Hoe kan het dat Torrente de meest succesvolle komische filmserie uit de Spaanse filmgeschiedenis werd? Het is moeilijk deze antiheld te beschrijven zonder in scheldwoorden te vervallen. Volgens regisseur, scenarioschrijver en hoofdrolspeler Santiago Segura “is het een verachtelijke, kleingeestige, onchristelijke, weerzinwekkende en lompe persoon”. En bovendien een racistische, homofobe vrouwenhater met een obsessie voor seks… En toch liggen de Spanjaarden krom van het lachen om de avonturen van deze corrupte agent, die zelfs de dronken en slapende vrouw van zijn beste vriend misbruikt, een ijsje uit handen van een kind steelt of een pasgetrouwde vrouw chanteert in ruil voor seksuele diensten.

Bij het eerste deel, dat in 1998 uitkwam, waren de critici lovend over het cynische portret van een ranzige maatschappij, overblijfsel van het Franco-regime. De trashy humor werd welwillend op het conto van sociale satire geschreven. In 2002 wordt Torrente, missie in Marbella met meer dan 5,3 miljoen bezoekers het grootste kassucces uit de Spaanse filmgeschiedenis . En in 2011, in het laatste deel, schetst Segura een zuur portret van een Spanje in crisistijd. Je ziet hem in de rij staan bij een gaarkeuken, om 2 euro bedelen om de cabine in een sexshop te kunnen betalen, en met straatkinderen vechten om de beste vuilnisbakken…

De regisseur nodigde voor de gelegenheid alle tv-sterretjes en voetbalhelden uit. “Hij laat een wanhopig beeld zien van een Spanje dat alleen leeft voor en door voetbal, televisie en prostitutie. Het is bijna een politieke film”, vindt criticus Jordi Costa, die de cinematografische kwaliteit van het werk benadrukt: “Torrente is een groteske, zeer geslaagde karikatuur. Het is het monster van het Spaanse onderbewustzijn, onze collectieve mr. Hyde.

Eindeloze woordgrapjes

Spanjaarden houden ervan om om zichzelf te lachen, en Torrente, schoolvoorbeeld van de volkscultuur, geeft daartoe volop de gelegenheid. Naast supporter van Atletico Madrid – in arbeidersbuurten een zeer populaire voetbalclub – is hij ook fan van El Fari, een beroemde copla-zanger uit de jaren zeventig. Bij het graf van de zanger beklaagt hij zich dat “niets meer is zoals het was”. Het bewijs: “Zelfs homo’s kunnen trouwen!” Gelukkig biedt de sport nog een sprankje hoop, maar ook niet al teveel… “We hebben de wereldbeker gewonnen, maar dat telt niet: alle spelers zijn van Barça!

Naast zelfspot komt in de films ook 'regionale' humor terug in de vorm van clichés over de Andalusiërs (dom), Catalanen (gierig), enz. En ook zien we de erfenis van de ‘cine del destape’ (‘blote’ films), een komisch filmgenre dat tijdens de democratische overgangsperiode (1976-1982) werd geproduceerd. In deze films werd volop geprofiteerd van het eind van de censuur, die onder het Franco-regime heerste, om eindelijk het naakte lichaam te kunnen laten zien. En Torrente geeft zich over aan eindeloze woordspelingen, zoals wanneer hij opschept over zijn familie die gek is op klassieke muziek: “Mi hermana toca el violín y mi padre la viola...” [mijn zuster speelt viool en mijn vader verkracht, red.].

Niet alle Spanjaarden herkennen zich in de grove en vulgaire humor van Torrente en geven de voorkeur aan de ‘post-humor’, een meer verfijnde soort humor die je versteld laat staan in een surrealistische situatie, zoals Muchachada Nui of Miguel Noguera doen. Maar om Torrente kun je nu eenmaal niet heen.

Lees ook deel 3 uit de serie Humor in Europa: Zweedse komedie neemt middenklasse op de korrel