alles te doen om de eurozone te beschermen” was niet meer dan een wanhoopsdaad.

Al in de derde zin van de verklaring werd duidelijk hoe ver de ervaringen met de crisis in de individuele eurolanden, inclusief Duitsland en Frankrijk, uit elkaar liggen. Eenieder moet “zijn verplichtingen nakomen op zijn eigen terrein”, heette het. Je zou dat ook als capitulatie kunnen opvatten: iedereen moet maar zien hoe hij zich redt.**

Laatste stuiptrekkingen van eurodiplomatie

Het zijn de laatste stuiptrekkingen van de gemeenschappelijke eurodiplomatie. Er is alleen nog maar sprake van oppervlakkige overeenstemming. Daaronder zijn geweldige middelpuntvliedende krachten aan het werk, en die nemen toe. De ene dag stelt ECB-president Draghi meer hulp voor noodlijdende lidstaten in het vooruitzicht, terwijl de Duitse minister van Financiën Schäuble de toezegging weer intrekt. Griekenland eist meer tijd, terwijl er dagelijks nieuwe meldingen binnenkomen over de nalatigheid van de regering in Athene en Duitse politici openlijk een Griekse exit uit de euro eisen. Een Spaanse minister voor Europese zaken laat de problemen van zijn land achterwege, en vraagt liever om meer geld uit Duitsland. En er heerst evenmin eensgezindheid over de instrumenten – directe of indirecte aankoop van obligaties, steun aan banken en bezuinigingsprogramma’s.

Economieën zijn uit elkaar gegroeid

**De Duitse regering neemt overigens alleen in de ECB-directie een minderheidspositie in. Als we de EU-lidstaten uit Oost-Europa erbij nemen ziet de situatie er al heel anders uit. Er gaapt een diepe kloof tussen Noord- en Zuid-Europa. Het is slechts een kwestie van tijd tot het moment komt waarop we elkaar diep in de ogen kijken en moeten toegeven: het gaat gewoon niet meer.

In het elfjarige bestaan van de euro zijn de economieën van Noord- en Zuid-Europa niet naar elkaar toe gegroeid, maar juist uit elkaar. Onder dergelijke omstandigheden heeft een gemeenschappelijke munt geen enkele zin.**