De regering van Mariano Rajoy heeft geen verkeerde keuze gemaakt door steun aan de export tot nationale prioriteit te verheffen, toen zij op zoek was naar een groeimotor om de toeristische sector bij te staan en om de leemte te vullen die door het ineenstorten van de bouwsector was ontstaan.

De regering heeft zelfs de droom opgevat om Spanje te veranderen in een soort Zuid-Duitsland, met een economie die geschraagd wordt door grote industriële koplopers met vestigingen over de hele wereld en een dicht netwerk van kleine en middelgrote ondernemingen, die zich kordaat op het buitenland richten.

"De enige weg naar economisch herstel voor Spanje loopt via de buitenlandse markt", zo verklaarde Jaime García-Legaz, staatssecretaris van Buitenlandse Handel en econoom, tijdens uitspraken die hij in juni deed.

De mondiale export van goederen blijft op peil

De Spaanse export is inderdaad gestegen met 17 procent in 2010 en met 15 procent in 2011. Dat is een opmerkelijke prestatie voor een land dat zijn internationale concurrentievermogen na de invoering van de euro steeds verder achteruit zag hollen, en waarvan de economie, die grotendeels op de bouwsector draaide, zwaar getroffen werd door het uiteenspatten van de vastgoedbubbel vier jaar geleden.

Deze opmars wordt ook in 2012 niet doorbroken, waardoor Spanje – samen met Duitsland – het enige land in de eurozone is dat de afgelopen jaren zijn aandeel in de mondiale export van goederen en diensten op peil heeft weten te houden, terwijl dit in Frankrijk, in Italië en zelfs in de Verenigde Staten gedaald is.

Spanje dankt deze goede resultaten aan boegbeelden als telecommunicatiereus Telefonica, energieconcern Repsol, de banken Santander en BBVA, bouwbedrijven ACS en Ferrovial, modeconcerns Inditex en Mango en parfumgroep Puig, die concurrerend zijn op de wereldmarkten.

Toename concurrentievermogen door betere productiviteit

Deze ondernemingen hebben het afgelopen decennium enorme inspanningen verricht om hun productiviteit te verbeteren. Zij hebben zich op nieuwe markten begeven, waarmee ze vooruitliepen op een kentering van de Spaanse conjunctuur. Hun concurrentievermogen is inmiddels weer toegenomen dankzij de loonmatiging die het gevolg was van een werkloosheid van bijna 25 procent en de achtereenvolgende bezuinigingsmaatregelen die de overheid sinds mei 2010 heeft doorgevoerd.

Het wekt dan ook geen verbazing dat de regering van Mariano Rajoy deze bedrijven momenteel op de voet wil volgen. Sinds een paar weken gaat er geen persconferentie of openbaar optreden van de premier en de leden van de regering voorbij zonder dat er een lofzang wordt gehouden op het Duitse model en de goede prestaties van de Spaanse export.

Positief imago van Spanje in het buitenland

Premier Rajoy heeft in juli zelfs een hoge commissaris benoemd die het merk Spanje in het buitenland moet gaan ontwikkelen. Carlos Espinosa de los Monteros, die tevens vicepresident van Inditex (Zara, Massimo Dutti, enz.) is, heeft tot taak om de krachten van de exporterende ondernemingen te bundelen en om een positief imago van Spanje in het buitenland neer te zetten. Daarnaast kreeg hij het verzoek om de nationale successen ook in eigen land voor het voetlicht te brengen om ‘het voorbeeld te geven’.

Hetzelfde geldt voor de Spaanse diplomatie, die in hoge mate gericht is op het handelsaspect. Zo ziet minister van Buitenlandse Zaken José Manuel García-Margallo – een voormalig Europarlementariër gespecialiseerd in economische vraagstukken – zichzelf in de eerste plaats als een luxe vertegenwoordiger die zich inzet voor de belangen van de grote Spaanse ondernemingen.

Deze inspanningen berusten op een basis die nu weer solide is. Spanje, dat de crisis was ingegaan met een groot handelstekort vergeleken met de overige landen van de Europese Unie, heeft tegenwoordig een overschot. Bovendien is het aandeel van de export in het nationaal vermogen gestegen tot zo'n twintig procent van het bruto binnenlands product (bbp), een niveau dat vergelijkbaar is met dat van Frankrijk.

Maar er is nog altijd een lange weg te gaan. In Duitsland komt bijna een derde van de economische activiteit voor rekening van de export. "Onze export heeft veel te lijden als de economieën van het oude continent stagneren, zoals momenteel het geval is", geeft García-Legaz toe. De oplossing? "Nieuwe markten buiten de Europese Unie aanboren", luidt het advies van de staatssecretaris van Buitenlandse Handel.

Alleen het MKB heeft een steuntje in de rug nodig

Aan de andere kant vertegenwoordigen de exporterende ondernemingen slechts een klein gedeelte van de werkgelegenheid in Spanje. Bovendien heeft de sector niet de omvang die nodig is om de circa 5,5 miljoen Spaanse werklozen te kunnen opnemen, waarvan er 1,5 miljoen afkomstig zijn uit de bouw.

De kleine en middelgrote ondernemingen, die ruim 15 miljoen mensen in dienst hebben en mogelijk een uitweg zouden kunnen bieden, hebben moeite om zich op de export te richten. Het lukt hun niet de benodigde financiering te vinden om zich in het buitenland te kunnen ontwikkelen. Met name bij Spaanse banken die bezig zijn met een herkapitalisatie en waarvan sommige moeten vechten voor hun bestaan, vinden zij geen gehoor.

Op dit moment betaalt een Spaanse kleine of middelgrote onderneming volgens de cijfers van het Europese bureau voor de statistiek Eurostat gemiddeld 5,62 procent rente voor een driejarige lening tot 250 duizend euro. Een Duitse onderneming betaalt daar gemiddeld 4,4 procent voor, terwijl de rente in Frankrijk nog lager is, namelijk 3,23 procent. De regering van Mariano Rajoy heeft dan wel beloofd het midden- en kleinbedrijf te helpen, maar laat vooralsnog na om de daad bij het woord te voegen.