Ook bang dat de grote lidstaten na de ratificatie van het Verdrag van Lissabon onderling afspraken gaan maken en de belangen van de kleinere lidstaten aan hun laars lappen? Dat Europa onder hun leiding uitgroeit tot een concert der grote mogendheden? Laten we dan juist vandaag even terugdenken aan de prins van Metternich, de man die de sterke en de zwakke kanten van een dergelijk beleid aantoonde.

Het is eigenlijk verbazingwekkend dat er geen Metternich-jaar komt, terwijl 2009 is uitgeroepen tot Darwin-jaar. We gedenken Darwin om twee redenen : hij werd in 1809 geboren en hij publiceerde zijn meesterwerk in 1859: Het ontstaan van de soorten. Voor Metternich zijn deze twee jaartallen minstens zo symbolisch : hij werd in 1809 minister van Buitenlandse Zaken van Oostenrijk (feitelijk leider van de uitvoerende macht en later kanselier) en hij overleed op 11 juni 1859.

Hij werd bijgezet in het familiegraf in het Tsjechische stadje Plasy (West Bohemen). De meeste mensen herinneren zich de prins van Metternich als voorzitter van het Europese Congres van Wenen (1815) van na de napoleontische oorlogen, als inspirator van het idee 'concert der grote mogendheden' en als bedenker van de Realpolitik, waarin het evenwicht van de belangen en de stabiliteit van de macht boven de ethiek worden gesteld. Zelfs als het waar is dat moderne Europeanen 'hun ogen en oren stijf dicht houden’ als ze de term ‘Realpolitik’ horen, dan nog kan niemand betwisten dat het Europa van Metternich praktisch 100 jaar lang heeft gefunctioneerd, vanaf de napoleontische oorlogen tot aan de Eerste Wereldoorlog. De bedenker ervan stierf weliswaar 150 jaar geleden, maar toch is het politieke gedachtegoed van Metternich tot op de dag van vandaag blijven voortleven, vaak zelfs in de voorhoede.

Toen voormalig premier Mirek Topolánek van Tsjechië vorig jaar september de campagne startte voor het Tsjechische voorzitterschap van de Europese Raad, sprak hij de volgende woorden: "In varietate concordia" – in verscheidenheid verenigd. Dat is niet alleen het motto van de EU, maar ook mijn visie op de actie van Tsjechië in Europa. De Verenigde Staten hebben ongeveer hetzelfde motto: E pluribus unum – uit velen één. Feitelijk is dit ook de lijfspreuk van Metternich, die versnipperde ambities afwees ten gunste van het supranationale evenwicht en de stabiliteit. Waarom dan toch geen eerbetoon aan deze bron van inspiratie en waarom wordt de bedenker ervan niet met name genoemd? Metternich blijft, ook 150 jaar na zijn dood, het symbool van het reactionaire gedachtegoed en de wereldbeschouwing waarin het irrationele centraal staat.

Metternich had inderdaad een hekel had aan veranderingen, revolutionairen en liberalen. Maar dat betekent nog niet dat we die houding moeten beschouwen als een onvoorwaardelijke hang naar het verleden. Metternich was gewoon bang – en de geschiedenis heeft hem daarin gelijk gegeven – dat het modernisme gepaard zou gaan met andere vormen van ‘isme’: nationalisme, socialisme…

Het aanzien van Europa volgens Metternich heeft zich een halve eeuw weten te handhaven voordat het omver werd geworpen door het nationalisme dat voortkwam uit de oorlogen – de Krimoorlog, de Pruisisch-Oostenrijkse oorlog, de Frans-Pruisische oorlog. De Eerste Wereldoorlog betekende echter de genadeslag. Als we bedenken dat Metternich vier generaties lang het aanzien is geweest van het Oude Continent terwijl het Franse ancien régime dat slechts één generatie wist vol te houden, dan is dat per saldo geen slecht resultaat.

Tegenstanders van het Verdrag van Lissabon kunnen zichzelf beschouwen als de vleesgeworden tegenstanders van het tijdperk Metternich en van de gedachte 'bulldozer van de zwaksten'. Uiteindelijk is het vooral van belang te weten hoe er in 2050 over onze huidige situatie wordt geoordeeld. Met andere woorden: als we voldoende afstand hebben genomen om te kunnen zeggen of de Realpolitik meer voor- dan nadelen heeft.