Wat de euro betreft, is het einde van de zomer verbonden met maar één naam: Mario Draghi. De man blijft elegant, een tikkeltje spottend glimlachen en geeft evenmin zijn hoffelijkheid op, daar kunnen we verzekerd van zijn. Dat is immers zijn manier om in moeilijke tijden het hoofd koel te houden. Toch ligt de toekomst van de euro meer dan ooit in handen van de president van de Europese Centrale Bank (ECB). Dat is in zekere zin een geruststellende gedachte: deze Italiaan is immers een echte Europeaan en – onder de huidige omstandigheden – behoort hij tot een zeer zeldzame soort onder de leiders van de lidstaten.

Afgelopen week zei Mario Draghi tegen het Duitse weekblad Die Zeit dat hij bereid was “uitzonderlijke maatregelen” te treffen om de euro te redden. Voor alle duidelijkheid: de ECB gaat een programma lanceren om staatsobligaties op te kopen en zo de twee grote landen binnen de EU te helpen die het meeste moeite hebben om financiering uit de markt te halen: Spanje en Italië.

Hij heeft gelijk. Rome en Madrid hebben moedige besluiten genomen om een aantal ziektebeelden waar ze aan lijden tot op het bot te bestrijden. Italianen en Spanjaarden betalen een hoge prijs voor deze drastische maatregelen om de overheidsfinanciën weer gezond te maken en om structureel te hervormen. Maar de financiële markten bekommeren zich daar niet om. Die blijven maar torenhoge rentes eisen om staatsobligaties van deze beide landen te kopen.

Puristen van de Bundesbank

Daarmee ondermijnen ze de eurozone. De heersende somberheid in Europa wordt door deze opgelegde straf aan twee van de grootste economieën van de 17 eurolanden alleen maar erger – en dat tegen de achtergrond van massale werkloosheid en zwakke groeicijfers. Rekening houdend met de doorgevoerde maatregelen in beide landen is de marge tussen de rentetarieven van hun schuldpapier en dat van Duitsland irrationeel. Er ligt geen serieuze macro-economische basis aan ten grondslag. In feite is dit renteverschil zelfs de ontkenning van een gemeenschappelijke munt.

De markten hebben uitsluitend vertrouwen in de ECB. Mario Draghi heeft de zomer gered door zijn intenties te laten doorschemeren: de rente op Spaans en vooral op Italiaans schuldpapier is gedaald. Aanstaande donderdag zou Mario Draghi zijn interventieplannen nader moeten toelichten. Maar misschien wacht hij er nog wel een weekje mee, om de uitspraak mee te kunnen nemen die het Duitse Constitutionele Hof op 12 september moet doen. Dit hof spreekt zich uit over de vraag of het noodfonds van de 17 eurolanden, het Europese Stabiliteitsmechanisme (ESM), in overeenstemming is met de Duitse grondwet.

Mario Draghi kan bogen op de steun van bondskanselier Angela Merkel en president François Hollande, die afgelopen zomer iets nader tot elkaar zijn gekomen. De puristen van de Bundesbank zijn de enigen die hun neus ophalen en aankomen met het risico op inflatie. Maar als ze geen enkel voorstel presenteren waarmee kan worden verhinderd dat Spanje en Italië ten onder gaan, kunnen ze beter hun mond houden.

Mario Draghi hanteert strenge voorwaarden voor interventie door de ECB. Lidstaten moeten gewoon doorgaan met hun hervormingen. Aangezien deze Italiaan ze redt, zijn de regeringsleiders van de 17 eurolanden het wel aan hem verschuldigd om de vernieuwde opzet van de euro tot een goed einde te brengen. Het gaat er dan onder andere om het begrotingspact af te ronden en op te stomen naar een bankenunie. We willen immers niet dat er op een dag wordt beweerd dat de enige werkelijke staatsman binnen de eurozone de baas van de ECB was.