De Griekse crisis staat al aan de oevers van de rivier de Taag en Portugal, een land met een zekere neiging tot melancholie en terughoudendheid, is midden in de Europese maalstroom terechtgekomen. De situatie van Portugal lijkt nog niet zo rampzalig als die van de Griekse eilanden. In Athene bedroeg het begrotingstekort in 2009 12,7 procent en de openbare schuld bedraagt dit jaar 124 procent van het BNP. In Lissabon zijn de cijfers bemoedigender: een begrotingstekort van 9,4 procent en een schuld van 85 procent.

De Portugese rentevoet voor tien jaar lag deze week echter rond de 6 procent, een ongekend hoog rendementsverschil ten opzichte van Duitsland. Na de aanvallen van de markten heeft de socialistische regering van José Sócrates een stabiliteits- en groeiplan voorgelegd aan Brussel waarmee wordt beoogd het overheidstekort uiterlijk in 2013 tot 2,8 % terug te dringen. De aangekondigde bezuinigingsmaatregelen hebben geleid tot stakingen in het openbaar vervoer en bij postbezorgers, maar het land is verder niet in rep en roer. Ondanks het onbehagen dat is ontstaan door de groei van de werkloosheid, die nu meer dan 10,2 procent bedraagt, wat in geen 40 jaar meer is voorgekomen, blijft het op straat redelijk rustig.

De groei van de economie was de laatste jaren vrijwel nul

Wat is het probleem van Portugal? "Een lage productiviteit, die zich vertaalt in een dito groei," aldus analisten en ondernemers. De groei van de Portugese economie lag de laatste jaren vrijwel op het nulniveau en was het laagste in Europa sinds het land op de euro is overgestapt. "Er is een ernstig probleem op het gebied van binnenlandse vraag," stellen Portugese economen. Op de binnenlandse markt wordt de toon gezet door een sterke bureaucratie, die de innovatie remt, terwijl er een krachtige industrie voor hernieuwbare energie is. Daarnaast heeft Portugal veel geleden onder de uitbreiding van de Unie met de Oost-Europese landen en de opkomst van landen zoals China, doordat de lagere salarissen van deze nieuwe spelers op de markt de export op een laag pitje hebben gezet.

"Met de structuurfondsen van de Europese Unie is de infrastructuur verbeterd, maar deze zijn niet ingezet om de industrie kracht bij te zetten," lichten zij toe. Al deze factoren hebben ernstige gevolgen gehad. Jarenlang werd de Portugese economie gedragen door de lage arbeidskosten, en zijn salarissen verhoogd ten koste van de productiviteit, waardoor de loonkosten een hogere vlucht hebben genomen dan in Duitsland. In deze context van stagnatie is het land opgeschrikt door de tsunami van de hoge liquiditeit in de eurozone, die voortvloeide uit de lagere rentetarieven die de Europese Centrale Bank hanteerde.

Het gevolg? Een land met werknemers die langzaam aan hun concurrentievermogen verliezen, terwijl zij worden beschermd door strikte arbeidsnormen, waar men bereid is om zich tot de nek in de schulden te steken met kredietmogelijkheden. Zo is de schuld van huishoudens tot 100 procent van het BNP gestegen en die van het bedrijfsleven tot 140 procent. Als de overheidsschulden worden meegerekend, bedraagt de Portugese schuldenlast meer dan 300 procent van het BNP.

Wat de situatie echter nog erger maakt, is het feit dat deze schulden niet zijn gebaseerd op binnenlandse groei en de schulden zich naar het buitenland hebben gericht. En zo is Portugal onmerkbaar kwetsbaar geworden voor de internationale financiële markten. "Hoe kan een land met een zo lage groei en een dermate zwak concurrentievermogen zoveel geld aflossen?" vragen zij zich af. Deskundigen zoals Kenneth Rogoff, voormalig hoofd-econoom van het IMF, uiten hun bezorgdheid over deze precaire situatie in het land en de risico's waaraan het is blootgesteld door de Griekse crisis.

Betere infrastructuur om moderner uit de crisis te komen

De regering heeft een stabiliteitsplan voorgesteld, maar het is eigenlijk een herstelplan, waarmee wordt beoogd de tekortkomingen in het land op te lossen. Het plan voorziet ook in infrastructuurprojecten zoals stuwdammen, systemen voor elektrische energieopwekking en een hogesnelheidstrein met een verbinding naar Madrid. De regering is voornemens door overheidsinvesteringen met een modernere en stabielere economie uit de crisis te komen. In het plan wordt korte metten gemaakt met een groot aantal illusies en moet een pijnlijke werkelijkheid worden geaccepteerd.

Harde bezuinigingsmaatregelen, minder overheidsbestedingen, stimulering van de export, verhoging van de binnenlandse besparingen. De kiezen moeten op elkaar, de Portugezen moeten nóg een stapje terugdoen. Vreemd genoeg leiden dergelijke voorstellen in Lissabon niet tot buitensporige trauma's na jaren van nulgroei. De financiële crisis van 2008 deed zich voor in een periode waarin sprake was van enige lusteloosheid. "Dit is gewoon weer meer van hetzelfde," is de reactie in Lissabon. In het land van de fado lijkt het geduld nooit op.