**Ze leggen banden in de bunker en steken die in brand. Of ze zetten er een zak mest in dat veel kalium bevat. Zo maken ze een primitieve bom en de bunker explodeert. “Als het beton uit elkaar springt, slaan we er met hamers op om bij de plek te komen waar het ijzer zit”, vertelt Djoni, een bouwvakker uit Berat, een stad centraal gelegen in Albanië. “Soms zit er wel twee ton in. We kunnen het ijzer verkopen voor vijftien cent per kilo. Een bunker kan dus wel 300 euro opleveren ! Maar soms moeten we wel vijf dagen hard werken voordat het beton breekt. Trouwens, het grootste deel van het geld gaat naar mijn baas. Ik verdien zelf 20 tot 30 euro per bunker.

Toch klaagt Djoni niet. Sinds een paar jaar doet de bouwsector in Albanië het bijzonder goed en dat heeft geleid tot een scherpe stijging van de prijs voor ijzer. Zelfs de crisis in Italië en Griekenland, waar honderdduizenden Albanese emigranten werken, brengt daar geen verandering in. Het klopt dat deskundigen beweren dat deze snelle groei op geen enkele wijze de realiteit weergeeft, omdat die is gekoppeld aan de bouw van wolkenkrabbers in opdracht van de Italiaanse maffia, die op die manier geld witwast. Sommige van die gebouwen staan voor de helft leeg.

Wij hebben geen last van de crisis”, zegt Djoni. “De premier is trots op het feit dat Albanië, samen met Polen, het enige land is in Europa waar geen recessie heerst”. Djoni heeft zelf ook een paar jaar in Griekenland gewerkt, in Piraeus. Maar het eeuwige verstoppertje spelen met de grenswachters, die regelmatig Albanese illegalen in de kraag vatten, begon hem op te breken. “Ik ben geen jonge kerel meer”, zegt hij. Hier verdien ik weliswaar minder, maar ik geef ook minder uit. Uiteindelijk komt dat op hetzelfde neer.”

Overdag werkt Djoni in de bouw. ’s Avonds verdient hij nog iets bij met de bunkers. Dankzij die bijverdienste heeft hij zijn appartement kunnen opknappen en zijn kinderen naar goede scholen kunnen sturen.**

750.000 bunkers voor 3 miljoen inwoners

**Honderdduizenden bunkers ontsieren het landschap van Albanië vanaf Shkodër aan de grens met Montenegro tot aan Konispol, op steenworp afstand van Griekenland.

De bunker Gjergj met het opschrift “Bunker Bar” is van boven tot onder groen geschilderd en springt direct in het oog. En ook al laat de aantrekkelijkheid van het strand van Shëngjin, waar de bunker staat, te wensen over, toch verliest Gjergj de moed niet: “We hebben dan misschien niet zoveel zand, maar daarvoor in de plaats groeien bij ons de champignons op beton. Zeg maar ons eekhoorntjesbrood van ome Hoxha. Daar komen mensen van over de hele wereld naar kijken!

Gjergj nodigt me uit om binnen te komen, ik mag van hem zelfs door het schietgat kijken met uitzicht op Italië [aan de overkant van de Adriatische Zee]. Hij laat de ijzeren staaf zien die hij goed heeft verstopt in zijn schuilplaats. “Die gebruikte ik vroeger om dronken klanten te “overtuigen” dat ze hun rekening moeten betalen. Nu gebruik ik hem om de mensen weg te jagen die de bunker willen slopen. Ik zit hier al 12 jaar en ik laat niemand er ook maar een vinger naar uitsteken”.

De Albanese bunkers zijn inderdaad uniek. Het schijnt dat de communisten er 750.000 hebben gebouwd, terwijl het land maar 3 miljoen inwoners heeft. “In de communistische periode was alles wat met de bunkers te maken had top secret. In de overgangsperiode daarna raakte al het documentatiemateriaal zoek en nu is niemand nog in staat om ze te tellen”, vertelt Ina Izhara, een politicologe die pendelt tussen Albanië en Italië, zoals zoveel jongeren hier.**

“Hoxha was paranoïde”

**De bunkers staan in steden, op binnenplaatsen naast huizen, op begraafplaatsen en speelvelden. Sommige liggen in de bergen, terwijl andere voor de helft in zee zijn gezakt. Boeren moeten ze zien te ontwijken als ze de grond bewerken. Onderweg per trein van Tirana naar Durrës alleen al zijn er tientallen te zien.

