Terwijl de regeringen in de eurozone bezuinigingen opleggen op de grootste schaal sinds jaren, zijn er in Griekenland, dat wordt gezien als het centrum van de crisis, al grote demonstraties en algemene stakingen. Er is nu groeiende bezorgdheid dat dergelijk vertoon van publieke woede grotere vormen gaat aannemen.

De Spaanse vakbonden dreigden donderdag met landelijke werkonderbrekingen en protestacties. De schok is voelbaar in landen die van armoede naar rijkdom zijn gegaan in de jaren van bijna ononderbroken groei sinds de Tweede Wereldoorlog en altijd de materiële voordelen van het EU lidmaatschap hebben genoten.

Moeilijk te geloven

“Twee dingen zijn moeilijk te geloven: ik kan worden ontslagen en ik zal tot mijn 65e moeten doorwerken om een pensioen te krijgen”, zegt Yannis Adamopoulos, bewaker bij een Griekse overheidsbedrijf. Een andere Griek, Fotis Magriotis, civiel ingenieur met een eigen bedrijf, heeft zijn SUV te koop gezet. Werk is moeilijk te vinden en de belasting op benzine is tweemaal verhoogd. “Ik heb geen andere keuze dan inkrimpen”, zegt hij.

Dergelijke opmerkingen zijn aanleiding voor meedogenloze grappen in het noordelijk deel van Europa, waar dingen als onzekere banen, pensioen op 65-jarige leeftijd, kleine auto’s en hoge benzineprijzen veel voorkomen.

Uiteindelijk waren het de financiële markten, niet de sobere Duitse betaalmeesters van de eurozone, die de kwetsbaarheid van Griekenland, Spanje en Portugal aan het licht brachten, hetgeen in het weekend leidde tot een reddingplan van € 750 miljard.

Deze noodreddingsoperatie, die tot doel heeft de soevereine schuld en interbancaire markten in Europa op te schonen, kwam met kleine lettertjes van de kant van de Europese Unie, het Internationaal Monetair Fonds en de VS: na de twee jaar durende fiscale braspartij die volgde op de financiële crisis van 2008 die het leven draagbaar maakte tijdens de recessie, moeten de regeringen nu hun tekorten terugdringen en zwaar bezuinigen.

Grote daling levensstandaard

Voor de eerste keer sinds de EU-hulp vrij begon te stromen in de jaren 80, krijgen de Grieken te maken met een grote daling van de levensstandaard met een economie die dit jaar 4 procent krimpt en nog eens 2,6 procent in 2011. De nieuwe realiteit opgelegd door de Griekse socialistische regering – 12 procent salarisverlaging voor ambtenaren, snoeien in pensioenen en dreigend banenverlies bij overheidsbedrijven – doet de werknemers in de opgezwollen overheidssector versteld staan.

Een vergelijkbare, maar wat minder strenge aanpassing wordt opgelegd door de socialistische regering in Spanje. Premier José Luis Rodríguez Zapatero jaagt vroegere medestanders in de vakbonden tegen zich in het harnas door terug te komen op zijn beloften en de ambtenarensalarissen vanaf volgende maand met vijf procent te verminderen als onderdeel van de maatregelen om het tekort terug te dringen. Orthodoxe economen, en Zapatero’s conservatieve tegenstanders, zeggen dat de regering en het Spaanse volk lang het gevaar niet hebben ingezien van een dynamische particuliere sector die de welzijnsstaat betaalt. “De Spanjaarden willen denken als Cubanen en leven als Yankees”, zegt Lorenzo Bernaldo de Quirós, econoom en business consultant.

Duitsers doen naam eer aan

In het noorden doen de Duitsers hun naam eer aan van verstandige, ijverige werkers, bewust van de eeuwige wisselwerking tussen diensten en belastingen. Veel kiezers in de deelstaat van Noordrijn-Westfalen zeiden tijdens de verkiezingen vorige zondag dat ze liever meer belasting betalen dan dat hun lokale zwembad of kleuterschool sluit. “Duitsers willen meer stabiliteit en soberheid en geen overheidsoverbesteding,” zegt Jürgen Falter, professor politicologie aan de universiteit van Mainz. “Dit maakt deel uit van de collectieve herinnering aan de hyperinflatie die alle spaargelden van hun grootouders in de jaren twintig wegvaagde.”

