Drie of vier jaar geleden deden Europese buitenlandse beleidsmakers weinig anders dan klagen over de Verenigde Staten van Bush en de zware jongens in het Kremlin. China daarentegen werd bewierookt als de macht die begreep welke waarde de Europese beschaving had. Brussel begon waardevolle aspecten in de wereldvisie van Beijing te zien die de dichter bij China gelegen landen ontgingen. China, zo werd gezegd, streefde naar een multipolaire wereld gebaseerd op het internationale recht.

De politiek van het land zou geheel om zachte macht draaien. Na een bezoek in 2005 aan China sprak EU-voorzitter José Manuel Barroso over de vorming van een EU-China-VS-“driehoek” die “een 21e eeuwse wereldorde" tot stand zou brengen. Hij zag visioenen van een “samenwerkend Eurazië onder Chinees-Europees leiderschap en een op China gericht Aziatisch beleid van de VS". Sommigen vergeleken Europa met een oudere staatsman die de Chinese leerling onderwees hoe de wereld in elkaar zit. “Europa wordt verzocht zijn historische verantwoordelijkheid te nemen”, verklaarde een Spaanse denktank. Vandaag vragen de Europeanen zich af wat hen destijds bezielde. Tijdens het Brussels Forum dit jaar was de desillusie tastbaar.

Nog maar twee jaar geleden waren Europese functionarissen positiever over China dan over de VS. Beijing lijkt deze rooskleurige visie ijverig te hebben gevoed. China had geen illusies over de betekenis van Europa voor het eigen land. Europeanen waren rijk maar zwak. Ze moesten uit economische motieven worden verleid tot partnerschap, maar om strategische redenen worden genegeerd. Beijing beschouwde de relatie met Europa als een schaakspel “met 27 opponenten aan de andere zijde van het bord die ruziën over de vraag welk stuk ze moeten verzetten”.

De sinofiele zeepbel in Europa spatte uiteen toen de oproer in Tibet hardhandig de kop werd ingedrukt

De EU werd China’s handelspartner nummer één maar Beijing wierp zo veel barrières op dat het handelstekort met China snel opliep tot bijna 170 miljard euro. Europa beklaagde zich en werd genegeerd. Volgens de Chinese academicus Pan Wei is Europa een economische grootmacht, “maar we zijn niet langer bang omdat we weten dat de EU China meer nodig heeft dan China de EU”. De Europese analist Charles Grant zei: “Wij hebben meer van de manipulatie van de yuan te lijden gehad dan de VS.” Maar Europa moest wachten tot de VS daar iets tegen ondernam.

Hoewel in het bedrijfsleven en overheidskringen al eerder sceptische geluiden te horen waren, spatte de sinofiele zeepbel pas uiteen toen het oproer in Tibet in 2008 hardhandig de kop werd ingedrukt. Uit een peiling onder de vijf grootste Europese landen bleek dat niet langer de VS maar China werd gezien als “de grootste bedreiging voor stabiliteit in de wereld”. In 2006 bedroeg dit percentage voor China 12% en na de opstand in Tibet steeg het naar 35%. Vorig jaar evalueerde de European Council on Foreign Relations de onderlinge relatie en uitte zich daarbij in niet mis te verstane bewoordingen: "De China-strategie van de EU is gebaseerd op de anachronistische overtuiging dat China onder de invloed van Europese betrokkenheid zijn economie zal liberaliseren, de rechtsstaat zal versterken en zijn politiek zal democratiseren (…) Echter, in de uitvoering van zijn buitenlands en binnenlands beleid heeft China zich weinig aan Europese waarden gelegen laten liggen en tegenwoordig handelt Beijing regelmatig daarmee in strijd of ondermijnt ze.” De wijze waarop China de EU behandelt, “raakt aan diplomatieke minachting”.

Dankzij de verscheidenheid in Europa kon Beijing diverse EU-lidstaten tegen elkaar uitspelen

Deze houding werd bevorderd door de gefragmenteerde reactie van de EU op China. Duitsland voerde degenen aan die een harde lijn tegenover China voorstonden. Aan de andere kant van het spectrum bevond zich Roemenië, dat door Chinese functionarissen als “partner door dik en dun” werd beschreven. Dankzij deze verscheidenheid in opstelling kon Beijing diverse EU-lidstaten tegen elkaar uitspelen en het deed dat op voortreffelijke wijze.

De laatste nagel aan de doodkist was de klimaattop in Kopenhagen. China maakte korte metten met de groene CO2-dromen van Europa. John Hemmings van het Royal United Service Institute verklaarde: “De grote liefde tussen Europa en China is over.” Grant zei dat de EU “moet afstappen van het droombeeld van een ‘strategisch partnerschap’ dat geen betekenis kan hebben wanneer de twee partijen zulke uiteenlopende waarden vertegenwoordigen”.

Brussel en andere Europese hoofdsteden kunnen het niet eens worden over hoe het China-beleid moet worden herijkt. Sommigen pleiten ervoor de banden met Zuid-Korea en Japan weer aan te halen. Anderen richten hun blik naar India en Brazilië. Weer anderen willen een blok vormen met de VS omdat het Westen als verenigde macht China tot concessies kan dwingen. En dan zijn er nog die menen dat Europa stilletjes moet afwachten en dat China’s assertiviteit slechts van voorbijgaande aard is. Al deze theorieën hebben echter niets met de realiteit van doen.

China speelt zo’n overheersende rol in de Europese handel en investeringen dat geen enkele combinatie van opkomende economieën zijn plaats kan innemen. Obama, de eerste Amerikaanse president in tientallen jaren die geen instinctieve atlanticus is, heeft tot dusver alleen maar ongeduld tegenover Europa tentoongespreid. Brussel is nog steeds in shock vanwege zijn beslissing om weg te blijven van de laatste top tussen de EU en de VS omdat de vorige top zo weinig had opgeleverd. Dat het China-beleid van Europa mislukte, kwam vooral, zoals bijna altijd met het buitenlands beleid van dit continent het geval is, omdat het niet met één stem en met één mond kon spreken. En geen enkele afspraak of nieuwe regeling met de rest van de wereld kan dat compenseren.