Waarom werden ze destijds eigenlijk gebouwd ? Enver Hoxha, die Albanië van 1944 tot 1985, het jaar van zijn dood, in zijn eentje leidde, was bang voor een aanval. “Die man was paranoïde”, zegt Ina Izhara. “Hij dacht dat de hele wereld Albanië wilde binnenvallen. Net na de tweede wereldoorlog had hij een bondgenootschap gesloten met Joegoslavië. Maar hij kreeg al gauw ruzie met Tito en heeft toen een vriendschapsverdrag met de URSS gesloten. Toen het proces over het stalinisme begon, beviel hem dit bondgenootschap niet meer. Vanaf dat moment is hij nauwer gaan samenwerken met China en zich gaan voorbereiden op een oorlog door bunkers te bouwen, omdat hij dacht dat de hele wereld zich tegen hem had gekeerd."**

Bunkers storttten als kaartenhuizen in elkaar

**“Hier kom je om je onschuld te verliezen”, grapt Ina Izhara. “Pas geleden had een knul een avontuurtje met een meisje dat hij in een bar in een bunker in Saranda had leren kennen. Dat was verre van aangenaam! Het was koud en hij trapte zo in de drek toen hij even niet oplette”.

Jarenlang liet iedereen de bunkers van Hoxha ongemoeid. “Totdat de Serviërs begonnen met hun bombardementen op Kosovo”, vertelt Caushi. “Sommige bommen kwamen in Albanië terecht, dus ook op de bunkers. Toen pas drong het besef door dat deze gebouwen, ooit bedoeld als schuilplaats voor een mogelijke kernoorlog, als kaartenhuizen in elkaar storten! Dat was voor veel mensen een enorme schok. Ze zijn zich bewust geworden van het feit dat het zogenaamde aanzien van het communisme lucht was, leugens, schijn.

Toen zijn de bunkers aan een tweede leven begonnen, een burgerlijk bestaan. Mensen lieten ze niet langer ongemoeid. Op het platteland zijn ze omgetoverd tot varkensstallen en in steden dienden ze tot voor kort als vervanging van koelkasten. Nu de Albaniërs de middelen hebben om koelkasten te kopen, zijn de bunkers openbare vuilnisbelten geworden.**

“Mentaal afscheid nemen van het communisme”

**Dat is in de hoofdstad Tirana wel anders. Blokku is een wijk in Tirana die tijdens de communistische periode was afgesloten en onder strenge bewaking stond. Hier woonde de crème de la crème, Enver Hoxha, zijn ministers en zijn kameraden. Elk gebouw had een ondergrondse betonnen schuilkelder. “Nu is Blokku de wijk waar wordt gefeest”, vertelt Kamelja, rechtenstudente, lachend. In deze oude schuilplaatsen kom je echt goede bars en cafés tegen.

In het centrum van Tirana staat nog een andere bunker – een grote piramide die Pranvera, de nicht van Hoxha, na zijn dood heeft laten bouwen. Ze wilde er een grafmonument van maken, een bedevaartsoord voor scholieren, militairen en arbeiders. Maar de piramide staat leeg en is bedekt met graffiti. Moedige skaters doen pogingen de steile muren te bedwingen. “Ik kom er langs als ik naar mijn werk ga”, zegt Gjergi Ndrecën, die onder het regime van Hoxha zeven jaar gevangen zat vanwege “antirevolutionaire propaganda”.

Wat zouden ze met deze piramide moeten doen?” – “Hetzelfde als met de bunkers! Er mest en banden in leggen en in de fik steken. Door de bunkers te slopen kunnen we een begin maken met het mentaal afscheid nemen van het communisme. Zolang we blijven wonen in een omgeving die door de communisten is gebouwd, blijft het spook van Hoxha ons beheersen”.**

Dit artikel is geschreven voor het project Next in Line, gecofinancierd door de Europese Unie.