**Op zijn twintigste werpt Louis de Gouyon Matignon zich vrijwillig op als pleitbezorger van de zaak van de “Manouches” [Franse woonwagenbewoners die tot de Roma behoren, red.]. Dat komt goed uit, want hij begint net aan het derde jaar van zijn rechtenstudie. En in de zomer heeft hij zich verdienstelijk gemaakt als parlementair medewerker van de [rechtse] UMP-senator Pierre Hérisson, die voorzitter is van de Franse adviescommissie voor de “gens du voyage” [de officiële Franse benaming voor woonwagenbewoners, red.].

In juli bestond het “carnet de circulation” honderd jaar. [Dit is een speciaal bewijs dat woonwagenbewoners toestemming geeft rond te trekken en dat verplicht is voor personen boven de 16 jaar die langer dan 6 maanden zonder vaste woon-of verblijfplaats zijn, red.] Dat was voor Louis de Gouyon Matignon aanleiding om de media op te zoeken. Het carnet is oorspronkelijk ingesteld ‘om te tellen’ hoeveel mensen er in Frankrijk een ambulante leefwijze hebben, legt Louis uit. Maar volgens hem “is het in feite een soort binnenlands paspoort” voor de 350.000 tot 500.000 Manouches, Tsiganes en Roma die in Frankrijk wonen. Met het document moeten zij om de drie maanden stempelen op een politiebureau, waar ze onder andere moeten aangeven aan welke gemeente ze verbonden zijn.

Pierre Hérisson heeft een wetsvoorstel ingediend “dat een einde moet maken aan de discriminatie”, door het carnet waaraan de zigeuners vanaf 16 jaar zijn gebonden, af te schaffen. Aankomend jurist Louis, die er alle vertrouwen in heeft dat de tekst zal worden aangenomen, geeft toe dat hij “enigszins alleen staat” in zijn strijd. Ondanks zijn oproepen om op de dag van het honderdjarig bestaan van het carnet de circulation te gaan demonstreren, zijn z´n vrienden niet de straat opgegaan. “De zigeuners zijn niet echt politiek actief”, stelt Louis spijtig. “*Ze zijn het zat om gestigmatiseerd te worden, maar ze gaan de strijd niet aan.”***

Gefascineerd door jazz manouche

Louis de Gouyon Matignon is kleinzoon van een markies en komt uit een welgestelde familie uit het westelijk deel van Parijs [waar de chique wijken van de hoofdstad liggen, red.]. Als hij op de middelbare school zit, sturen zijn ouders hem naar een particuliere kostschool. Hij brengt twee jaar door op het beroemde Clifton College in Bristol (Engeland).

Het was niet altijd makkelijk op de kostschool, ik heb er best onder geleden. Wat mij bij de zigeuners aanspreekt, is de manier waarop zij de vrijheid opeisen om te gaan en staan waar ze willen… Ze zijn Frans, maar ze zeggen: ´Jullie kunnen de pot op´.” Hij is zestien als hij bij toeval kennismaakt met het zigeunerleven, “dankzij Django Reinhardt”. Gefascineerd als hij is door deze virtuoos van jazz manouche, wil hij er meer van weten.

In plaats van lome vakanties in La Baule of Biarritz [chique badplaatsen aan de Atlantische kust, red.], kiest hij dus voor een gipsy-bestaan en het stof van de woonwagens. Op naar de Elzas en naar Pau, in het zuidwesten van Frankrijk: “Daar bevinden zich de grootste zigeunergemeenschappen”. Bomen opsnoeien, markten, de schroothandel… sinds drie jaar brengt hij de meeste vakanties en weekenden werkend met hen door, omdat hij zo hun levensstijl beter leert begrijpen (“Als je bedenkt dat een kilo koper 5 euro opbrengt, dan verdien je zo slecht nog niet!”).

Woordenboek Frans-Manouche

Op het zigeunerkamp roept hij naar een kennis in een bestelwagen: “Djala mishto?” (Hoe gaat het, broeder?). Hij spreekt niet alleen vloeiend Manouche, ook zijn uitspraak is onberispelijk. “Deze gadjo kent de taal nog beter dan wij zelf”, zegt een oude man bewonderend vanuit zijn vouwstoel. Tijdens zijn reizen schrijft Louis de Gouyon Matignon zorgvuldig alle woorden die hij hoort in een notitieboekje op, met als doel om een woordenboek Frans-Manouche te maken. Dit boek, dat door uitgeverij L´Harmattan wordt uitgegeven, zal na de zomer verschijnen.

Ik doe dit voor hen, zodat zij zich hun taal opnieuw eigen kunnen maken. Het mag dan misschien mijn rol niet zijn, maar ik ben maar zo vrij geweest”, verklaart Louis. “Er zijn tegenwoordig steeds minder jongeren die Manouche spreken, omdat ze vaker voor een vaste standplaats kiezen”, bevestigt Marcel Campion, een Parijse zakenman die fortuin heeft gemaakt op de kermis.

Campion, eigenaar van het reuzenrad op de Place de la Concorde, heeft zich ook door Louis laten inpakken. De jonge man heeft zijn organisatie namelijk ingeschreven op het adres van Campion´s bar in Saint-Ouen, La Chope des Puces. “Het is echt een leuke knul. Toen hij een passie kreeg voor het zigeunerleven, heb ik geprobeerd hem te ontmoedigen en gezegd dat hij zich op zijn studie moest richten… Maar hij is er echt bezeten van”, vertelt Marcel Campion.

Ierse travellers bekeren

Alleen de gitaar en vakanties in een woonwagen bleken niet genoeg te zijn voor de jonge Louis: hij nam ook de religie van de Manouches aan. Het was gedaan met de katholieke missen uit zijn jeugd. Sinds hij missionaris is geworden bij Vie et Lumière, steekt hij ieder jaar met twee pastors het Kanaal over om de travellers, Ierse zigeuners, te bekeren.

Als we hem vragen hoe het nu verder zal gaan, antwoordt hij zonder aarzelen: “Ik vind het heel fijn om tijd met hen door te brengen, maar dat heb ik gedaan om hun cultuur beter te begrijpen. Ik ga mijn leven niet in een woonwagen slijten”. Zijn wens: advocaat worden, net als zijn vader, en ondertussen blijven opkomen voor de woonwagenbewoners. Zijn vriend Franck, die de bijbelschool van de gemeenschap Vie et Lumière bezoekt, vat het als volgt samen: “Louis is de schakel tussen ons en jullie, de gadjos”.