De inwoners van hoofdstad Reykjavik hebben een humorist als burgemeester gekozen. Jon Gnarr voerde campagne met de slogan “Vier jaar lang je zakken vullen en je gezin ervan laten profiteren”. Hij kreeg 40 procent van de stemmen. Een uitzondering? Helemaal niet! Voormalig premier David Oddsson die als directeur van de Centrale Bank tijdens de bankencrisis van 2008 niemand meer liet lachen, begon ooit als humorist op de radio. En het bekendste lid van de Groenen liet dankzij zijn optredens meerdere generaties lachen. Het narcisme is op dit kleine eiland zo wijdverbreid dat het zijn tegengif, zelfspot, zelf lijkt op te roepen.

Om jezelf lachen is gemakkelijk, maar om andere lachen kan moeilijk zijn in een land waarin iedereen elkaar min of meer kent. Als een dominee of een volksvertegenwoordiger een misstap maakt, vooral van seksuele aard, duiken er onmiddellijk vierregelige rijmpjes op. De beste komen echter later en de naam van de persoon in kwestie komt er nooit in voor.

De parodie is een andere manier om anderen belachelijk te maken zonder ze bij naam te noemen. De feesten die een groot deel van het sociale leven op IJsland in beslag nemen, bieden een uitstekende gelegenheid om een persiflage neer te zetten van degenen die je het hele jaar tegenkomt. Nadat je er samen op geproost hebt natuurlijk, want deze humor komt zo dichtbij dat het alleen werkt als er voldoende gedronken is om eventuele plooien weer glad te strijken.

Humor lijkt niet het sterke punt van de Vikingen te zijn geweest. Hun bondige uitspraken in de sagen grenzen aan zwijgzaamheid. Maar hun onverstoorbaarheid tijdens iedere beproeving wordt tegenwoordig juist gebruikt om grappen te maken over het onvermogen van de IJslanders om hun gevoelens te uiten.

Ondeugende domme gansjes

De naïviteit en onwetendheid van plattelandsbewoners waren lang een bron van inspiratie voor IJslandse komieken. Onhandige sukkels stortten hun boerderij in het ongeluk, en de naïeve gansjes uit de fjorden in het noorden bleken veel gehaaider dan gedacht. Als aan een van de meisjes tijdens het haringseizoen door de ploegbaas wordt uitgelegd dat ze de vissen met hun koppen tegen elkaar en hun staartjes in de lucht in de ton moet leggen zegt ze ondeugend: “O, maar dat heb ik al zo vaak gezien…”.

De urbanisatie en de opkomst van de Deense en Amerikaanse cultuur heeft de zaken veranderd in de twintigste eeuw. Engels of Deens praten heeft iedereen aan het lachen gemaakt en is uitdagend. IJsland, dat aan de vooravond van zijn onafhankelijkheid van Denemarken staat, wil zo zelfvoorzienend mogelijk worden, en haalt flink de bezem door zijn taal.

De burgemeester van Reykjavik zorgde zelf voor veel vernieuwing door van parodie op satire over te gaan en zich vrolijk te maken over de IJslandse archetypes. In een sketch bijvoorbeeld steekt zijn populairste personage, de onuitstaanbare meneer Weetal, tegen zijn vrouw de loftrompet over de talenten van een Engelse acteur die ze volgens hem de vorige avond in een film zagen. Zijn vrouw en een vriend merken op dat die acteur helemaal niet in die film speelde, maar hij blijft koppig volhouden. Hij gaat zelfs zover dat hij de acteur in kwestie van zijn gelijk probeert te overtuigen in een telefoongesprek in het Engels, inclusief vet IJslands accent.

Lees ook deel zes uit de serie Humor in Europa: Duitse satire, een goed georganiseerde traditie