Het Songfestival is mijn ondeugd: ik weet dat ik het niet leuk hoor te vinden, maar ik kan er niks aan doen. Het is het tv-equivalent van een vreetbui: je realiseert je al snel dat je je nooit voldaan zult voelen – de politieke stemming trekt alle resultaten scheef – maar soms is dat nét waar je zin in hebt.

Dus ik installeerde me in vrolijke afwachting van de halve finales en sloeg alvast hapjes en drankjes in voor de finale op zaterdag. Ik geef me deze hele week over aan een overdosis Eurovisie in weerwil van (of misschien wel vanwege) de overvloed aan onbeschaamd strakke witte jeans en gitaarsolo's. Als het Songfestival een gezicht zou hebben, zou het dat van Starsky zijn. Of Hutch.

Sommige mensen, die het festival bestempelen als een cultureel Tsjernobyl, beweren dat het festival een onoverkomelijk obstakel vormt voor verdere Europese integratie. Mij maakt de show altijd aan het lachen, zeker in deze tijd, nu redenen voor vrolijkheid dun gezaaid zijn. Sommige landen nemen het festival natuurlijk serieuzer dan anderen maar diep van binnen wil ieder land die trofee mee naar huis nemen. En winnen is niet mogelijk zonder hulp van je buren.

Een vrouw die een spagaat maakt in een gigantische tredmolen

Het is waarschijnlijk overdreven te stellen dat de wedstrijd een platform biedt voor conflictoplossing maar ieder winnend punt dat tussen landen wordt uitgewisseld is een stap in de goede richting. Je kunt het maar beter uitvechten op het scorebord dan op het slagveld, zelfs als nationalistische rivaliteit ontaardt in vijandelijkheden. Dat gebeurde vorig jaar tussen Armenië en Azerbeidzjan, toen er een rel ontstond over een symbolisch monument dat na protest van Azerbeidzjan uit de Armeense videoclip moest worden verwijderd. Armenië sloeg terug door de gewraakte afbeelding weer te gebruiken bij de presentatie van zijn juryresultaten.

En wie herinnert zich niet het jaar dat Israël won maar Jordanië de uitslag weigerde te accepteren en in plaats daarvan België, dat de tweede plaats veroverde, tot winnaar uitriep? Veel van dit onderlinge gekissebis gaat aan de rest van Europa voorbij omdat we ons in plaats daarvan focussen op de kitsch en de lengte van de rokjes. Polen regelde dit jaar de verplichte exhibitionist. Tot nu toe hebben we nog geen vrouwen een spagaat zien maken in een gigantische tredmolen, het hoogtepunt van 2009 [zoals in het Oekraïense nummer], maar wat niet is, kan nog komen.

Griekenland heeft een prima nummer: hebben ze wat goed te maken?

Naast de amusementswaarde van een dergelijke schat aan clichés, kitsch en camp, werkt het programma als een gigantische op Europa gerichte periscoop en biedt ons een nieuwe blik op de landen waarmee we verbonden zijn. Het is misschien geen accurate weergave van cultureel Europa maar het laat ons geheugen wel oefenen op het grote aantal nieuwe landen dat op onze kaart verschijnt. Europa is veel diverser dan het beeld dat wij ervan hebben.

De Griekse crisis benadrukt maar weer eens hoe afhankelijk we van elkaar zijn in Europa. Wanneer een land uit de eurozone in de problemen komt, voelen wij daar allemaal de weerslag van. Het Songfestival laat ons dan het gezicht – en soms de behaarde borst – van onze bondgenoten zien. Overigens heeft Griekenland de moeite genomen een prima nummer naar Oslo te sturen. Misschien willen ze wat goedmaken voor alle problemen die ze hebben veroorzaakt?

Hoewel ieder land zijn eigen stem heft, zou je dat niet direct zeggen als je naar het Songfestival zapt. Muzikaal gezien lopen de landen meestal in elkaar over. Het festival lijkt gelijkvormigheid te koesteren en geeft een gestandaardiseerde weergave van popmuziek. Neem bijvoorbeeld Bosnië-Herzegovina of Moldavië: in de rocknummers die zij inzonden vind je weinig terug van hun culturele erfgoed.

Kwade tongen noemen de wedstrijd een saaie oefening in middelmatigheid, maar een waardeoordeel over de muzikale bijdrage schiet zijn doel voorbij. Met al zijn gebreken slaagt het Eurovisie Songfestival er toch maar in Europa effectiever te verenigen dan een lawine aan EU-richtlijnen en harmonisatiebeleid dat ooit zou kunnen.