De scheiding tussen noord en zuid is echter niet zo star als je op het eerste gezicht zou denken. Frankrijk ligt zowel noord als zuid en kan het te maken krijgen met massale demonstraties over de bevriezing van de overheidsuitgaven gedurende drie jaar. Ierland en het Verenigd Koninkrijk in Noordwest-Europa behoorden tot de meest losbollige Europese landen met onmogelijk zwellende luchtbellen voor woningbouw en financiële diensten in de onstuimige jaren voorafgaand aan de val van Lehman Brothers.

Bezuinigingen voelbaar in Dublin

In Dublin beginnen de strenge bezuinigingen om orde op zaken te stellen in de overheidsuitgaven tenminste voelbaar te worden. Om de hoek van de overheidsgebouwen klaagt schoenmaker John Myley dat veel van zijn klanten betalingsproblemen hebben. “Iedereen houdt de schijn hoog. Maar op dit moment heb ik zeker 14 paar schoenen liggen wachten op mensen die pas kunnen betalen als ze hun salaris hebben gekregen aan het eind van de maand.”

De vorige en de nieuwe Britse regering stelden grootschalige bezuinigingen in de overheidsuitgaven voor maar in de verkiezingscampagne is daar weinig sprake van geweest en de details blijven geheim. We weten nog niet hoe Groot-Brittannië zijn lot zal aanvaarden. Maar zelfs kleine bezuinigingen van £500 miljoen op de uitgaven van universiteiten leidden dit jaar tot laaiend protest.

Niet losbollig

En Zuid-Europeanen zijn niet beslist zo losbollig als sommigen ons doen geloven.

Italianen voelen die strakkere broekriem al een tijdje, hoewel het woord bezuiniging nog niet tot de politieke woordenschat van Italië behoort omdat premier Silvio Berlusconi de stemming er graag inhoudt. De afgelopen vijf jaar hebben zowel centrumlinks als centrumrechts de hand tamelijk stevig op de knip gehouden en de verhouding begrotingstekort/ BNP van Italië binnen de perken weten te houden.

In Portugal reageren de economisch conservatieve inwoners op zware versoberingsmaatregelen door te sparen, hypotheken eerder af te lossen en werkgelegenheid te behouden.

Zoals in vorige recessies, toen duizenden maanden lang zonder salaris werkten, heeft het land gekozen voor veerkracht in plaats van protest. De nationale spaartegoeden lopen op en het aantal onbetaalde hypotheken blijft laag.

Groeiende frustratie

Na een periode van tien jaar met de minste economische groei in de eurozone kunnen de Portugezen nu echter met groeiende frustratie nog vier jaar bezuinigen tegemoet zien.

Hetzelfde geldt voor het grootste deel van West-Europa. Elk eurozone land neemt de maatregelen die het moet of kan nemen – van belastingontduikers vervolgen in Spanje en Griekenland tot het snoeien van kinderbijslag in Ierland en overheidsuitgaven beperken in bijna landen – om te komen tot een begrotingstekort van drie procent van het BNP in de volgende drie à vier jaar.

Het gevaar is dat het Europa bestuurd door marktkrachten te laat heeft ingegrepen en dat deze grote dosis soberheid de eerste tekenen van nieuwe economische groei in de kiem zal smoren en zo de begrotingsproblemen in de toekomst zal verergeren door terugval in recessie.

“Veel Spanjaarden hebben zich deze week gerealiseerd dat het geld niet van ons is, dat het geleend is van anderen en dat we geen soevereine macht hebben,” zegt een private equity investeerder in Madrid. “Wat in Spanje moet gebeuren is zo ernstig dat je in paniek raakt als je eraan denkt.