Er zijn verschillende soorten humor in België. Maar omdat er aanhoudende twijfel bestaat over de identiteit van het land, hebben we het hier maar niet over ´Belgische´ humor. Om te beginnen is er de onbedoelde humor, die het dagelijks leven opfleurt. Hier kan het gebeuren dat tijdens een journaaluitzending op primetime wordt aangekondigd dat het land ophoudt te bestaan – "Bye Bye Belgium" van de RTBF in 2006.

Ook is het mogelijk dat een premier – Yves Leterme, in 2007 – de Marseillaise aanheft, als men hem vraagt het volkslied te zingen. En koningin Fabiola, die volgens een dreigbrief in 2010 gedood zou worden met een kruisboog (!), kan zich op de nationale feestdag zomaar met een groene appel op haar hoed vertonen...

Daarnaast is er de doelbewuste humor, die een Vlaamse en een Waalse variant heeft. De eerste is directer, meer ´recht voor z´n raap´ en omvat bijvoorbeeld wedstrijdjes scheten laten en frontale aanvallen op religies of de monarchie. De tweede staat in het teken van synoniemen en hersenkronkels, is vaak goedaardig en wordt gekenmerkt door zelfspot, een wezenlijk aspect van het ´Belg-zijn´ dat vooral een gebrek aan collectieve trots weerspiegelt, zoals Bruno Coppens beweert.

Deze Franstalige humorist, die een Vlaamse moeder heeft, speelt met woorden en woordklanken en schrijft zijn verbale begaafdheid toe aan zijn gecompliceerde relatie tot zijn wortels. Hoe zou Coppens de humor van België definiëren? Dat is niet eenvoudig, maar hij noemt toch enkele aspecten: "het absurde, het afwijkende, de ongedwongenheid, de invloed van Tati [Franse slapstickacteur, komiek en regisseur, 1907-1982, red.] en van de... Engelse humor."

Geuze met grenadine

Alain Berenboom, advocaat en schrijver [onlangs verscheen zijn detective La recette du pigeon à l'italienne, red.], columnist en Kuifje-specialist, ziet juist parallellen tussen de ´Belgische´ en de... joodse humor. "Beide zijn ontstaan en verfraaid onder mensen die zich onderdrukt voelden en die als reactie daarop geen bloed deden vloeien, maar een lange neus maakten.

" Volgens Berenboom – en enkele anderen – zijn er in dit land dat min of meer als los zand aan elkaar hangt, niettemin twee elementen die de mensen samenbinden: "koning Albert II en de zwans". Ook dit begrip valt lastig te definiëren. De zwans verenigt spotternij en bescheidenheid in zich, evenals terughoudendheid tegenover iedere vorm van macht. Vandaar een voortdurend afstand nemen, een sceptische houding tegenover het gezag... en een soms verwerpelijk begrip voor de vele flaters die dit gezag slaat.

"De zwans lijkt een beetje op geuze met grenadine", vervolgt Alain Berenboom. "Een mengsel van bitter bier en zoete siroop, producten die in principe niet samengaan, maar die in België worden gecombineerd tot een drank die 'mort subite' [acute dood, red.] heet en die trouwens alleen funest is voor chagrijnige mensen..."

Dat de Belgen wrok blijven koesteren tegen de Fransen – of eerder tegen Coluche [bekende Franse komiek, 1944 – 1986, red.] – en hun ´Belgenmoppen´, komt omdat zij vinden dat niemand hen kan evenaren op het gebied van sarcastische humor. De acteurs François Damiens en Benoit Poelvoorde geven op prachtige wijze gestalte aan deze botte, niet geformatteerde spot, die soms slecht begrepen wordt bij de buren. Zij zijn in ieder geval verguld met hun status van WC´s: Wallons Connus [Bekende Walen, red.]. Deze uitdrukking onderscheidt de sterren uit het zuiden van die uit het noorden, die BV´s – Bekende Vlamingen – worden genoemd.

Een ´Belgenmop´ voor onderweg? "Hoeveel standjes telt de Waalse Kamasutra? Twee: on en off." Was getekend Raoul Reyers van de RTBF.

Lees ook deel zeven uit de serie Humor in Europa: De kunst van de IJslandse karikatuur