**Tot de vaste verslaggevers van de New York Tribune in de jaren rond 1860 behoorde een zekere Karl Marx. Hij schreef dat Japan “het laatste werkelijk feodale land was, met alle bijbehorende irrationaliteit en verdeling [van de macht]". De Europese Unie doet momenteel denken aan dit Japan van vroeger, waarbij Angela Merkel de rol van shogun vervult.

Japan was in die tijd een waar mozaïek van feodale provincies, die bestuurd werden door lokale landsheren, de daimio´s. Deze vielen zelf weer onder de opperbevelhebber van de strijdkrachten, de shogun. Het bestuur van het shogunaat werd bakufu genoemd. De stad Kyoto had zelfs een keizer, ook al waren zijn bevoegdheden nog beperkter dan die van de huidige voorzitter van de EU, Herman Van Rompuy.**

De lokale daimio´s regeerden naar eigen goeddunken over hun territorium, waar ze hun eigen munt, hun eigen belastingsysteem en hun eigen leger hadden. Vaak lapten ze de decreten van de bakufu (Brussel) aan hun laars, en als de bakufu inspecteurs stuurde, dan werden deze door de daimio´s (de Grieken) misleid. Zo heeft de provincie Satsuma kunstmatige dorpen opgezet, waarbij samoerai [ridders, red.] gedwongen werden de rol van boeren te spelen. De Japanse elite bracht veel tijd door in Edo (Tokio / Brussel), waar alles wat er aan belastinginkomsten binnenkwam, aan representatiekosten opging. De gewone man was totaal niet geïnteresseerd in de keizer of de shogun (de leiders in Brussel). Karl Marx vertolkte de toenmalige minachting voor Japan als volgt: een achtergebleven land met een politieke organisatie die te versnipperd is om de bestaande problemen te kunnen oplossen.

De frustratie van de onmacht

**Een paar jaar later was Japan echter een van de meest gecentraliseerde landen ter wereld. De Japanners verpletterden de Russen – een staaltje dat niet iedereen gegeven is – tijdens de Russisch-Japanse oorlog in 1905. Daarnaast zetten ze grote bedrijven als Mitsubishi op. Wat was er gebeurd? Er deed zich een crisis voor, die uitmondde in een soort globalisering. De Amerikaanse commodore Perry en zijn militaire vloot dwongen Japan zich open te stellen voor de handel met het Westen [in 1854, red.].

Tegenwoordig is het Europa dat in crisis verkeert. De zuidelijke landen zijn er niet in geslaagd hun economie af te stemmen op een wereld die rekening moet houden met een geïndustrialiseerd China. Zij voelen zich nu de gevangenen van een munt waarmee ze weliswaar goedkoop konden lenen, maar die ook de prijs van hun handelswaar deed stijgen. Het enige dat de euro nog lijkt te kunnen redden, is een politieke unie. De denktanks en bureaucraten in Brussel ervaren nu een zelfde soort frustratie als er destijds heerste in Japan, dat door niemand serieus werd genomen. De frustratie van de onmacht.

De situatie roept om een Europese versie van de Meiji-restauratie: de macht centraliseren en de beslissingsbevoegdheid van de lidstaten op economisch gebied overnemen. Een mogelijk scenario zou zijn om de officiële macht van Brussel (de keizer) aanzienlijk te versterken, terwijl een kliek van technocraten en politici achter de schermen aan de touwtjes zou trekken. Een schijndemocratie.**

Europese staat een factor voor vrede?

**Vervolgens moet Brussel de ‘provincies’ die nu nog in een wurggreep worden gehouden door de euro, discipline bijbrengen. De EU verkoopt het Europese project als een vredesproject door zich – ten onrechte – hardnekkig te beroepen op de laatste grote ramp die ons is overkomen, namelijk de Tweede Wereldoorlog. Maar in het verleden is een aantal andere conflicten, zoals de Dertigjarige Oorlog [1618-1648], juist veroorzaakt doordat lokale protestbewegingen zich tegen de decreten van het centrale gezag verzetten.

Wat de Japanse elite betreft, deze was vervuld van nationale sentimenten en vormde al meer dan duizend jaar hetzelfde Keizerlijk Huis. En toch waren er een burgeroorlog, een oorlog, en een nationalistisch schoolsysteem voor nodig, voordat het Japanse volk echt Japans werd (aan dit tijdperk kwam een einde met het bombardement op Hiroshima). Bij ons moeten we teruggaan tot het Romeinse Rijk om een verenigd Europa te vinden.

Samengevat kunnen we stellen: als de eurocrisis een Europese staat voorschrijft, dan heeft deze bitter weinig kans om te overleven. Een Europese staat is ook niet noodzakelijkerwijs een factor voor vrede. Eerder het tegenovergestelde.**