Het grootste deel van de Europese Unie leeft boven zijn stand. Overheidstekorten lopen uit de hand en de schulden van de publieke sector stijgen. Als de Europese regeringen de nieuwe adempauze niet gebruiken om de uitgaven in te tomen, worden de financiële markten weer gevaarlijk rusteloos. Helaas zijn de Europese kiezers en politici gewoon niet voorbereid op de tijd van soberheid die ons te wachten staat.

Ik dacht vroeger dat Europa goed zat. Laat de VS maar de militaire supermacht zijn; laat China de economische supermacht zijn – Europa is de lifestyle-supermacht. De dagen dat de Europese imperia de wereld domineerden waren voorbij. Maar dat was prima. Europa was nu de plaats met de mooiste steden, het beste eten en de beste wijn, de rijkste culturele geschiedenis, de langste vakanties, de beste voetbalelftallen. Het leven is voor de meeste gewone Europenen nog nooit zo goed geweest. Het was een goede strategie. Maar er was een zwakke plek. Europa kan zich geen comfortabele afzondering veroorloven.

Extreem voorbeeld

De Griekse financiële crisis is, helaas, een extreem voorbeeld van een breder Europees probleem. Investeerders hebben maanden lang nerveus naar schuldenlasten en begrotingstekorten in Spanje, Portugal en Ierland gekeken. Maar zelfs de grote vier van Europa – Groot-Brittannië, Frankrijk, Italië en Duitsland – zijn nauwelijks ongevoelig voor zorgen. De Italiaanse publieke schuld bedraagt circa 115 procent van het BNP. Zo'n twintig procent hiervan moet in de loop van 2010 worden verlengd. Groot-Brittannië heeft momenteel een begrotingstekort van bijna twaalf procent van het BNP, een van de grootste in Europa. George Osborne, die waarschijnlijk minister van Financiën in de nieuwe regering gaat worden, heeft de officiële economische vooruitzichten van Groot-Brittannië omschreven als “fictie”. De Franse overheid heeft al meer dan dertig jaar geen sluitende begroting meer geproduceerd. En een van de redenen voor de diepe verbittering in Duitsland over de redding van Griekenland is de wetenschap dat Duitsland zelf al worstelt met de eigen begroting.

Het is natuurlijk zo dat de burgers van Letland en Ierland al echte salaris- en pensioenvermindering hebben moeten slikken. Maar dit zijn allebei landen die echte armoede aan den lijve hebben ondervonden, gevolgd door massieve, niet duurzame ‘booms’. Ze wisten al dat de laatste paar jaren een beetje onrealistisch waren.

Niet stoïcijns reageren

Zoals de rellen in de straten van Athene laten zien, zullen echter niet alle Europeanen zo stoïcijns reageren op de inperking van de uitgaven. Velen zijn vroegtijdigpensioen, gratis gezondheidszorg en gulle werkeloosheidsuitkeringen als fundamentele rechten gaan beschouwen. Ze vragen zich al tijden niet meer af waar dat allemaal van betaald wordt. Dit gevoel van recht hebben maakt hervorming zo moeilijk. Zoals de Britse verkiezingen zojuist duidelijk hebben aangetoond, zijn politici bijzonder terughoudend om de kiezers te confronteren met de moeilijke keuzes die gemaakt moeten worden.

Maar als de Europeanen nu geen soberheid accepteren, worden ze straks geconfronteerd met iets veel schokkenders – enorme ongedekte schuldenlasten en omvallende banken. Voor veel Europeanen is dat iets wat alleen in Zuid-Amerika gebeurt. De ontdekking dat Zuid-Europa – en misschien Noord-Europa ook – ook met de rug tegen de financiële muur kan staan, komt als een grote schok.

Ultieme verzekeringspolis

De toenemende omvang en macht van de EU heeft een gevaarlijk gevoel van zelfgenoegzaamheid gevoed. Voor de landen in Zuid- en Midden-Europa – die later lid werden dan de eerste kerngroep – werd “Brussel” verkocht als de ultieme verzekeringspolis. Toen ze eenmaal lid van de EU waren, waren ze ervan overtuigd dat oorlog, dictatuur en armoede veilig tot het verleden behoorden. Iedereen kon streven naar het relatief comfortabele, stabiele leven van de Fransen en de Duitsers. Vele jaren ging dat heel goed – de levensstandaard in landen als Spanje, Griekenland en Polen schoot omhoog.

De afgelopen jaren is de Europese eenheid ook verkocht als een verzekeringspolis voor de oprichters van de Unie. Zowel president Nicolas Sarkozy van Frankrijk als de Duitse bondskanselier Angela Merkel spreken van een Europa dat “beschermt”. Het idee was dat een Unie die 27 naties omvatte groot genoeg was om een uniek Europees sociaal model te beschermen tegen de onzekerheden van de globalisering.

Lifestyle-supermacht

Op het meest fundamentele niveau beschermt de EU inderdaad. Maar nu de Europeanen niet langer vreemde legers vrezen, beginnen ze bang te worden voor vreemde obligatiehouders. Europa’s bestaan als “lifestyle-supermacht” steunde op een ruim krediet.

De reddingsoperatie van afgelopen weekend betekent voornamelijk een laatste, grote kredietgrens voor die Europese regeringen die dat nodig hebben. Maar ondanks alle verhalen over pan-Europese solidariteit, zal een van de kosten van deze kredietgrens een vergroting van de politiek spanningen in de EU zijn. Er wordt al heel bitter gedaan in Griekenland over het verlies van nationale soevereiniteit; ongeveer net zo erg als de scherpe woorden in Duitsland over de kosten van de redding van onhandige Zuid-Europeanen. Vorige week sprak ik een zeer gerespecteerd lid van het EU-establishment. Hij schudde zijn hoofd zorgelijk over de bittere beschuldigingen tussen Grieken en Duitsers en de manier waarop de crisis “twee volkeren tegen elkaar opgezet heeft.” Dit is, zo zei hij, ongeveer zoiets als oorlog in modern Europa.

Laten we het hopen. Maar de Europeanen ontdekken dat het ‘Europees project’ geen bescherming biedt tegen de harde buitenwereld. Alles kan nog steeds heel erg fout gaan – zelfs binnen de ommuurde tuin van de Europese Unie.