Deze zomer, waarin blijkbaar de slotronde van de eurocrisis wordt ingeluid, is de Duitse politiek in de greep geraakt van het redeneren over de toekomst van Europa. In Duitsland pleiten sociaaldemocraten (SPD) en Groenen voor een Europese schuldenunie in combinatie met een banken- en begrotingsunie. In het kort komt het erop neer dat ze voorstander zijn van het overdragen van nationale bevoegdheden over de eigen begroting aan Brussel.

De christendemocraten van de CDU mogen graag wijzen op hun besluit om Europa te laten uitgroeien tot een politieke unie – wat ze daar ook precies onder mogen verstaan. Aangezien dat allemaal fors zou ingrijpen in de grondwet, wordt er meteen een goed woordje gedaan voor een referendum, het liefst zo snel mogelijk.

Kalmpjes aan, ben je dan geneigd te zeggen. Het klopt dat de Europese Unie slecht is voorbereid op de stormen van de geglobaliseerde wereld. In de grote financiële crisis is de EU in haar totale politieke structuur gewogen en instabiel bevonden. Maar voordat de kerntaak, te weten de nationale soevereiniteit, overhaast wordt opgeofferd, zou het verstandig zijn om tot op de bodem uit te zoeken of er eigenlijk wel een altaar is dat de moeite loont om iets te offeren.

Wensdenken verdringt de realiteit niet

Als Duitsland zijn horizon al zo zou willen verruimen, vindt het namelijk geen Europese lidstaten of burgers waarbij een ruime meerderheid bereid is de stap te zetten van een verbond van soevereine staten naar een Europese federale staat. Het valt bovendien te betwijfelen of Duitsers uiteindelijk zelf wel bereid zijn om deze soevereiniteit op te geven. De crisis heeft de Europese volkeren niet nader tot elkaar gebracht, maar veeleer sceptischer gemaakt tegenover het Europese plan.

Zeven jaar geleden heeft een verdrag voor een Europese grondwet in referenda in verschillende lidstaten [Frankrijk en Nederland, red.] het onderspit gedolven, hoewel de nationale soevereiniteit in dat verdrag nauwelijks werd aangestipt. Een verdrag dat lidstaten degradeert tot Europese deelstaten valt vrijwel zeker een harder lot ten deel.

In Europa laat de realiteit zich niet verdringen door wensdenken. Daar hoort nog een tweede inzicht bij: ook al zou het lukken om een aantal volkeren ervan te overtuigen om de kerntaken van hun soevereiniteit over te dragen aan de Europese centrale, dan wordt het nieuwe Europa beduidend kleiner dan het huidige. Onder leiding van Groot-Brittannië zullen dan een aantal lidstaten uit de Europese trein stappen waardoor er een kern-Europa ontstaat dat waarschijnlijk te klein is om wereldwijd voldoende politieke kracht te ontwikkelen.

Europa is één geheel

Het is begrijpelijk dat juist in Duitsland de wens groeit om Europa nu radicaal te hervormen, maar dat zou niet verstandig zijn. Juist omdat de huidige crisis verder en dieper gaat dan de eerdere crises moeten we nu oppassen voor de illusie dat er snelle en eenvoudige recepten bestaan.

Een schuldenunie kan de markten op korte termijn weliswaar kalmeren, maar de EU op den duur niet stabiliseren. Het tumult rond de euro is namelijk niet de oorzaak, maar weerspiegelt slechts het feitelijke probleem van de Europese Unie: er is geen vertrouwen. Europa slaagt er niet in om de wereld noch de eigen burgers ervan te overtuigen dat het de rol van een sterke en betrouwbare macht kan vervullen.

Daarvoor lopen er in de EU te veel zaken tegen elkaar in en door elkaar. Niet alleen op economisch en financieel gebied, maar ook op het terrein van buitenlands en veiligheidsbeleid. Europa heeft de rest van de wereld er nog niet van weten te overtuigen dat het werkelijk en onomkeerbaar nader tot elkaar is gegroeid.

Het debat onthaasten

Koortsachtig hervormen betekent opnieuw alleen maar gaten dichten. Dat zou het wantrouwen alleen maar versterken, vooral als de hervormingen door Duitsland wordt geëist. Daarom is het van belang om het debat te onthaasten: vooral de lidstaten die sceptisch staan tegenover hervormingen moeten nu eerst maar eens vertellen wat Europa in de toekomst wil zijn en waartoe het in staat zou moeten zijn. Deze centrale vraag naar de identiteit van de Europese Unie kan niet worden beantwoord vanuit de paniek van de huidige crisis.

Wie Europa wil helpen, kan beter ophouden met het aandragen van alomvattende oplossingen. De problemen met betrekking tot de crisis en de fundamentele opzet van de EU kunnen alleen maar na elkaar worden opgelost. Eerst moet er een uitweg worden gevonden uit de eurocrisis, in geval van nood door Griekenland uit de euro te zetten en de Europese Centrale Bank massaal op de markt te laten interveniëren. Pas als de paniek is verdwenen, hebben lidstaten en burgers weer alle rust om het eens te worden over de uiteindelijke bestemming van Europa.